Gedichten van A tot Z: Leopold
17 juni 2014 Jan Bos Nederlandse poëzie

Als ik ooit verbannen word naar een onbewoond eiland en ik mag maar één boek meenemen, dan zal dat de uitgave van de Verzamelde gedichten van Ida Gerhardt zijn. In mijn ogen heeft er de laatste drie eeuwen niemand mooiere gedichten geschreven dan zij. Het is poëzie op zijn puurst: heftige gevoelens, diep doordacht vervat in strenge vormen.

Dichten was voor Ida Gerhardt een heilig moeten, geen aangenaam tijdverdrijf maar een kwellende opgave. In Kwatrijnen in opdracht verwoordt ze het zo:

In opdracht

Van scheppens pijn de onverhoedse stoot;
Liefde en haat, tot op de wortels bloot, -
Hoe hèbt gij, God, mij met dit volk verbonden,
Dat gij mij tot zó bitter werk ontboodt.

II

Zoek in mijn verzen heulsap noch venijn.
Het zijn de scheuten van een felle pijn;
de doodsangst om mijn land, mijn volk, mijn taal,
wringt in het onverbiddelijk kwatrijn.

Ida Gerhardt, Verzamelde gedichten

J.H. Leopold

Ida Gerhardts grote voorbeeld was de dichter J.H. Leopold (1865-1925). Ze had hem persoonlijk gekend. Hij was haar leraar Grieks op het gymnasium in Rotterdam. Zij volgde zijn voetsporen door ook klassieke talen te studeren, les te geven en gedichten te schrijven. Ze volgde evenzeer zijn stijl van schrijven. Tijdens zijn leven had Leopold als dichter niet veel erkenning gekregen – in elk geval veel te weinig in de ogen van Gerhardt. In het bovenstaande rondeel op zijn dood, 35 jaar later geschreven, klinkt de verbittering daarover nog onverminderd door. Een rondeel overigens is een dichtvorm die gekenmerkt wordt door de herhaling van de eerste regel in de zevende en dertiende en van de tweede regel in de achtste.

Rondeel voor Leopold

Offert Asklepius een haan;
want hij is tot den dood genezen,
die door zijn volk is uitgewezen
en ongeweten heengegaan.

Wat komt gij samen òm hem staan?
Het woord is bitter: onvolprezen.
Offert Asklepius een haan,
want hij is tot den dood genezen.

Geen die het laken terug zal slaan
nu hij niet meer te wéér kan wezen.
Geen stilte is zo stil als deze. –
Hij kwam aan de overzijde aan.

Offert Asklepius een haan.

Uit: De hovenier , 1961

Een bittere dichteres

Reageer op deze blog

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.