Nieuwe bloemlezing Nederlandse poëzie van Ilja Pfeijffer
17 november 2016 Arno Kuipers Nederlandse poëzie

De nieuwe poëziebloemlezing van Ilja Leonard Pfeijffer is verschenen: De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten. Een uitgave van Prometheus te Amsterdam. Voor deze lijvige bloemlezing resideerde dichter Ilja Pfeijffer in het voorjaar van 2016 langdurig in de Koninklijke Bibliotheek.

Ilja Leonard Pfeijffer in de leeszaal van de KB
Ilja Leonard Pfeijffer in de leeszaal van de KB

Ilja Leonard Pfeijffer in de leeszaal van de KB

Titelpagina
Titelpagina van De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, 2016

Titelpagina van De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, 2016

Karretjes

Veel namen van dichters die onder handen moesten worden genomen had Pfeijffer natuurlijk al in zijn hoofd zitten voordat hij de KB binnenstapte. Bekende canonieke dichters als Herman Gorter, Henriëtte Roland Holst, M. Nijhoff, Paul van Ostaijen, Hugo Claus, Lucebert, Eva Gerlach e.v.a. lagen al klaar, maar de meeste dichters moesten dagelijks naar boven worden getakeld door het team magazijnen van de afdeling Collectiebehoud. Deze ondergrondse arbeiders vertoeven dagelijks in onze kilometers strekkende magazijnen, waar de nationale boekproductie wordt bewaard. Door KB-bezoekers worden ze zelden gezien, maar ze zijn onmisbaar. Dagelijks moeten deze collega’s de aangevraagde publicaties uit de magazijnen plukken. Na verloop van tijd liggen ze dan bij de balies klaar. Voor Pfeijffer werd een speciale route aangelegd, waarbij honderden titels in dagelijkse shifts al vóór openingstijd vanuit de gewelven direct naar de bloemlezerkamer werden gebracht. Volgeladen karren met nieuw door te nemen bundels werden in de kamer geleegd in de kast ‘Nog doen’ en even volle karren uit de kast ‘Terug naar magazijn’ werden weer afgevoerd.

Gerrit Komrij, De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in 1000 en enige gedichten, 1e druk, 1979.
Gerrit Komrij, De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in 1000 en enige gedichten, 1e druk, 1979.

Gerrit Komrij, De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in 1000 en enige gedichten, 1e druk, 1979.

Lucebert, Er is alles in de wereld. Samengesteld door Ilja Pfeijffer, 2009
Lucebert, Er is alles in de wereld. Samengesteld door Ilja Pfeijffer, 2009

Lucebert, Er is alles in de wereld. Samengesteld door Ilja Pfeijffer, 2009

Raar

Pfeijffers bloemlezing wordt welbewust als opvolger van de beroemde bloemlezing van Gerrit Komrij gepresenteerd. In 1979 verscheen de eerste druk van die bloemlezing, die meteen veel stof deed opwaaien, want Komrij liet zich niets gelegen liggen aan gevestigde dichterlijke reputaties. Pfeijffer ook niet, maar hij pakte het wel iets anders aan dan Komrij. Die stond bijvoorbeeld op z’n zachtst gezegd gereserveerd tegenover Vijftigers als Lucebert, Kouwenaar en Schierbeek, hij kreeg het in 1980 zelfs met ze aan de stok in een rechtszaak. Komrij zocht veel meer naar de anekdotiek en de scherts dan naar taalspelen van Lucebert en de zijnen. Pfeijffer is een overtuigd bewonderaar van Lucebert, hij bloemleesde hem al eens afzonderlijk in Er is alles in de wereld. Pfeijffer is ook veel sterker aanhanger van de experimentele school. In zijn voorwoord schrijft hij:

Poëzie waarin iets gebeurt en waarin iets op het spel staat, heb ik de voorkeur gegeven boven verstilde observaties die ten onrechte voor poëtisch doorgaan. Gedichten waarin de taal zelf wordt scheefgetrokken en omgewoeld, omdat dat moet, omdat dat niet anders kan, omdat het onzegbare anders niet gezegd kan worden, heb ik verkozen boven welluidend gepolijste kleinoden van geraffineerde mooisprekers. Poëzie die niet raar is, is bijna nooit goed.

Politiek

De laatste jaren heeft Pfeijffer veel meer het politieke engagement gezocht. In zijn columns, maar ook in de gedichten van zijn laatste bundel Idyllen. Dat vind je ook sterk terug in deze bloemlezing : ‘gedichten die zich verhouden tot de politiek, de actualiteit en de smerige wereld buiten het gedicht’ worden volgens Pfeijffer ‘meestal niet opgenomen in bloemlezingen als deze. Die onrechtvaardigheid heb ik hier rechtgezet.’ Zodoende is in deze bloemlezing een wat vergeten dichter als A.J.D. van Oosten opeens weer ruim vertegenwoordigd. Dat was een zeer sociaal-geëngageerde dichter uit katholieke hoek die veel schreef over de gevolgen van de crisis van de jaren dertig. In zijn eerste bloemlezing uit 1979 nam Komrij hem niet op, in de uitgebreide editie uit 2004 wel met vier gedichten, maar door Pfeijffer is hij weer geheel in ere hersteld met zeven gedichten'. Andere, 'politiekere' gedichten dan de door Komrij gebloemleesde.

A.J.D. van Oosten, Tijd der nooden, 1934
A.J.D. van Oosten, Tijd der nooden, 1934

A.J.D. van Oosten, Tijd der nooden, 1934

A.J.D. van Oosten, Directie-order 705
A.J.D. van Oosten, Directie-order 705

A.J.D. van Oosten, Directie-order 705

Mea Strand

Met alle verschillen zijn er natuurlijk ook veel overeenkomsten. Sommige gedichten staan nu eenmaal altijd in elke bloemlezing. Het mooie van poëzie is dat er meer dan één reden kan zijn om een gedicht mooi te vinden. De ironische Komrij nam met evenveel genoegen het gedicht ‘Berceuse presque nègre’ van Paul van Ostaijen op als de naar lekker rare taal en engagement speurende Pfeijffer. Maar het leukst zijn de verschillen. En de nieuwe bloemlezing bewijst toch ook maar weer dat al die vergeten dichters in onze magazijnen mogen blijven hopen op aandacht. Mijn oog bleef bij de inhoudsopgave haken bij de naam Mea Strand, vertegenwoordigd met één gedicht, door Pfeijffer genomen uit haar enige bundel Orion uit 1956. Die bundel verscheen toen in de reeks De Windroos bij uitgeverij Holland. Mea Strand? Wie was dat ook alweer? Het is een pseudoniem van Tine of Tientje Louw, die onder eigen naam vooral bekend was als illustratrice. De naam Mea Strand reserveerde ze voor haar poëzie. In zowel Wikipedia als DBNL schittert ze door afwezigheid. Toen Gerrit Komrij in 2010 de jongste generatie apart bloemleesde in De 21ste eeuw in 185 gedichten relativeerde hij de voorspellende waarde van dergelijke bloemlezingen: ‘In de bloemlezing Met andere woorden. Jonge dichters uit noord en zuid uit 1960 staan ook gedichten van Mea Strand, Ed. O Roletto, Susanne Lecointre en Georges van Vrekhem. Ze lopen vast nog ergens rond, in de Kalahariwoestijn.’ Ilja Pfeijffer heeft ze in zijn oase genood, maar ze toen ook weer genadeloos de woestijn ingestuurd, behalve Mea Strand. Zij werd uitverkoren. Er is dus altijd hoop.

Mea Strand, Orion, 1956
Mea Strand, Orion, 1956

Mea Strand, Orion, 1956

Mea Strand, In de trein
Mea Strand, In de trein

Mea Strand, In de trein

In de boekhandel en in onze webwinkel

De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten is vanaf 18 november te koop in de boekhandel en natuurlijk in onze webwinkel.

Reageer op deze blog

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.

Lees meer blogs over dit thema: