Speciale onderdelen van de Collectie Koopman: boekbanden en kunstenaarsboeken

De boekbanden in de Collectie Koopman

Door Rens Top

Het uiterlijk van een boek was voor Anny Antoine en later Louis Koopman een belangrijk aspect. In de collectie bevinden zich vele fraai verzorgde werken, vooral ook omdat beiden de collectie bij voorkeur aanvulden met exemplaren uit de 'tirage de luxe'. Ook de boekbanden spelen hierbij een, zij het ondergeschikte rol.

Elegante boekbanden in de Collectie Koopman
Rij elegante boekbanden

Elegante boekbanden in de Collectie Koopman

Niet gesigneerde boekband (voor André Salmon. *Le calumet*, 1920)
Niet gesigneerde boekband (voor Le calumet, 1920)

Boekband (voor André Salmon. Le calumet, 1920)

Niet gesigneerde boekband (voor Comte de Lautréamont, *Les chants de Maldoror*, 1927)
Boekband (voor Les chants de Maldoror, 1927)

Niet gesigneerde boekband (voor Comte de Lautréamont, Les chants de Maldoror, 1927)

Anny Antoine en de boekband

Anny Antoine had de gewoonte om de door de uitgevers in papieren omslagen geleverde boeken in luxe banden te laten steken, een nogal kostbare gewoonte. In 1935 werd in Nederland voor een speciaal ontworpen leren band circa 35 gulden gerekend. In Frankrijk kostte een halfleren band in marokijn in 1930 ongeveer 135 francs. Voor een geheel leren band moest circa 460 francs worden betaald. Er zijn voor deze collectie geen rekeningen van binders bewaard, maar in de jaren twintig en dertig moet het voor een jonge verzamelaarster als Anny Antoine toch een enorme uitgave zijn geweest.

Ook uit andere gegevens wordt duidelijk dat Anny veel waarde hechtte aan het bindwerk in haar collectie. Koopman herinnerde zich onder meer de gesprekken waarin de relatie tussen de band en de inhoud van een boek aan de orde kwam. Ook noemt hij haar voorkeur voor een bepaald type: de Jansenisten-band. Deze geheel leren maar op de platten onversierde banden bekoorden haar vooral om hun sobere, eenvoudige uiterlijk. De ongeveer twintig fraai gekleurde leren banden uit het atelier van Semet & Plumelle te Parijs kunnen hiertoe worden gerekend.

In een door Anny geschreven 'Journal intime' sprak zij van 'de een gestoken in fijn marokijn, dat op marmer lijkt, de ander in gepolijst kalfsleer'. Ook noemde zij de opvallend fraaie kleuren waarin sommige banden waren uitgevoerd.

Ook hielden Anny Antoine en Louis Koopman een soort alfabetische aanwinstenlijst bij, waarin opvalt dat achter vrijwel elke titel een aantekening over de band is geplaatst. Veel voorkomende notities betreffen de kleur van de band en de naam van de leersoort (bijvoorbeeld '1/2 chagr. bleu', wat betekent dat de band is uitgevoerd in halfleer en wel in blauw geitenleer voorzien van een bepaalde kunstpersing die men 'chagrin' noemt).

Boekband door René Kieffer (voor Paul Fort, *Pontoise ou La folle journée*, 1920)
Boekband door René Kieffer (voor Pontoise ou La folle journée, 1920)

Boekband door René Kieffer (voor Paul Fort, Pontoise ou La folle journée, 1920)

Boekbindersetiket van de firma Kieffer
Boekbindersetiket van de firma Kieffer

Boekbindersetiket van de firma Kieffer

Boekband door René Kieffer (voor Blaise Cendrars, *Les Pâques à New-York*, 1926)
Boekband door René Kieffer (voor Les Pâques à New-York, 1926)

Boekband door René Kieffer (voor Blaise Cendrars, Les Pâques à New-York, 1926)

Niet gesigneerde boekband (voor Jean de Tinan, *La petite Jeanne pâle, suivi de La petite sirène du Pont des arts*, 1922)
Niet gesigneerde boekband (voor La petite Jeanne pâle, 1922)

Niet gesigneerde boekband (voor Jean de Tinan, La petite Jeanne pâle, suivi de La petite sirène du Pont des arts, 1922)

Ook worden er vele bindateliers genoemd. Naast de beroemde namen als René Kieffer en Semet & Plumelle in Parijs, binders die vooral bekend zijn om hun kunstzinnige unica, vinden we die van uitgeverijen als Gamber, Nelson en Garnier, bedrijven die blijkens de lijst ook zeer veel bindwerk voor de collectie Antoine - Koopman hebben verzorgd, of volledig gebonden boeken hebben geleverd.

Naast het grote aantal halfleren banden, voorzien van vaak mooie sierpapieren, bevat de collectie ook vele voorbeelden van wat meer luxe bindwerk. Het gaat dan om geheel leren boekbanden die door middel van bestempeling en soms door inlegwerk verfraaid zijn en in een kleine oplage vervaardigd, zoals bijvoorbeeld door de firma van René Kieffer.

Echte unica zijn beperkt in de collectie aanwezig. Enkele opmerkelijke stukken (die niet in opdracht van Anny Antoine of Louis Koopman zijn vervaardigd) zijn onder meer een neo-Grolierband van Chambolle Duru (KW Koopm P 9), een fraai bandje van Canape et Corrier (KW Koopm C 866) en een prachtige, opmerkelijk genoeg niet gesigneerde band in blauw marokijn met leeropleg in twee tinten groen, roze en rood (KW Koopm A 48).

Louis Koopman en de boekband

Na het overlijden van Anny Antoine in 1933 zet Louis Koopman het verzamelen voort en draagt ook zorg voor het binden. In een brief uit 1935 schrijft hij Molhuysen dat hij al zijn boeken laat binden (in demi-chagrin) en vraagt hij advies over moeilijk te binden materiaal als brieven. Ook meldt hij nog dat boeken die hij laat binden niet meer worden af- of bijgesneden, het boek wordt zoals het is in de band gezet. Voor de oorlog zijn nog vele gebrocheerde delen in Brussel gebonden, maar door welke binderij is niet duidelijk, de correspondentie vermeldt slechts: 'bij Jefke'.

Boekband door Pierre J.M. Thielen (voor Raymond Radiguet, *Les Pélican*, 1921)
Boekband door Pierre J.M. Thielen (voor Les Pélican, 1921)

Boekband door Pierre J.M. Thielen (voor Raymond Radiguet, Les Pélican, 1921)

Boekband door Pierre J.M. Thielen (voor Emmanuel Bove, *Mes amis*, 1927)
Boekband door Pierre J.M. Thielen (voor Mes amis, 1927)

Boekband door Pierre J.M. Thielen (voor Emmanuel Bove, Mes amis, 1927)

Uit de jaren vijftig is geen specifieke informatie omtrent het binden bekend, vele boeken zouden in die tijd in Amsterdam zijn gebonden. Koopman ontving daarnaast bepaalde titels gebonden en al uit Parijs. Toch blijft het binden in opdracht blijkbaar van belang, zo schreef Koopman (30 januari 1967): 'Vergeet u verder ook vooral niet hoe moeilijk het tegenwoordig is om iemand te vinden om Franse boeken zoals het behoort in te binden, de binders zijn overbelast door gebrek aan personeel. Verder bederft een Nederlandse boekbinder een Frans boek onherroepelijk, daar zij meestal op hun eigenwijze manier te werk gaan en beginnen de pagina's aan alle kanten af te snijden'.

De KB en de boekband in de Collectie Koopman

Na het overlijden van Louis Koopman in 1968 kwam de verantwoordelijkheid voor het binden van de collectie bij de KB te liggen. Daarvoor werden de uitstekend voor dit werk gekwalificeerde binders van de KB ingeschakeld, maar ook andere bedrijven leverden bindwerk, zoals de in Limburg gevestigde binderij Schrijen. Dit bedrijf leverde enkele smaakvolle bandzetters en verraste met opvallende en artistiek zeer verantwoorde banden van Jos Schrijen en de op hetzelfde bedrijf werkzame Pierre Thielen. Voor het reguliere bindwerk is ook de firma Verschoor ingeschakeld.

Om het bindwerk een nieuwe impuls te geven werd in 2003 de eerste Koopman Prijs voor Boekbanden uitgeschreven, die in 2005 resulteerde in vier nieuwe Nederlandse boekbanden voor boeken uit de Collectie Koopman. Daarna werden individuele opdrachten verstrekt aan verschillende Nederlandse boekbinders, zoals Anne Bossenbroek, Pau Groenendijk, Loek de la Haye, Berdien van Lieshout, Anneke Linssen, Machteld Meeter en Marja Wilgenkamp.

Boekband door Berdien van Lieshout (voor Zéno Bianu, Michel Mousseau, *Lisière d'infini*, 2000)
Boekband door Berdien van Lieshout (voor Lisière d'infini, 2000)

Boekband door Berdien van Lieshout (voor Zéno Bianu, Michel Mousseau, Lisière d'infini, 2000)

Boekband door Marja Wilgenkamp (voor Micae͏̈la Henich, Jacques Derrida, *Mille e tre, cinq*, 1996)
Boekband door Marja Wilgenkamp (voor Mille e tre, cinq, 1996)

Boekband door Marja Wilgenkamp (voor Micae͏̈la Henich, Jacques Derrida, Mille e tre, cinq, 1996)

Kunstenaarsboeken

Door Clemens de Wolf

Het kunstenaarsboek in de klassieke vorm is een typisch Frans verschijnsel. Kunstenaarsboeken ontstaan uit de samenwerking tussen een auteur, een kunstenaar en een uitgever. De auteur is een dichter of een romanschrijver, de kunstenaar een schilder, tekenaar, beeldhouwer of grafisch kunstenaar die oorspronkelijke, grafische kunst voor het boek maakt, en de uitgever zorgt er voor dat het boek, gedrukt in kleine oplage, en op fraai papier, in losse vellen of gebonden, de wereld in gaat. Ontstaan aan het einde van de negentiende eeuw, beleefde het genre zijn bloeiperiode in Frankrijk in de jaren dertig tot negentig van de vorige eeuw, met grote namen als Picasso, Braque, Léger, Matisse.

Louis Koopman en Annie Antoine hadden al snel belangstelling voor deze livres d'artiste of livres de peintre.

Parijs in het Interbellum: uitgevers, schrijvers en kunstenaars

Uitgevers

Eén van de vroegste kunstenaarsboeken in de Collectie Koopman is La fin du monde, uit 1919, geschreven door de avant-garde auteur Blaise Cendrars met illustraties in sjabloon-druk door Fernand Léger. Een paar jaar later maakt Léger grote zwart-wit litho’s voor het boek Lunes en papier van André Malraux. Dit boek verscheen bij La Galerie Simon, de uitgeverij van Daniel-Henry Kahnweiler. Hij was, samen met Skira en Ambroise Vollard, in het vooroorlogse Parijs de belangrijkste uitgever van boeken met teksten in eerste druk en vormgegeven en geïllustreerd door eigentijdse kunstenaars. Hij was ook de uitgever van het toneelstuk Les Pélican uit 1921 van de geniale maar jonggestorven Raymond Radiguet met zeven etsen van de kubistische beeldhouwer Henri Laurens.

Fernand Léger, houtsnede voor André Malraux, *Lunes en papier* (1921)
Fernand Léger, houtsnede in Lunes en papier (1921)

Fernand Léger, houtsnede voor André Malraux, Lunes en papier (1921)

Henri Laurens, ets voor Raymond Radiguet, *Les Pelican* (1921)
Henri Laurens, ets voor Les Pelican (1921)

Henri Laurens, ets voor Raymond Radiguet, Les Pelican (1921)

Chas Laborde, illustratie voor Francis Carco, *L'ami des filles... ou Chas-Laborde* (1921)
Chas Laborde, illustratie voor L'ami des filles... ou Chas-Laborde (1921)

Chas Laborde, illustratie voor Francis Carco, L'ami des filles... ou Chas-Laborde (1921)

Schrijvers en kunstenaars

Een andere kring van schrijvers en kunstenaars is die rond Daragnès. Hij was kunstenaar, graveur, lithograaf en drukker en had een atelier op Montmartre. Voor het boek Marguerite de la nuit uit 1925 van zijn vriend Mac Orlan maakte hij de titelgravure. Tot dezelfde vriendenkring hoorde de schrijver Francis Carco, de chroniqueur van het 'milieu' van Montmartre. Voor zijn vriend Chas Laborde, de tekenaar van de straat, de meisjes en de huizen van plezier, schreef Carco een boek dat door Chas Laborde werd geïllustreerd: L'ami des filles… en voor zijn boek Perversité uit 1927 maakte André Dignimont de etsen. In de generatie van grafisch kunstenaars van na de Eerste Wereldoorlog nam Gorvel een belangrijke plaats in. In Les nuits tragiques de Paris, een tekst van T'Serstevens, zien we beelden van een verduisterd Parijs tijdens 'la Grande guerre'.

Illustratie van Henri Matisse voor André Rouveyre, *Repli* (1947)
Illustratie van Henri Matisse voor Repli (1947)

Illustratie van Henri Matisse voor André Rouveyre, Repli (1947)

Pablo Picasso, illustratie voor Pierre Reverdy, *Le chant des mort* (1948)
Pablo Picasso, illustratie voor Le chant des mort (1948)

Pablo Picasso, illustratie voor Pierre Reverdy, Le chant des mort (1948)

Na de Tweede Wereldoorlog

Litho’s, etsen, sjablonen

Het is de uitgever Tériade die enkele van de mooiste en beroemdste kunstenaarsboeken op de markt heeft gebracht. Eén daarvan is Le chant des morts, uit 1948. Het is een lang gedicht over de gruwelen van de oorlog, geschreven door Pierre Reverdy, en door Picasso voorzien van op de middeleeuwse boekkunst geïnspireerde rubriceringen in de tekst en in de marges. In dezelfde periode vlak na de Tweede Wereldoorlog maakte Léger vijftien litho’s voor de uitgave Les illuminations van Rimbaud. In 1950, negen jaar na zijn dood in 1941, verscheen het vierde album met tekeningen en etsen van Chas Laborde, na Londen, Parijs en Berlijn, nu de Rues et visages de New York. Sonia Delaunay had als stoffen- en kostuumontwerpster uitgesproken opvattingen over kleuren. In haar illustraties bij teksten van Cendrars en vooral, na de oorlog, bij teksten van Tristan Tzara, zoals in Le fruit permis uit 1956, gebruikt zij felle kleurcombinaties.

Maeght

Na de Tweede Wereldoorlog werd de kunsthandel van het echtpaar Maeght in Parijs de grootste uitgever van kunstenaarsboeken. Onder de kunstenaars en schrijvers die zij onder hun hoede namen waren Mirò, Tàpies, Chillida en Alechinsky, en Tristan Tzara, Octavio Paz en Jacques Dupin, en vele anderen. George Braque, die voor de oorlog onder anderen voor Vollard en Kahnweiler werk maakte, zag verschillende boeken met zijn illustraties bij Maeght verschijnen, zoals Résurrection de l’oiseau van Frank Elgar in 1958, en La liberté des mers van Paul Reverdy in 1960.

Sonia Delaunay, gouache voor Tristan Tzara, *Le fruit permis* (1956)
Sonia Delaunay, gouache voor Le fruit permis (1956)

Sonia Delaunay, gouache voor Tristan Tzara, Le fruit permis (1956)

Georges Braque, litho voor Pierre Reverdy, *La liberté des mers* (1960)
Georges Braque, litho voor La liberté des mers (1960)

Georges Braque, litho voor Pierre Reverdy, La liberté des mers (1960)

Enrico Baj, litho voor André Pieyre de Mandiargues, *Les incongruités monumentales* (1967)
Enrico Baj, litho voor Les incongruités monumentales (1967)

Enrico Baj, litho voor André Pieyre de Mandiargues, Les incongruités monumentales (1967)

Houtsneden, litho’s, collages

Iliazd is de naam van de Georgische uitgever en grafisch ontwerper die woonde in Parijs en onder het impressum 'Le degré quarante et un' enkele opvallende kunstenaarsboeken uitgaf. Eén daarvan is de uitgave, in 1961, van gedichten van Raoul Hausmann, een voorvechter van het dadaïsme, en pionier van de fonetische en visuele poëzie. Hij maakte er zelf de kleur- houtsneden bij. Abraham Krol had een eigen atelier en gaf een groot aantal door hem zelf geïllustreerde boeken uit. Hij maakte kopergravures en houtgravures, in zwart-wit en in kleur, en soms in combinaties. Voor het boek Thésée van André Gide maakte hij in 1963 vierentwintig kleurhoutsneden.

De kunst van de Italiaanse kunstenaar Enrico Baj heeft altijd iets geestigs, iets humoristisch. Zo ook zijn boekillustraties. In 1966 gebruikte hij voor het boek Meccano van Raymond Queneau, dat een matrix-analyse van de taal wil geven, tandraderen, schroeven en stangen van meccano, in zeventien collografieën. Een jaar later maakte hij litho’s voor een boek van Pieyre de Mandiargues. Nog in 1993 maakte hij achttien collages bij de tekst Mon Alias, Mona Lisa, van John Yau, uitgegeven door Collectif Génération van Gervais Jassaud.

Drukker en uitgever

Voor uitgeverij GLM van de drukker en kunstenaar Guy Lévis Mano maakte Mirò in 1969 een litho bij het boek Le chien de coeur van de surrealistische dichter René Char. Een heel eigen typografisch concept vervaardigde de drukker Vodaine in zijn Les riches heures de Joseph Delteil in 1977. Michael Caine verzorgde in 1992 de gravures en de typografie van het wonderlijke boek Zaoumni: het is de Franse vertaling van de 'trans-rationele' poëzie van de begin-twintigste-eeuwse Russische futuristische dichter Velimer Chlebnikov (of Khlebnikov).

In de jaren negentig gaf ook de Imprimerie nationale enkele kunstenaarsboeken uit. Een mooi voorbeeld daarvan is Caractères, een boek over verschillende lettertypen, met tekst van Michel Butor, en illustraties en vormgeving door Bertrand Dorny. De Belgische kunstenaar Pierre Alechinsky heeft enorm veel grafisch werk voor boekuitgaven gemaakt, soms voor Maeght, later voor Fata Morgana, maar ook voor andere uitgevers of voor eigen uitgaven. Voor Les éditions RLD (Robert en Lydie Dutrou) maakte hij in 1998 de litho’s bij 5 dans ton oeil van Salah Stétié.

Fata Morgana

De kleine uitgeverij Fata Morgana is na Maeght de grootste uitgeverij van kunstenaarsboeken in de tweede helft van de twintigste eeuw in Frankrijk. Fata Morgana werd opgericht door Bruno Roy in 1966 en slaagt er tot op de dag van vandaag in om luxe uitgaven in fraaie typografie en met oorspronkelijke illustraties door moderne kunstenaars op de markt te brengen. Een paar voorbeelden. De Nederlandse kunstenaar Bram van Velde maakte de litho’s voor een boek van Charles Juliet in 1976. De schilder Jean Capdeville vervaardigde originele schilderingen in Les deux livres van Edmond Jabès in 1989. Ook Michel Mousseau maakte originele gouaches, bij een tekst Zéno Bianu in 2000. En in 2003 tenslotte maakte Antoni Tàpies, die al voor Fata Morgana in 1975 de illustraties bij gedichten van Edmond Jabès had gemaakt, de etsen bij enkele gedichten van Salah Stétié.

Pierre Alechinsky, litho voor Salah Stétié, *5 dans ton oeil* (1998)
Pierre Alechinsky, litho voor 5 dans ton oeil (1998)

Pierre Alechinsky, litho voor Salah Stétié, 5 dans ton oeil (1998)

Bram van Velde, litho voor Charles Juliet, *Sans fin l'affamé* (1976)
Bram van Velde, litho voor Sans fin l'affamé (1976)

Bram van Velde, litho voor Charles Juliet, Sans fin l'affamé (1976)

Bertrand Dorny, collage voor Michel Butor, *Caractères* (1993)
Bertrand Dorny, collage voor Caractères (1993)

Bertrand Dorny, collage voor Michel Butor, Caractères (1993)

Toekomst

Naast kunstenaarsboeken met bekende technieken als litho, ets en gouache zien we meer en meer boeken met originele foto's en ook geheel in handschrift vervaardigde boeken verschijnen.