Alba amicorum

De collectie: Een verzameling alba amicorum en poëziealbums vanaf 1556 met bijdragen van geleerden, kunstenaars en auteurs uit binnen- en buitenland.
Omvang Ca. 770 alba (of restanten daarvan).
Dekkingsgraad: Veruit de grootste Nederlandse openbare verzameling.
Toegankelijkheid: De alba zijn beschreven in de KB-Catalogus. Bij vrijwel alle alba kan men vanuit de beschrijving doorklikken naar een afbeelding van de bijdragen.
Meer informatie: Jeroen Vandommele 070-3140320.

Carolus Clusius, bijdrage in het album amicorum van Ernst Brinck

Carolus Clusius, bijdrage in het album amicorum van Ernst Brinck. Leiden 4 mei 1606. Signatuur 133 M 86. Fol. 67v-68r.

Rembrandt van Rijn, tekening (het loflied van Simeon)
Rembrandt van Rijn, tekening (het loflied van Simeon)

Rembrandt van Rijn, tekening (het loflied van Simeon) in het album amicorum van Jacob Heyblocq. [Amsterdam], 1661. Signatuur 131 H 26. Fol. 61.

F.W.E. Hennequin, borduurwerkjes in het album amicorum van A.C. Bouvin.
F.W.E. Hennequin, borduurwerkjes in het album amicorum van A.C. Bouvin.

F.W.E. Hennequin, borduurwerkjes in het album amicorum van A.C. Bouvin. [Sluis, ca. 1815]. Signatuur 135 J 15. Fol. 16r.

Collectieprofiel

Een album amicorum is een boekje waarin de eigenaar bijdragen verzamelde van vrienden, kennissen, dan wel beroemde tijdgenoten, waarmee hij of zij in contact stond. Het album is nauw verbonden met het universitaire milieu en is ontstaan in de periode dat een gedeelte van de studenten zich niet tot één bepaalde universiteit beperkte, maar een zogenaamde academische rondreis maakte die hen door grote delen van Europa voerde. Het album was daarbij een trouw metgezel en vulde zich met bijdragen van de hoogleraren bij wie ze college liepen en natuurlijk van medestudenten.

Het genre is ontstaan in Duitsland, maar verwierf zich vanaf 1560 ook in de Nederlanden een grote populariteit die tot in de zeventiende eeuw aanhield. Na een periode van verval beleefde het album vanaf het midden van de achttiende eeuw een sterke revival, wederom vooral in academische kringen. In de loop van de negentiende eeuw wordt het album vooral populair onder jonge meisjes uit de betere kringen. Het verandert dan totaal van karakter: bestonden in het studentenalbum de bijdragen uit met zorg uit de klassieke of christelijke auteurs gekozen citaten, vergezeld van een opdrachtformule, in het negentiende-eeuwse album domineren naast gedichten in de moderne talen allerlei staaltjes van huisvlijt: tekeningen, borduurwerkjes, prik- en knipwerkjes e.d. Aan het einde van de negentiende eeuw wordt het album langzaam maar zeker een zaak voor lagere school-meisjes van allerlei rang en stand en ontstaat het 'Poesiealbum', dat door de naaste familie, klasselerares en schoolvriendinnetjes gevuld wordt met standaardgedichtjes die meestal versierd worden met allerlei plakplaatjes.

De collectie van de KB bevat voorbeelden uit al deze perioden.

Collectiegeschiedenis

De basis van collectie werd gelegd door de verwerving van de 32 exemplaren tellende verzameling van G.J. Beeldsnijder van Voshol in 1887. Vanaf dat jaar is het album onderdeel gaan vormen van het verzamelgebied van de KB. Vooral rond 1900 konden veel waardevolle oudere alba worden verworven, terwijl in de periode vanaf 1975 het aantal alba uit de negentiende en het begin van de twintigste eeuw sterk is uitgebreid.

Inventarisatie van alba amicorum uit de Nederlanden van vóór 1800

In de KB wordt sinds 1984 gewerkt aan een documentatie-apparaat op alba amicorum van vóór 1800 in openbaar of particulier bezit, die van belang zijn voor de Nederlanden. Dat wil zeggen alba amicorum ofwel aangelegd door personen afkomstig uit het huidige Nederland en België, ofwel aangelegd door buitenlanders die (onder meer) in de Nederlanden inscripties hebben verzameld. Het documentatie-apparaat omvat beschrijvingen van alba, literatuur en herkomstgegevens en is toegankelijk middels een database. Deze database bevat niet alleen beschrijvingen van alba waarvan de huidige verblijfplaats bekend is, maar ook vermeldingen van alba waarvan op een of andere manier is vast te stellen dat ze bestaan (hebben). Bijvoorbeeld op grond van beschrijvingen in auctiecatalogi of op grond van vermeldingen in primaire en secundaire literatuur. Het bestand omvat thans ca. 2000 beschrijvingen.

Literatuur

  • F.A. van Rappard, 'Overzigt eener verzameling alba amicorum uit de XVIde en XVIIde eeuw', in: Werken van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, nr. 7 (1856), p. 1-138.
  • Alba amicorum. Eindred. Kees Thomassen. Maarssen/Den Haag, 1990.
  • W. Schnabel, Das Stammbuch. Konstitution und Geschichte einer textsortenbezogenen Sammelform bis ins erste Drittel des 18. Jahrhunderts. Tübingen, 2003

Relevante bronnen