Schaak- en damcollectie

De collectie: Op één na de grootste collectie boeken en tijdschriften over schaken en dammen ter wereld.
Omvang: Ca. 30.000 titels.
Toegankelijkheid: De uitgaven zijn uitgebreid beschreven in de KB-Catalogus. Enkele honderden naslagwerken staan in open opstelling in het paviljoen Schaak in de leeszaal. De boeken gepubliceerd vóór 1800, zeldzame werken en handschriften kunnen in de leeszaal Bijzondere Collecties ingezien worden.
Meer informatie: Peter van Beest 070-3140172

Wie op zoek is naar publicaties over schaken en dammen zal in de collectie van de KB niet snel misgrijpen. Hier vindt u de grootste schaak- en damcollectie van Europa, de nieuwste toernooiverslagen en de oudste drukken over uw favoriete bordspel. Uit Nederland en uit de rest van de wereld. Wilt u een partij (na)spelen? Dat kan, want schaak- en damborden zijn opgesteld in de leeszaal.

Antonius van der Linde (1833-1897)
Antonius van der Linde (1833-1897)

Antonius van der Linde (1833-1897)

Ex-libris A. van der Linde
Ex-libris A. van der Linde
A. van der Linde. 20 Brieven aan Multatuli, bevattende de zetten van een correspondentie- schaakparij die Van der Linde en Multatuli in 1875 gespeeld hebben.
A. van der Linde. 20 Brieven aan Multatuli

A. van der Linde. 20 Brieven aan Multatuli, bevattende de zetten van een correspondentie-schaakparij die Van der Linde en Multatuli in 1875 gespeeld hebben.

Collectieprofiel

Deze collectie is de grootste schaak- en damcollectie van Europa. Deels is de collectie opgesteld in de magazijnen. In de leeszaal zijn naslagwerken, biografieën van schakers en dammers en de belangrijkste tijdschriften op het gebied van schaken en dammen opgesteld.Ook over het bordspel go zijn in de leeszaal veel naslagwerken en tijdschriften te vinden.

Collectiegeschiedenis: waar komt de KB-schaakcollectie vandaan?

De schaak- en damcollectie is ook bekend onder de naam Bibliotheca Van der Linde-Niemeijeriana. In 1876 verkocht Antonius van der Linde (1833-1897) zijn schaakbibliotheek voor 3.000 gulden aan de Koninklijke Bibliotheek. In 1948 schonk Meindert Niemeijer (1902-1987) zijn verzameling schaak- en damboeken aan de Staat der Nederlanden op voorwaarde dat de collectie in de Koninklijke Bibliotheek geplaatst werd. Daarmee werd het de op één na grootste publieke schaakcollectie ter wereld. De allergrootste publieke collectie bevindt zich in de Cleveland Public Library in Cleveland, OH.

De collectie Niemeijer en de KB

Meidert Neimeijer (1902-1987) was directeur van een verzekeringsmaatschappij en schaakprobleemcomponist. Het oorlogsgeweld en de op handen zijnde vordering van zijn huis door de Duitsers deden hem op 13 oktober 1942 besluiten de Koninklijke Bibliotheek te verzoeken zijn waardevolle verzameling schaakboeken voor de duur van de oorlog onderdak te verlenen. Bibliothecaris L. Brummel reageerde slagvaardig. Ruim twee weken later reed een expediteur voor bij Boerderij Duinrell in Wassenaar waar Niemeijer toen woonde. Het inpakken van de meer dan 6.000 boeken tellende schaakverzameling, de grootste ter wereld in particulier bezit, was een heel karwei. Pas de volgende dag werd de lading op het Lange Voorhout in Den Haag afgeleverd en kreeg de verzameling een tijdelijk onderkomen in de Koninklijke Bibliotheek.

Meindert Niemeijer (1902-1987)
Meindert Niemeijer (1902-1987)
ex libris meindert niemeijer
ex libris meindert niemeijer
M. Niemeijer. Een verzameling van 577 schaakproblemen.
M. Niemeijer. Een verzameling van 577 schaakproblemen

Autograaf. Aanvraagnummer 79 H 7. Het eerste schaakprobleem dat M. Niemeijer op 15-jarige leeftijd componeerde.

Tijdens de oorlogsjaren bleef Niemeijer verzamelen, al stokten de aankopen uit het buitenland. Nieuwe aanwinsten stuurde hij in dozen naar Den Haag, waar ze bij zijn collectie in de gewelven van de Koninklijke Bibliotheek werden geplaatst. Alvorens ze te verzenden, liet Niemeijer zijn boeken nog altijd binden. Zijn vaste boekbinder kwam nu op de fiets langs om een nieuwe partij op te halen. Voor de oorlog werden de boeken nog per auto bij hem afgeleverd door Niemeijers chauffeur.

Aanvankelijk leek de Koninklijke Bibliotheek tijdelijke huisvesting voor zijn schaakboekerij te zijn, al had Niemeijer enige jaren tevoren per testament zijn collectie schaakboeken aan de Koninklijke Bibliotheek vermaakt. Nooit had hij voorzien al tijdens zijn leven van zijn verzameling te scheiden. Toen na de oorlog echter duidelijk werd dat hij niet naar zijn oude huis zou terugkeren, besloot hij zijn collectie in de Koninklijke Bibliotheek te laten. Ruimtegebrek in zijn nieuwe woning was één reden. Een andere motief was dat Niemeijer, die naar eigen zeggen ook zeer gelukkig zou zijn geweest als antiquaar, mogelijkheden daartoe zag als zijn collectie al tijdens zijn leven bij de Koninklijke Bibliotheek ondergebracht zou worden. Dan konden de dubbele exemplaren, die na samenvoeging van zijn collectie met die van de Koninklijke Bibliotheek overbleven, worden verkocht of geruild voor nieuwe schaakboeken.

Het duurde drie jaar voordat de schenking rond was. Op 14 juni 1948 droeg Niemeijer zijn verzameling, die inmiddels 7.000 boeken telde, officieel over aan de Staat der Nederlanden. In een contract werd vastgelegd dat zijn boeken zouden worden samengevoegd met de reeds in de Koninklijke Bibliotheek aanwezige schaak- en damboeken, grotendeels afkomstig uit de verzameling van Antonius van der Linde, tot de `Van der Linde-Niemeijer schaakboekerij'. Binnen drie jaar zou er een catalogus van de collectie verschijnen en ook werd afgesproken wat er zou gebeuren met dubbele exemplaren.

C.G. de Windisch. Karl Gottlieb von Windisch's Briefe über den Schachspieler
C.G. de Windisch. Karl Gottlieb von Windisch's Briefe

C.G. de Windisch. Karl Gottlieb von Windisch's Briefe über den Schachspieler des hrn. von Kempelen, nebst drey kupferstichen die diese berühmte Maschine vorstellen. Hrsg. von Chr. von Mechel. Basel 1783. Signatuur 972 D 35.

Schoumoff. Recueil de problèmes scacchographiques
Schoumoff. Recueil de problèmes scacchographiques

Schoumoff. Recueil de problèmes scacchographiques et autres positions curieuses. [St. Petersburg 1867]. Signatuur 973 D 34. L/N2408. Frontispice en titelpagina. Het eerste Russische boek over schaakcomposities.

Voor zijn collectie schaakspellen, schaakprenten en schaakcuriosa probeerde Niemeijer ook een geschikt onderkomen te vinden. Hij schreef aan Brummel:

'Rest mij thans nog één punt. Behalve meer dan 6.000 schaakboeken bezit ik ook tal van schaakgravures, schaakspellen (± 70!), schaakcuriosa, brieven van beroemde schaakspelers, etc. Deze vormden met mijn boeken wat Mr. G.C.A. Oskam in Rotterdam het "Museum Scacchisticum Niemeyerianum" noemde. Ook hier zou ik misschien gedeeltelijk wel afstand van willen doen. De mooiste oplossing zou natuurlijk zijn, als de boeken + de rest in één kamer bijeengebracht zouden kunnen worden, maar ik weet niet of de Koninklijke zich tot zo iets leent.'

Was Brummel van mening dat de Koninklijke Bibliotheek een bibliotheek in de strikte zin des woords was, waar geen zorg gedragen kon worden voor museaal materiaal? Of konden beide partijen niet tot overeenstemming komen over de voorwaarden? Feit is dat het merendeel van Niemeijers schaakspellen is verkocht aan een handelaar in Amerika. De opbrengst gebruikte Niemeijer om Lieftincks naoorlogse belastingheffingen te betalen. Een deel van de schaakcuriosa, -prenten en overige schaakspellen werd in bruikleen gegeven aan het Nationaal Schaakgebouw in Den Haag. Over de verblijfplaats van de rest is niets bekend. Waar zou het afgietsel van de hand van Paul Morphy zijn gebleven, de sigarettenkoker met handtekeningen van beroemde schaakgrootmeesters erin gegraveerd, de schaakklok met zettenteller en seinlamp of het doosje Pionpaneermeel?

Kenmerkend voor Niemeijers collectie is zowel haar specialistisch karakter als haar diversiteit. Alles wat ook maar enigszins met schaken te maken had, verzamelde hij. Tot het eind van zijn leven hield hij plakboeken bij. Hierin bewaarde hij onder meer cartoons uit de krant, reclameboodschappen, originele foto's, schaakpostzegels, ansichtkaarten verstuurd door bevriende schakers, afbeeldingen van schaakspellen, annonces en uitnodigingen. In zijn boekje Adversaria scaccariana dat hij in 1975 in eigen beheer uitgaf, noteerde Niemeijer allerhande korte schaaknieuwtjes, anekdotes en andere wetenswaardigheden die alleen door het thema schaken samenhangen. Alsof hij ze door ze op papier vast te leggen voor de vergetelheid kon behoeden.

Ook in Niemeijers boekenverzameling zijn de meest uiteenlopende onderwerpen vertegenwoordigd. Naast algemene handleidingen, schaaktechnische verhandelingen en toernooiboeken bevat zijn collectie tal van boeken over de rijke geschiedenis van het schaakspel, schaakstukken en computerschaak, alsook lijvige biografieën van schakers en schaakbibliografieën. Niemeijer kende een ruime betekenis aan het schaken toe, hij beschouwde het als wetenschap, als kunst en als spel.

Of een boek in een voor hem onleesbare taal geschreven was, maakte hem niet uit, zolang het maar over schaken ging. Zijn verzameling bevat boeken in meer dan vijftig verschillende talen. Hiervan maken de Europese (inclusief de Slavische) de overgrote meerderheid uit, maar boeken in het Bahasa Indonesia, Chinees of Hebreeuws zijn zeker geen zeldzaamheid. Erg trots was Niemeijer op de vijfdelige Russische vertaling van Euwes Practische schaaklessen in brailleschrift. Volledigheid was een streven, zeg maar gerust een obsessie van Niemeijer. Zo is de Bibliotheca Van der Linde-Niemeijeriana uitgegroeid tot de op één na grootste publieke schaakcollectie ter wereld.

Biografie van M. Niemeijer

Schaken leerde Niemeijer reeds op jonge leeftijd. Op zijn dertiende verjaardag kreeg hij zijn eerste schaakboek. Op het Gymnasium Erasmianum in Rotterdam loste hij tijdens de lessen van de dichter en classicus J.H. Leopold het tweewekelijkse schaakprobleem op uit Rostra Gymnasiorum, het orgaan van de Rotterdamse Gymnasiasten Bond. Hij was nog maar net vijftien of in hetzelfde blad werd een door hem zelf gecomponeerd schaakprobleem gepubliceerd. In de collectie bevindt zich een lijvig boekwerk waarin Niemeijer al zijn probleemcomposities met oplossingen noteerde. Het laatste probleem, nr. 577, heeft hij er twee maanden voor zijn dood in opgeschreven.

Na zijn eindexamen ging hij rechten studeren hetgeen in 1926 resulteerde in het proefschrift Beschouwingen over herverzekering in het algemeen en levensherverzekering in het bijzonder. Het jaar daarop trouwde hij met Arnolda Hermina van Nahuijs. Zij kregen drie kinderen. Op 31-jarige leeftijd volgde hij zijn vader op als directeur van de Nationale Levensverzekeringsbank. Toen deze fuseerde tot Nationale Nederlanden werd hij lid van het Presidium binnen de Raad van Bestuur tot hij in 1964 om gezondheidsredenen vervroegd met pensioen ging.

De collectie weerspiegelt de verzamelaar. Zo dit waar is, lijkt dit op te gaan voor Niemeijer, een veelzijdig man, voor wie het leven meer dan 64 velden telde. Naast zijn werkzaamheden als verzekeraar en schaakcollectioneur, verzamelde hij reisbeschrijvingen van buitenlanders in Nederland, tegels, gedenklepels en Nederlandse topografische prentbriefkaarten. Hij was oprichter en twintig jaar lang voorzitter van de Bond der Probleemvrienden en voorzitter van de Vereniging `Vrienden der Koninklijke Bibliotheek'. Daarnaast heeft hij nog ruim veerig boeken over diverse schaakonderwerpen gepubliceerd. Zo gaf hij zijn eigen probleemcomposities en die van anderen uit, schreef hij over de geschiedenis van diverse schaakverzamelingen of over schaakmotieven in de heraldiek.

Misschien voert het te ver om te zeggen dat het schaakspel de rode draad in Niemeijers leven was. In elk geval is het zo dat hij altijd zeer betrokken is gebleven bij de Bibliotheca Van der Linde-Niemeijeriana. Uit het archief van de Koninklijke Bibliotheek blijkt dat dit wel eens tot spanningen heeft geleid tussen Niemeijer en KB-directeur Brummel. Betrokkenheid en bemoeizucht lagen hieraan ten grondslag, twee benamingen voor hetzelfde maar ervaren vanuit een verschillend perspectief.

Met vier jaar vertraging wegens allerhande moeilijkheden bij de catalogisering en het drukken, was in 1955 de catalogus van de schaakcollectie uitgekomen. Deze catalogus is nog steeds een belangrijk bibliografisch naslagwerk voor schaakboeken gepubliceerd vóór 1955, zo volledig was Niemeijers verzameling. In de daarop volgende jaren nam het wederzijdse inlevingsvermogen verder af. Dat had tot gevolg dat Niemeijer op Eerste Kerstdag 1960 zijn medewerking aan de Bibliotheca Van der Linde-Niemeijeriana introk.

Nieuwe directeur bij de KB herstelt de banden met Niemeijer

Toen Brummel in 1962 met pensioen ging, kwam er onder zijn opvolger C. Reedijk weer ruimte voor Niemeijers engagement. Dit kwam de schaakcollectie ten goede. Zo werd bijvoorbeeld in 1966 met Niemeijers hulp de derde editie van Damiano de Odemira Libro da imparare giocare a scachi (Rome 1524), aangekocht. Het was het enige aan de schaakcollectie ontbrekende deel in een aaneengesloten reeks van de eerste zeven edities, alle postincunabelen, van Damiano. Naast vele gedrukte werken, zijn eveneens zeldzame schaakhandschriften als die van Greco en Ponziani na 1962 door Niemeijer aan de collectie toegevoegd.

Tot zijn dood kwam Niemeijer met grote regelmaat langs bij de Koninklijke Bibliotheek. Van eventuele dubbele exemplaren nam hij het minst fraaie mee terug, dat hij weer verhandelde via verkooplijsten die hij de hele wereld rondstuurde. In de jaren na zijn pensionering, wanneer de catalogisering van de nieuw verworven schaakboeken trager verliep dan hij wilde, publiceerde hij de belangrijkste nieuwe aankopen van `zijn' Bibliotheca Van der Linde-Niemeijeriana zelf. Zo verzekerde hij zich ervan dat men op de hoogte bleef van de nieuwe schaakaanwinsten van de Koninklijke Bibliotheek. Zich bij een ongewenste situatie neerleggen, lag niet in Niemeijers aard.

Toevoeging van de damcollectie Gortmans

De Bibliotheca Van der Linde-Niemeijeriana werd in 1956 uitgebreid met een groot aantal boeken, tijdschriften en handschriften over het damspel. In Van der Lindes collectie zat al menige zeldzame damuitgave, en ook Niemeijer was een verzamelaar die een damboek geenszins versmaadde. Bovendien zijn veel publicaties aan beide bordspelen gewijd. Maar dat de damcollectie van de Koninklijke Bibliotheek zich de meest complete ter wereld kan noemen, is mede te danken aan de verzameling damboeken van G.L. Gortmans.

Het was een reeds lang gekoesterde wens van damhistoricus K.W. Kruijswijk in een Nederlandse bibliotheek een zo volledig mogelijke verzameling boeken over het damspel bijeen te brengen die door iedere dammer geraadpleegd zou kunnen worden. De Koninklijke Bibliotheek met haar Bibliotheca Van der Linde-Niemeijeriana leek hiervoor de aangewezen plek. Bibliothecaris Brummel had dan ook geen bezwaar toen hij in juli 1955 door Kruijswijk en diens damclubgenoot K. Venema werd benaderd met de vraag of de Koninklijke Bibliotheek bereid was een grote collectie damboeken te aanvaarden. Het ging om de collectie van Godefridus L. Gortmans (1894-1956), een goede vriend van Venema. Kruijswijk en Venema hadden Gortmans bereid gevonden zijn collectie aan de Koninklijke Bibliotheek te schenken. Hij bezat een grote verzameling damboeken, ongeveer 500 titels. Na zijn dood in 1956 werd zijn verzameling, samen met aanvullingen uit de privécollecties van Kruijswijk en Venema aan de Koninklijke Bibliotheek overgedragen. Zo ontstond samen met de reeds aanwezige damboeken in de Koninklijke Bibliotheek een representatieve collectie van literatuur over het damspel, een verzameling die in de loop der jaren in belangrijke mate is uitgebreid.

Biografie van G.L. Gortmans

Gortmans begon al op vijfjarige leeftijd met dammen. Hij werd een dammer die achter het bord werd gevreesd om zijn gevaarlijk combinatiespel. Maar het wedstrijddammen had zijn liefde niet, zijn belangstelling ging uit naar de damproblematiek. Toen hij achttien was verschenen zijn eerste probleemcomposities in de bijlage van het tijdschrift Het damspel, het orgaan van de Nederlandse Dambond. Van 1915 tot 1917 was hij probleemredacteur van dit tijdschrift, waarvoor hij gedurende twintig jaar artikelen schreef. Ook was hij hoofdredacteur van het door hemzelf in 1934 opgerichte Dammersweekblad. In 1939 publiceerde hij het boek 1001 miniaturen. Het grootste gedeelte van zijn leven woonde Gortmans in Engeland, waar hij bij een handelsonderneming werkte. In 1956 stierf hij in Londen. In de Garden of Remembrance waar zijn as is verstrooid, liet zijn zoon een gedenkplaat aanbrengen met het opschrift 'G.L. Gortmans, Damproblemist'.

In latere jaren werd de damcollectie van de Koninklijke Bibliotheek verder uitgebreid. Niemeijer schonk nog menig damboek, de Kring voor Damproblematiek gaf enige tijd subsidie voor de aankoop van buitenlandse damboeken, en Kruijswijk deed herhaaldelijk met succes een beroep op boekenliefhebbers uit de damwereld. Als redacteur van de De problemist riep Kruijswijk abonnees op om damboeken aan de Koninklijke Bibliotheek te doneren. In 1956 drukte hij bijvoorbeeld in De problemist een lijst af met damdesiderata van de Koninklijke Bibliotheek. Schenkers van damboeken konden vervolgens op eervolle vermelding in het tijdschrift rekenen.

Het is tekenend dat er over de verzamelaar en verzameling Gortmans veel minder bekend is dan over Niemeijer en diens collectie. Al sinds zijn ontstaan heeft het damspel in de schaduw van het schaakspel gestaan, en over het dammen is ook niet zoveel geschreven. Bovendien bracht Gortmans zijn verzameling louter uit persoonlijke interesse bijeen. Op initiatief van Kruijswijk werd zijn collectie opgenomen in de Koninklijke Bibliotheek. Niemeijer zag zijn collectie in breder perspectief. Al vroeg ontwikkelde hij een toekomstvisie die hij ook actief vorm heeft gegeven. Deze visie ondersteunde Niemeijer met vele eigen publicaties over schaken en de Bibliotheca Van der Linde-Niemeijeriana. Het verhaal achter zijn collectie heeft daardoor bijna mythische proporties aangenomen. Niemeijer zorgde ervoor dat zijn naam zou voortleven in de benaming van de schaakcollectie van de KB en via zijn ex-libris dat hij in 1948 in al zijn boeken liet plakken. Naar Gortmans' naam zoekt men zelfs vergeefs in het jaarverslag van de Koninklijke Bibliotheek van 1956.

Relatie met andere collecties

Er zijn meer mooie collecties met schaak- en damliteratuur in Nederland. In de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam bevindt zich de collectie die in 1961 door de Alexander Ruebstichting in bruikleen is gegeven. In dezelfde stad is het Max Euwe Centrum gevestigd waar een collectie van ongeveer 11.000 schaaktitels is te vinden. Een andere belangrijke schaakcollectie is gehuisvest in de Stadsbibliotheek Maastricht.

Literatuur

  • 'Schaakbibliotheek, vroeger toebehoord hebbende aan dr. A. van der Linde'. In: Verslag van de aanwinsten der Koninklijke Bibliotheek gedurende het jaar 1876. 's-Gravenhage 1877, p. 115-194.
  • Bibliotheca Van der Linde-Niemeijeriana. A catalogue of the chess collection in the Royal Library, The Hague. The Hague 1955.
  • M. Niemeijer. Bibliotheca Van der Linde-Niemeijeriana. [Wassenaar] 1969.
  • Een beschrijving van de belangrijkste aanwinsten in de periode 1954-1969.
  • M. Niemeijer. Miscellanea Caissana. [Wassenaar] 1977, p. 31-35.
  • Bevat een lijst van de belangrijkste aanwinsten in de periode 1969-1977.
  • Bibliotheca Van der Linde-Niemeijeriana aucta et de novo descripta. A catalogue of the chess collection in the Royal Library. Vol. I: Chess: bibliography and history. Comp. by K.W. Kruijswijk. The Hague 1974. Niet verder verschenen.
  • R. Storm. 'Antonius van der Linde, geleerde, bibliofiel 1833-1897'. In: Verzamelaars en verzamelingen. Koninklijke Bibliotheek 1789-1998. Zwolle 1998, p. 75-79.
  • H. Reerink. 'M. Niemeijer, directeur van een verzekeringsmaatschappij, schaakprobleemcomponist 1902-1987. G.L. Gortmans, zakenman, damprobleemcomponist 1894-1956'. In: Verzamelaars en verzamelingen. Koninklijke Bibliotheek 1789-1998. Zwolle 1998, p. 168-173.

Direct naar: