Vriendschap voor de eeuwigheid?

14 oktober 2020 Jeroen Vandommele Vriendenboeken

De reconstructie van het album amicorum van Cornelis Buys (1559-1632)

Ware vriendschap duurt voort na de dood — 'amicitia etiam post mortem durans': dat althans zegt een klassiek adagium. Maar voor alba amicorum gaat dit niet altijd op. Soms was een album niet bestand tegen de tand des tijds. Het album amicorum van Cornelis Buys (1559-1632) werd uit elkaar gehaald en verschillende erfgoedinstellingen zijn in het bezit van enkele bladen. Dit blog doet een poging het album te reconstrueren aan de hand van alle tot nu toe bekende albumbijdragen.

Voor de eeuwigheid?

Een album amicorum werd gemaakt voor de eeuwigheid. In bijdragen kan men vaak lezen dat de inscribent hoopt dat zijn vriendschap met de albumeigenaar eeuwig mag voortduren (‘in perpetuam amicitia’). Dat bijdragen in alba doorspekt zijn met klassieke clichés over de vriendschap of dat sommige bijdrageschrijvers de eigenaar van het album niet of nauwelijks kenden, doet niets af aan de idee dat het album de wens tot eeuwigdurende vriendschap symboliseerde. De inscriptie onderschreef — letterlijk — de vriendschapsband en werd door de eigenaar zorgvuldig bewaard. Een vriendenboek kan daarom beschouwd worden als een schriftelijk monument van het sociale netwerk van de albumbezitter. In latere jaren kon die in zijn album bladeren en zich de belangrijke momenten van zijn leven herinneren.

Ondanks zulke voornemens haalden veel alba de eeuwigheid niet. Ze gingen zwerven, raakten verloren of beschadigd, of werden zelfs weggegooid. Vanaf de achttiende eeuw waren alba steeds vaker aan moedwillige sloop onderhevig. Inscripties van beroemdheden werden uit alba gescheurd en sommige alba werden gedemonteerd om de bijdragen los te verkopen.

Impressie van het album amicorum van Cornelis Buys

Impressie van het album amicorum van Cornelis Buys (KB KW 1900 A 150)

Het album amicorum van Cornelis Buys op zwerftocht

Een van de slachtoffers van een dergelijke operatie is het album amicorum van Cornelis Buys. Cornelis Buys was een van de zonen van de jurist en landsadvocaat Paulus Buys (1531-1594). In november 1577 schreef hij zich in als artes-student aan de Universiteit van Leiden. Vanaf 1580 was hij kostganger bij de bekende geleerde Justus Lipsius (1549-1606). In 1594 erfde hij van zijn vader landerijen in onder andere Wassenaar, Maasdijk, Hazerswoude en Koudekerke; hij werd een vermogend man. In 1598 volgde bovendien de benoeming tot meesterknaap van de houtvesterij van Holland en West-Friesland. Tussen 1608 en 1614 vervulde hij ook nog de positie van baljuw en drossaard van Purmerend en de Beemster. Dit laatste ambt was echter niet aan hem besteed; het regende klachten over Buys, die klaarblijkelijk liever in Den Haag verbleef dan afreisde naar het noorden. In het begin van de zeventiende eeuw trouwde Buys met Geertruyd van der Goes met wie hij vier kinderen kreeg. Verder is er weinig te vinden over zijn leven. Uit zijn album amicorum zouden we hem nader kunnen leren kennen. Welke connecties verwierf hij dankzij zijn vaders positie als landsadvocaat en curator in Leiden? Als een van de eerste studenten in Leiden en logée bij Lipsius moet hij een aantal belangrijke academici hebben ontmoet. Welke sociale contacten verkreeg hij als ambtenaar?

In de handel dook het album voor de eerste keer op in een catalogus uit 1833. Op dat moment was het album al uit elkaar gehaald. Dezelfde verzameling duikt opnieuw op in een veilingcatalogus uit 1897. De blaadjes zijn ondertussen op foliobladen geplakt. Deze collectie raakt korte tijd later opnieuw versnipperd. Een deel (31 blaadjes) komt terecht bij de familie van Beresteyn. Daar worden de blaadjes in een half perkamenten band samengebonden. Dit album werd in 2017 door de KB verworven. Een ander deel (19 blaadjes) kwam in 1917 via P. Leendertz binnen bij de Universiteit van Amsterdam. Ook andere bladen uit het album Buys vonden hun weg naar erfgoedinstellingen. In 1853 werden enkele bijdragen aangeboden bij Martinus Nijhoff in Den Haag en verkocht aan The British Library. In de daaropvolgende twintig jaar kwam een deel van het album nog twee keer op de markt: in 1864 en in 1873. Een deel heeft ook zijn weg naar erfgoedcollecties gevonden: de Universiteit Leiden heeft zeven van deze blaadjes in haar bezit en de KB zes.

Bijdrage van Jacome Boogaerde in het album amicorum van Cornelis Buys, met tekening van een musicerend koppel onder een boom.
Bijdrage van Jacome Boogaerde in het album amicorum van Cornelis Buys, met tekening van een musicerend koppel onder een boom (KB KW 1900 A 150, fol. 63r)
Bijdrage van Gregorius Schmer von Elbing in het album amicorum van Cornelis Buys, met een tekening van een vestingplaats.
Bijdrage van Gregorius Schmer von Elbing in het album amicorum van Cornelis Buys, met een tekening van een vestingplaats (KB KW 1900 A 150, fol. 67r)

Reconstructie

In totaal worden 65 bladen uit het album in erfgoedcollecties bewaard. Dit is zeker niet het volledige album. De zeventiende-eeuwse foliering die bij sommige bladen nog aanwezig is, suggereert een vriendschapsboek van minstens 241 folia (al dan niet met bijdragen). De beschrijvingen in de veilingcatalogi doen bovendien vermoeden dat een aanzienlijk aantal bijdragen zich nog in particulier bezit bevindt, of nog niet geïdentificeerd is als behorende tot het album amicorum van Cornelis Buys. Desondanks is er genoeg materiaal voor een voorlopige reconstructie.

Het eerste wat opvalt, is dat het album heel het volwassen leven van Cornelis Buys omvat, van 1587 tot 1632. Het bevat zowel bijdragen van geleerden, studenten, familieleden als leden van de Hollandse bestuurlijke elite. De meeste vriendschapsopdrachten zijn geschreven in het Latijn (36); er zijn er ook in het Frans (14) en het Nederlands (12). Bij sommige bijdragen heeft een zeventiende-eeuwse hand (wellicht Buys zelf) bijkomstige informatie geschreven. Meer dan de helft van de bijdragen is geïllustreerd: 31 bevatten het wapen van de inscribent. Vijf bijdragen worden vergezeld van pentekeningen.

Clusters

Hoewel voorzichtigheid geboden is vanwege de onvolledigheid van het album, is het mogelijk de huidige bijdragen te clusteren rondom enkele specifieke periodes. Tussen 1587 en 1593 verzamelde Buys vooral bijdragen van mensen die hij kende uit Leiden, waarschijnlijk nog van zijn studie: zeventien bijdragen worden in die periode gemaakt. De meeste zijn leeftijdsgenoten, zoals Bonifacius de Jonge uit Zierikzee (1567-1625) en Mello Theodorus Brunsema (1560-1608). De bekende hoogleraar Bonavontura Vulcanius (1538-1614) pende op 17 maar 1591 ook een bijdrage neer. Vooral de eerste bijdrage, geschreven op 20 mei 1587, is bijzonder. Die is van de Haarlemse theoloog Georgius Benedicti Wertelo (1563-1588) en omvat een Latijns gedicht met de toepasselijke titel ‘Eeuwige vriendschap’ (‘Aeviternae amiticiae’). De bijdrage staat als brief beschreven in de catalogus van de Universiteit van Amsterdam, maar de afmetingen van het blad komen overeen met die van andere bladen uit het album van Buys en het thema ‘vriendschap’ maakt het erg waarschijnlijk dat Wertelo zijn gedicht voor het album schreef. Uit de bijdrage blijkt dat Buys en Wertelo elkaar al lang kennen. In het begin van de Opstand zaten ze samen in ballingschap in Duitsland, op de Latijnse school in Bremen. Bij terugkeer in de Nederlanden gingen ze in november 1577 samen studeren in Leiden. Uit het gedicht blijkt verder dat ze toen ook een huis deelden. Nadat Wertelo naar Cambridge verhuisde, kwam hij Cornelis Buys rond 1585 opnieuw tegen, waarschijnlijk in Londen waar een Nederlandse delegatie, geleid door Paulus Buys, bij Elizabeth I steun zocht voor de Opstand.

Met acht bijdragen vormt het jaar 1594 een tweede cluster. Ditmaal zijn de bijdragen familie-gerelateerd: op 4 mei 1594 overleed Paulus Buys in Huis te Viet nabij IJselstein. Verschillende bijdragen werden rond die datum geschreven, onder meer door Cornelis’ zus, Odilla Buys en haar man Cornelis van Nieustadt. Zij waren op 6 mei 1594 getrouwd en leverden diezelfde dag bijdragen. Cornelis van Nieustadt (of Neostadius) was sinds 1580 advocaat-fiscaal van Holland en Zeeland. Vanuit deze functie zou hij zijn schoonbroer aan enkele lucratieve functies helpen.

Bijdrage van Odilla Buys in het album amicorum van Cornelis Buys. Met de famiewapens van Buys en Nieustadt. (UB Leiden, BPL 1753.2)
Bijdrage van Odilla Buys in het album amicorum van Cornelis Buys. Met de famiewapens van Buys en Nieustadt (UB Leiden, BPL 1753.2)
 Bijdrage van Jacques Specx in het album amicorum van Cornelis Buys. Met een Nederlandse spreuk
Bijdrage van Jacques Specx in het album amicorum van Cornelis Buys. Met een Nederlandse spreuk (Allard Pierson, Amsterdam, CW 85i)

Na 1594 verminderde het aantal bijdragen in het album drastisch. Slechts twee, uit 1595 en 1598, doen vermoeden dat Buys zijn album nog steeds in gebruik had. Pas in 1612 is een derde cluster op te merken. Tussen 1 november en 12 december van dat jaar werden tien bijdragen geleverd, voornamelijk door Duitse studenten die zich gedurende het jaar hadden ingeschreven aan de Universiteit Leiden. Waarom Buys deze studenten ontmoette, is niet geheel duidelijk. Had hij misschien kostgangers in Leiden? Tussen 1621 en 1630 zijn er weer veel bijdragen, maar dit keer erg verspreid en divers. Connecties binnen Den Haag en de administratie van het gewest Holland zijn de rode draad, zoals de Haagse remonstrantse predikant Hugo Beyer (1579-1631) en Nicolaus Cromholt (1561-1641), president van het Hof van Holland. In 1629 werden op korte tijd drie bijdragen geleverd door leden van dezelfde familie: 16 januari leverde Jacques Specx (1585-1652) een bijdrage op het eiland Texel en vier maanden later deden zijn zussen Johanna en Leonora Specx hetzelfde in Den Haag. Jacques Specx, een belangrijk functionaris bij de VOC, was toen pas getrouwd met Maria Odilla Buys, de dochter van Cornelis. Vanuit Texel vertrok hij op 25 januari naar Batavia op het schip Hollandia, samen met zijn vrouw en haar twee zussen, Petronella en Geertruid. Daar aangekomen zou Specx Jan Pieterszoon Coen opvolgen als gouverneur generaal ad interim in Nederlands-Indië.

De dochters van Cornelis Buys zouden hun vader nooit meer terugzien. In 1632 stierf hij op 73-jarige leeftijd. Een laatste bijdrage in het album, geschreven op 4 juli 1632 door Diederick vander Does Ysbrandi, klerk bij de Raad van Financiën, herdenkt hem op gepaste wijze met verschillende klassieke citaten, waaronder een adagium uit Plautus’ toneelstuk Epidicus: ‘is est amicus, qui in re dubia re iuuat, ubi re est opus’ — Hij is een vriend die in onzekere tijden te hulp schiet waar het nodig is.

Conclusie

Het moge duidelijk zijn dat Cornelis Buys er een groot en divers sociaal netwerk op na hield. Hij had goede contacten met belangrijke adellijke families, onderhield zijn relaties met vrienden die hij in zijn studieperiode in Leiden had ontmoet en bouwde een netwerk op binnen de administratie van het gewest Holland. Vooral zijn relatie met Leiden is opvallend, omdat zijn naam niet figureert in studies over het Leidse academische milieu in de zestiende eeuw (in tegenstelling tot zijn vrienden Brunsema en Wertelo). De reconstructie van het album heeft ook wat gaten opgevuld met betrekking tot zijn leven. Toch voldoet dit onderzoek niet helemaal aan de verwachtingen. Waar zijn de grote namen die Buys moest hebben ontmoet in Leiden, Londen en in Den Haag? Een verklaring zou kunnen zijn dat hun bijdragen als eerste uit het album zijn gehaald. Zo blijven we achter met de kruimels, de ruïnes van Buys’ monument van de vriendschap. Tegenwoordig kan via digitale middelen keen verspreid album ook visueel gepresenteerd worden, bijvoorbeeld met behulp van IIIF-viewers. Het is mijn hoop om door internationale samenwerking in de nabije toekomst deze vriendschappen uit het verleden hun hoop op eeuwigheid terug te geven.