Wie was Carel Burbach?
22 februari 2016 Arno Kuipers Nederlandse literatuur en taal

Zijn korte verhalen werden in minstens vier Europese talen vertaald, maar gegevens over de Nederlandse schrijver Carel Burbach waren in de Nederlandse bibliotheekcatalogi niet te vinden.

Carel Burbach in Simplicissimus, 1927
Carel Burbach in Simplicissimus, 1927
Carel Burbach in het Pools, 1932
Carel Burbach in het Pools, 1932
Carel Burbach in het Grieks, 1927
Carel Burbach in het Grieks, 1927

Carel Burbach in vertaling

Voortgezet digitaal speuren leidde naar andere vertalingen van deze onbekende schrijver. In 1932 verscheen een verhaal getiteld ‘Skandal w hotelu’ van Carel Burbach in de Poolse krant Głos Poranny (literaire bijlage ‘Dodatek poieczno literacki’, p. 4) In 1929 was hij opgenomen in de Estische bloemlezing Romaani Kevadealbum (p. 32) met het verhaal ‘Lahutas’ en in het Griekse Bouquet verscheen in 1926 een verhaal van Carel Burbach dat in vertaling ‘De beulsknoop’ heet (dank aan Sofia Kapnissi voor de vertaling). De rubriek waarin dit verhaal is opgenomen heet ‘Duitse literatuur’, dus het is waarschijnlijk dat Burbach via het Duits naar het Grieks is vertaald. Misschien hebben de Duitse vertalingen van Willy Blochert de aandacht getrokken van de Oost- en Zuid-Europese tijdschriften.

Cabaret

Naspeuringen in Delpher wijzen uit dat de verhalen van Carel Burbach in Nederland vooral in De Telegraaf verschenen, in de rubriek ‘1001 dag’, zoals bijvoorbeeld het verhaal ‘Lunch’, Het zijn steeds een beetje moppige verhalen, met meestal een verrassende pointe aan het eind. Die humoristische stijl blijkt uit de cabaret-hoek te komen, want Burbach was actief in de ‘Amsterdamsche Tooneel- en Cabaretvereeniging A.T.E.C.’ Dit gezelschap trad onder meer op met kluchten in sportkantines. Zo glorieerde Burbach volgens Het Sportblad tijdens de ‘kampioensfuif’ van V.V.G.A. in 1926: ‘Er werd met animo gespeeld, waarbij vooral de rol van Maurits Stein, door den heer Carel Burbach, op onnavolgbare wijze werd vertolkt. Er is door de talrijke aanwezigen gegierd van den lach.’

Vroege dood

Het lijkt erop dat Carel Burbach rond 1925 een aanstormend humoristisch talent was. Zijn toneelspel werd gewaardeerd en zijn korte verhalen werden zelfs her en der in Europa vertaald. Hij had het misschien even ver kunnen schoppen als zijn gezelschapsgenoot Martin Eekhof, die later onder de naam Rob Milton furore maakte als acteur in het theater en voor de televisie onder andere optrad in Swiebertje. Maar in 1926 ging het mis. Op 8 juni 1926 plaatste de ‘werkende kring van A.T.E.C.’ een overlijdensadvertentie in het Algemeen handelsblad: Carel Burbach was op zesentwintigjarige leeftijd overleden. Een ongeluk of een plotselinge ziekte moet een einde aan zijn leven hebben gemaakt.

Band van De menschen zeiden..., 1927. Aanvraagnummer: 12016198
Band van De menschen zeiden..., 1927. Aanvraagnummer: 12016198
Titelpagina van De menschen zeiden...
Titelpagina van De menschen zeiden...
Overlijdensbericht van Carel Burbach
Overlijdensbericht van Carel Burbach

Boek

Zijn vroege dood is de reden dat Carel Burbach zo onbekend is gebleven. Een beroemd blijspelacteur is hij niet geworden en zijn verhalen reikten niet verder dan de krant, hoewel ze dus ook in het buitenland werden opgepikt. Toch is er één boek verschenen van Carel Burbach. Dit boek, De menschen zeiden…, gedrukt bij Elsevier, is een postume bundeling uit 1927 van Burbachs verhalen, waarschijnlijk samengesteld door zijn vader. In 1927 meldde De Telegraaf dat het boek kon worden besteld bij de heer C.J. Burbach aan de Marnixkade in Amsterdam. De KB kon recent een antiquarisch exemplaar bemachtigen.

De menschen zeiden…

In het titelverhaal van Burbachs bundel krijgt een arm ‘oud vrouwtje’ van de schoolmeester te horen dat haar zoontje ‘een gouden stem’ heeft en dat zij moreel verplicht is hem zangles te laten volgen bij een beroemde zanger ‘voor den spotprijs van ƒ 5.- per uur’. Ze neemt extra verstelwerk aan om de dure lessen te kunnen betalen en haar zoon wordt inderdaad een beroemd en gevierd zanger. Jaren later staat hij opeens weer voor de deur van zijn moeder: ziek door keeltering: ‘Op dezelfde plaats, waar eertijds het oud piano’tje stond, had thans oud vrouwtje haren zoon een legerstee gespreid en, hierop uitgestrekt, kwijnde de eens zoo gevierde zanger langzaam weg aan de keeltering, die hem sloopte, huilde hij in gierende wanhoopsvlagen over zijn verwoeste stem, verwenschte zijn “uitgefuifd karkas”.’ De moeder verpleegt haar zoon tot het einde, hoewel ‘de menschen zeiden, dat ze gek was.’

Reageer op deze blog

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.