Gedichten van A tot Z: Gerrit
7 april 2014 Jan Bos Nederlandse poëzie

Het gedicht 'De geest van het Spanderswoud' klinkt als een aansporing tot onthaasting, een term die vast nog niet bestond toen Gerrit Komrij dit schreef.

Ga eens uit wandelen in het Spanderswoud
En loop er ontspannen tussen de sparren.
Rek er de tijd, alsof je die herkauwt.
Rustig, bedaard. Wees er eens minder star en

Ingehouden dan in het dagelijks leven:
Tien tegen een dat je de Geest tegen-
Komt, die door het bos bleef zweven,
Ook toen de Welvaart kwam met haar Zegen.

Maar denk niet dat je met hem praten kan.
Rillend zit hij, een godverlaten kwant,
In de hoogste boomtop, daar luid blatend van
Joehoe, met een schuimspaan in zijn hand.

Acrostichon

Het duurt misschien even voor u in dit gedicht een persoonsnaam ontdekt. Die zit verstopt in de eerste letters van de regels. Zoiets heet een acrostichon. Dit gedicht zou over een willekeurige vreemde verschijning zou kunnen gaan, maar dichter Gerrit Komrij betrekt het nadrukkelijk op zichzelf, zo blijkt uit die beginletters. Hij is die godverlaten kwant die in trance op de hoogste tak zit. Het Spanderswoud is overigens een bos bij Hilversum, waar veel schrijvers en dichters vertoefd hebben

Onthaasten

Het gedicht klinkt als een aansporing tot onthaasting, een term die vast nog niet bestond toen Komrij dit schreef. Als je je losmaakt van de hectiek van dagelijkse beslommeringen, dan word je vanzelf ontvankelijk voor bijzondere, poëtische ervaringen. Maar echt contact met de dichter krijg je nooit. Zijn praten lijkt blaten en hij zwaait niet met een scepter maar met een schuimspaan. ‘Joehoe’ is ook niet direct het meest dichterlijke woord in onze taal..