Gedichten van A tot Z: Donner

24 februari 2014 Jan Bos Nederlandse poëzie

Natuurlijk heb ik deze gedichten over Jan-Hein Donner gekozen om de aandacht te vestigen op de prachtige schaakcollectie van de KB. Die verzameling is een van de grootste ter wereld en bevat toernooiverslagen, partijanalyses, biografieën en zelfs delen van het FIDE-archief. En waar de KB zich verder vooral toelegt op publicaties uit Nederland, vindt de liefhebber hier ook titels in bijvoorbeeld het Spaans of het Fins; en zelfs in Rusland of China blijkt e2-e4 begrijpelijke taal.

Bohemien

Jan-Hein Donner was misschien niet de beste grootmeester uit de vaderlandse schaakgeschiedenis, maar wel de kleurrijkste. Hij was een imposante verschijning, leidde soms een bohemienachtig bestaan en nam zelden een blad voor de mond. Later ontpopte hij zich ook nog als een uitstekend columnist. Tot zijn grootste successen behoren de drie eindoverwinningen in het prestigieuze en altijd sterk bezette Hoogovenschaaktoernooi, in 1950, 1958 (gedeeld met Max Euwe) en 1963.

De match Luteijn-Donner, p. 14-15

De match Luteijn-Donner, p. 14-15

Rawie en Van Wissen

Waarom de aankomende dichters Jean Pierre Rawie en Driek van Wissen in 1976 juist Donner tot hoofdpersoon van hun debuutbundel maakten, weet ik niet. De reeks gedichten lijkt nog het meest op een uit de hand gelopen, maar wel zeer geslaagde studentengrap. Beide auteurs hebben sindsdien als dichter naam gemaakt met hun opmerkelijk toegankelijke poëzie. Driek van Wissen was van 2005 tot 2009 zelfs Dichter des Vaderlands. Samen schreven ze in diezelfde jaren de Rijmkroniek des vaderlands, een kolderieke Nederlandse geschiedenis in dichtvorm. Dat een strakke versvorm (met zelfs maar twee rijmklanken per gedicht) een humoristische inhoud helemaal niet in de weg hoeft te zitten bewijzen ze ook met de 24 sonnetten uit De match Luteijn-Donner.