Gedichten van A tot Z: Maarten
2 juli 2014 Jan Bos Nederlandse poëzie

Wat kan Anna Bijns (1493-1575) geweldig tekeergaan! Dit is maar één (het derde) van de acht coupletten van haar referein Noch schijndt Merten van Rossom de beste van tweën.

Noch schijndt Merten van Rossom de beste van tweën

Merten van Rossom met veel quaets ghespuijs verselt,
Heeft menich schoon huijs in brande ghestelt.
Maer Luthers boosheijt gaet verre boven screven.
Duer hem zijn kercken, cluijsen, cloosters ghevelt,
Menich goedts mans kint, niet mueghelijc ghetelt,
Uuijten cloosters ghejaecht, die nu deerlijc sneven,
Stelen en rooven, daer zij bij leven:
Van dien zijn der licht ooc onder Rossoms bende.
Waerom werdt Rossom dan alleene bekeven?
Leeliker dan zijne luijdt Luthers legende!
Doet open u ooghen, ghij onbekende
Die Lutherum loeft ende Rossom laect.
Aensiet Luthers bedrijf, ’t beghin en d’ende.
Noch heeft hij ’t qualiker dan Rossom ghemaect.
Dit moet ghij lijden, hoe ghij de waerheijt messaect:
Ghij en kunt hierteghen niet ghesegghen neen.
Maer al zijn zij allebeijde van deughden naect,
Noch schijndt Merten van Rossom de beste van tweën.*

Refereinen waren een geliefde versvorm van de 16e-eeuwse Rederijkers. In een referein komt dezelfde stokregel als een soort conclusie aan het eind van elk couplet terug. Anna Bijns vergelijkt in dit referein de gruweldaden van de moordende en plunderende roofridder Maarten van Rossem met die van de hervormer Maarten Luther. Beiden deugen ze van geen kant maar de slotsom is toch steeds dat Maarten van Rossem de minst kwade van de twee is.

Anna Bijns, Dit is een schoon ende suverlijc boecxken inhoudende veel... constige refereinen. 1528 (facsimile 1987)

Anna Bijns, Dit is een schoon ende suverlijc boecxken inhoudende veel... constige refereinen. 1528 (facsimile 1987) Aanvraagnummer: KW 2294 E 2.

Reformatie

Dit is lang niet het enige gedicht waarin Anna Bijns haar vurige pijlen op Maarten Luther richt. Hij moet het veel vaker ontgelden. Een ander fraai voorbeeld is Dit komt meest al tsamen uut Luthers doctrijne. Daarin is Luther de oorzaak en de verpersoonlijking van alle ellende die er sinds de Reformatie over de wereld is gekomen. Door zijn leer (doctrijne) lopen de kloosters leeg, wordt de vastentijd niet meer in acht genomen, leggen monniken het aan met nonnen, kortom: houdt niemand zich meer aan Gods geboden. Je zou de denkbeelden van Anna Bijns ultra conservatief-katholiek kunnen noemen, maar het is natuurlijk oppassen met het plakken van zulke etiketten op een heel andere tijdvak. Feit is dat er op het breukvlak van middeleeuwen en renaissance veel traditionele waarden en normen op de helling gingen - en dat Anna Bijns daar geen vrede mee had.

Felheid in versvorm

Maar of je het met haar eens bent of niet – ze heeft een geweldige pen. De Rederijkers staan bekend om hun complexe versvormen, die al heel snel gekunsteld overkomen, als een maniertje op zich. Maar Anna Bijns gebruikt de vorm juist om de inhoud extra kracht bij te zetten. De klappen die ze aan Luther uitdeelt, komen des te harder aan door de steeds herhaalde rijmklanken, door het beginrijm (alliteratie) en natuurlijk door de stokregel. In elk vers, hoe ingewikkeld ook geconstrueerd, klinkt in de eerste plaats de felheid door waarmee het is geschreven. Om die stijlmiddelen wat zichtbaarder te maken staat hieronder hetzelfde couplet met de rijmklanken gekleurd en de alliteraties vet en cursief gemaakt.

Anna Bijns Prijs

Ondanks dat ze een vrouw was en dus geen lid kon zijn van een Rederijkerskamer, werd de hoge kwaliteit van het werk van Anna Bijns ook in haar eigen tijd al zeer geprezen. Die waardering duurt tot in onze tijd voort in de vorm van studies, bloemlezingen en heruitgaven, die natuurlijk allemaal in de KB aanwezig zijn. Vorig jaar verscheen een nieuwe bloemlezing van haar werk, Meer zuurs dan zoets, samengesteld door Herman Pleij, die in 2011 ook al een zeer uitvoerige biografie aan haar gewijd had. Anna Bijns is bovendien de terechte naamgever van de belangrijkste literaire onderscheiding voor Nederlandse literatuur van vrouwen, de Anna Bijns Prijs.

Noch schijndt Merten van Rossom de beste van tweën.

Merten van Rossom met veel quaets ghespuijs verselt,
Heeft menich schoon huijs in brande ghestelt.
Maer Luthers boosheijt gaet verre boven screven.
Duer hem zijn kercken, cluijsen, cloosters ghevelt,
Menich goedts mans kint, niet mueghelijc ghetelt,
Uuijten cloosters ghejaecht, die nu deerlijc sneven,
Stelen en rooven, daer zij bij leven:
Van dien zijn der licht ooc onder Rossoms bende.
Waerom werdt Rossom dan alleene bekeven?
Leeliker dan zijne luijdt Luthers legende!
Doet open u ooghen, ghij onbekende
Die Lutherum loeft ende Rossom laect.
Aensiet Luthers bedrijf, ’t beghin en d’ende.
Noch heeft hij ’t qualiker dan Rossom ghemaect.
Dit moet ghij lijden, hoe ghij de waerheijt messaect:
Ghij en kunt hierteghen niet ghesegghen neen.
Maer al zijn zij allebeijde van deughden naect,
Noch schijndt Merten van Rossom de beste van tweën.

*Vertaling in modern Nederlands

Reacties

Reageer op deze blog

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.