Thomas Piketty en het Utopia van Ria Gelmi
15 mei 2014 Arno Kuipers Nederlandse literatuur en taal

De jonge Franse econoom Thomas Piketty is de laatste weken niet weg te slaan uit de media met zijn boek Le capital au XXI siècle, ook in Nederland trekt hij ruim de aandacht.

Ria Gelmi, De reis naar Hedonië, 1903
Ria Gelmi, De reis naar Hedonië, 1903
Inhoudsopgave van De reis naar Hedonië
Inhoudsopgave van De reis naar Hedonië
De sociale kwestie volgens de Hedoniërs
De sociale kwestie volgens de Hedoniërs

Het boek is in de Engelse vertaling, Capital in the twenty-first century, een bestseller in de Verenigde Staten. De Nederlandse vertaling, waarvoor uitgeverij De Bezige Bij de rechten wist binnen te slepen, zal ongetwijfeld ook hoog in de top-tien komen. Piketty heeft kennelijk een politieke snaar geraakt met zijn stelling dat het vermogenskapitaal (aandelen, obligaties, spaargeld, onroerend goed, enz) zich in de wereld zich te veel ophoopt bij een kleine groep superrijken, die daardoor steeds meer macht verwerft. En door het vliegwieleffect van de kapitaalmarkten wordt dat vermogen ook nog eens steeds groter.

Sociale strijd in de Belle époque

In een interview in Trouw verklaarde Piketty dat hij een terugkeer ziet naar de verhoudingen van de Belle époque, ongeveer 1890-1914. Rond 1900 was de armoede natuurlijk veel schrijnender dan tegenwoordig, althans in Europa, en er werd dan ook heftig gedebatteerd over wat werd genoemd ‘de sociale kwestie’. De strijd tussen arbeid en kapitaal sijpelde ook door in de literatuur en in 1903 verscheen zelfs een roman die eigenlijk helemaal gaat over de ongelijkheid van de vermogens, waar Thomas Piketty zich nu ook weer druk over maakt. Voor de oplossing van de vermogensongelijkheid bood deze roman een radicale oplossing: een erfbelasting van 100%.

De reis naar Hedonië

In 1903 verscheen bij uitgevers S.L. van Looy en F. Bohn de roman De reis naar Hedonië, van een zekere ‘Ria Gelmi’. Hoofdpersoon van deze roman is een pas getrouwde jonge Fransman die onderweg naar Zuid-Afrika ternauwernood een scheepsramp overleeft. In een reddingsbootje weet hij te overleven, samen met de jonge jongen Paul. Ze komen bij een lagune: ‘Ineens opent zich midden in die groenachtige bekleeding ’n doortocht, die bij hoog water heelemaal onder moest zijn.’ Ze wagen zich uiteraard naar binnen en komen dan terecht in een idyllisch ‘droomland’, waar ze geestdriftig worden ontvangen door de vrijwel naakte bewoners. Ze blijken te zijn beland in ‘Hedonië’, een geheim idyllisch rijk, dat in de klassieke oudheid was gesticht door enkele idealistische Grieken.

Heilstaat van de naaktlopers

De Fransman en zijn jonge vriend kijken hun ogen uit. Ze zijn beland in een paradijselijke heilstaat waarin iedereen zijn leven leidt zoals het hem of haar goeddunkt. Aan niets is gebrek en de Hedoniërs doen hun naam eer aan door te streven naar zoveel mogelijk zinnelijke genietingen. De Europeanen zijn geschokt door het feit dat de meeste Hedoniërs naakt rondlopen: “’t gezicht van al dat naakte vleesch, dat zoo maar in het volle daglicht vertoond wordt, en die mooie vormen die door kransen en slingers nog meer uitkomen, het brengt 'n soort bedwelming teweeg.” Ze vragen of er geen risico bestaat voor zinnelijke uitspattingen. De Hedoniër die hen onder zijn hoede neemt antwoordt: ‘Och, beste vrind, zei hij, wat ben je weer Europeesch ! Dat vind je bedwelmend omdat je er niet aan gewoon bent; je bent net als 'n kind dat voor 't eerst wijn drinkt. Maar wij zien iederen dag die naakte lijven. Bovendien is zinnelijkheid iets heel goeds. We hebben zinnen om van 't leven te genieten, en niet om ze te onderdrukken. De wulpschheid is voor de liefde wat de eetlust voor den maaltijd is.’ En als er gevolgen komen van die ‘wulpscheid’ is dat des te beter, hoogstens wordt er ‘'n klein burgertje meer in ’t leven’ geroepen. Met de vrije seksuele moraal van de Hedoniërs gaat een opmerkelijke gelijkheid van man en vrouw samen, aan vrouwen is evenveel lichaamsgenot toegestaan als aan de mannen.

Herckenrath, Die ökonomischen Bedingungen des sozialen Lebens, 1912
Herckenrath, Die ökonomischen Bedingungen des sozialen Lebens, 1912
Herckenrath, Problèmes d'esthétique et de morale, 1898
Herckenrath, Problèmes d'esthétique et de morale, 1898

Erfenissen voor iedereen

De Hedoniërs zijn echter niet de hele dag bezig elkaar te bespringen. Ze hebben allemaal een beroep dat ze zelf leren ontdekken op de scholen. Die werken volgens een soort ‘Iederwijs’-systeem: er is geen enkele regel of drang en pas als een kind een neiging naar kennis op een bepaald terrein vertoont, wordt er iets passends aangereikt. En armoede bestaat niet, want de kern van het Hedonische systeem is het volledig belasten van de erfenissen. Zo combineert deze heilstaat het kapitalisme en het communisme, iedereen mag doen waar hij zin in heeft en daar rijk mee worden, maar na zijn dood vervalt elk opgebouwd vermogen aan de staat en wordt alles herverdeeld: ‘De sociale kwestie is 'n kwestie van ongelijkheid, daarover is ieder het eens. Waardoor ontstaat die ongelijkheid? Door het fortuin, of liever, door den rijkdom van sommigen en de armoe van anderen. Waar komt het fortuin vandaan? Het is het uitvloeisel van twee bronnen: arbeid en erfelijkheid. Als het uit arbeid voortkomt, zal niemand het aanvechten. De andere bron moet dus onzuiver zijn.’ En zo wordt de heilstaat van Hedonië uiteindelijk gefinancierd.

Utopia

De reis naar Hedonië is natuurlijk een ‘Utopische roman’. Hij lijkt sterk op de oer-utopie, het boek Utopia van Thomas More uit 1516, waarin ook een verre heilstaat wordt geschetst. Met dat boek van More heeft de utopie van Ria Gelmi ook gemeen dat eigenlijk toch niet alles even paradijselijk is voor alle bewoners. In beide utopieën wordt namelijk het vuile werk opgeknapt door slaven. En bij Gelmi wordt snel duidelijk wie de slaven zijn: ‘Waarom behandelen we de negers anders dan onze medeburgers? Omdat ze 'n andere kleur hebben? Dat zou 'n kinderachtige reden zijn, lets op z'n Europeesch. 't Is heel gewoon omdat ze 'n minderwaardig ras zijn.’ Dat komt mooi uit voor het ophalen van het vuilnis, het begraven van de doden, enzovoorts. En al die vieze werkjes moeten vooral uit het zicht blijven van de zinnelijke Hedoniërs.

4e druk van het Fransch woordenboek van Herckenrath, 1919
4e druk van het Fransch woordenboek van Herckenrath, 1919
Frontispice uit Thomas More, Utopia, 1516, opgenomen in de Perpetua-edtie, 2008
Frontispice uit Thomas More, Utopia, 1516, opgenomen in de Perpetua-edtie, 2008
Thomas More, Utopia, uitgave in de Perpetuareeks, vertaling Paul Silverentand
Thomas More, Utopia, uitgave in de Perpetuareeks, vertaling Paul Silverentand

C.R.C. Herckenrath

Uiteindelijk kan de utopische roman De reis naar Hedonië dus ook worden gelezen als zijn tegendeel: een dystopische roman. Voor het probleem van Piketty wordt een oplossing geboden, maar uiteindelijk leidt dat tot een beklemmende heilstaat, waarin sommigen toch gelijker zijn dan anderen. Zo zal Ria Gelmi het echter niet bedoeld hebben. Gelmi blijkt een pseudoniem te zijn van romanist, leraar en lexicograaf Charles Richard Constant Herckenrath, die vooral bekend is van een vele malen herdrukt Fransch woordenboek. Maar deze Herckenrath was bovenal een wereldverbeteraar die zich fanatiek bemoeide met Piketty’s grote issue: de ongelijkheid in vermogens. Herckenrath zocht de oplossing van die ongelijkheid dus in het erfrecht. Hij was onder andere actief in de Nederlandse Erfrecht Hervormings Partij. Zijn utopische roman was onderdeel van de propaganda voor zijn opvattingen. Hij publiceerde vaak over de sociale kwestie, ook in het buitenland. In de KB bevindt zich een typoscript van een Franse vertaling van De reis naar Hedonië, onder de titel Terre de Bonheur, maar die vertaling is nooit daadwerkelijk uitgegeven.

In een artikel in tijdschrift De Woordenaar, nr 9, gaat Jan Posthumus dieper in op Herckenraths woordenboeken en zijn maatschappijhervormde activiteiten.