Gedichten van A tot Z: Frekie
24 maart 2014 Jan Bos Nederlandse poëzie

Willem Wilmink schreef Frekie begin jaren ‘70 voor de Stratemakeropzeeshow. Ik denk dat Frekie meer heeft bijgedragen aan de acceptatie van onze medemensen met een verstandelijke uitdaging dan het morele verbod op het gebruik van de woorden ‘debiel’ en ‘mongool’.

Lukraak

In mijn studententijd voetbalde ik bij de v.v. Leiden. Het eerste elftal kwam uit in de Leidse onderafdeling van het zaterdagamateurvoetbal. Ik speelde in het zevende. Dat niveau dus. Kampioen zijn we nooit geworden. We waren al blij als we in de middenmoot eindigden. Op een dag speelden we uit tegen het zoveelste van v.v. Koudekerk. In de rust maakte een van hun spelers plaats voor een debiele jongen. We hoorden dat ze hem elke week de tweede helft lieten meevoetballen. Het was niet zo dat hij geen idee had welke kant hij op moest spelen, maar veel meer dan een lukrake trap naar voren kwam er niet van zijn schoenen. Zijn medespelers schoven hem af en toe de bal toe, wat feitelijk neerkwam op zelfgekozen balverlies. Als ik me goed herinner was de ruststand 1-1 en wonnen we met 1-2.

Gunnen

Wij, als tegenpartij, hielden er een ongemakkelijk gevoel aan over. Aan de ene kant vonden we dat we het die jongen moesten gunnen om mee te spelen en was er oprechte waardering voor de spelers van Koudekerk die hem die gelegenheid gaven. Aan de andere kant deden ze zichzelf moedwillig tekort en op die manier namen ze ons als tegenstander ook niet helemaal serieus. Dat ongemakkelijke gevoel, maar dan op kinderniveau, is wat Willem Wilmink in dit lied bespreekbaar maakt. De tekst is te vinden in Wilminks bundels Berichten voor bezorgde kinderen en Visite uit de hemel, beide uit 1975.

Wanneer ’s middags om vier uur
onze schoolbel was gegaan,
en we gingen voetbal spelen,
dan kwam Freek er altijd aan.

Frekie woonde in de buurt,
maar zat niet op onze school.
Hij was een debiele jongen,
een mongool.

Meestal riep er iemand wel:
“Kom maar, Frekie, doe maar mee.”
Welke kant hij uit moest schoppen,
daarvan had-ie geen idee.

Maar we legden soms de bal
op twee meter van het doel,
en we riepen: “Schieten, Frekie!”
En hij trok een ernstig smoel.

Als het raak was, dook de keeper
mooi naar de verkeerde kant,
en ’t was góal, en dan was Frekie
kampioen van Nederland.

Misschien vind je Frekie zielig.
Ja? Bedenk er dan maar bij,
dat ik niet vaak iemand aantrof
die zo blij kon zijn als hij.

Berichten voor bezorgde kinderen
Berichten voor bezorgde kinderen

Aanvraagnummer: FD 1979/1363

Visite uit de hemel
Visite uit de hemel

Aanvraagnummer: KW Ki 7694

Stratemakeropzeeshow

Willem Wilmink schreef Frekie begin jaren ‘70 voor de Stratemakeropzeeshow. Harry Bannink zette de tekst op muziek en Joost Prinsen zong het lied op zijn zeer kenmerkende wijze. Het bekende refrein ‘Frekie, Frekie – Hé jongens, daar is Frekie’ ontbrak aanvankelijk en werd pas later toegevoegd. De Stratemakeropzeeshow is vaak geprezen als het beste dat ooit voor kinderen op de Nederlandse televisie gemaakt is. Anderen verfoeiden juist het programma, omdat het brave opvoedkundige principes flink overhoop gooide: “Wat wil je later worden in de maatschappij? – Stratemaker op zee.” Ik denk dat Frekie meer heeft bijgedragen aan de acceptatie van onze medemensen met een verstandelijke uitdaging dan het morele verbod op het gebruik van de woorden ‘debiel’ en ‘mongool’.