Denken en leven als een filosoof

Waar dient de filosofie toe en hoe zou dat doel bereikt kunnen worden? Deze vragen houden filosofen al sinds de oudheid bezig. Onenigheid over de taak en de methode van de filosoof hoort daarbij. Hans Achterhuis ziet filosofie als een strijd om beter begrip. Dit begrip kan door middel van persoonlijk schrijven het beste bereikt worden . ‘Hebben filosofen dwingende antwoorden te bieden?’ Nee, maar toch moeten ze proberen problemen te begrijpen.
Buste van Socrates, kopie naar Lysippos
Buste van Socrates, kopie naar Lysippos

Buste van Socrates, kopie naar Lysippos (1e eeuw) [Bron: Wiki Commons]

Plato, *Verdediging van Socrates* (1996)
Plato, Verdediging van Socrates (1996)

Plato, Verdediging van Socrates (1996)

Plato roemt in zijn Verdediging van Socrates uit de vierde eeuw v. Chr. het wijsgerige leven van zijn eigen leermeester Socrates. Deze geloofde dat men alleen tot ware kennis kon komen door een gesprek te voeren over een probleemstelling. Hij toetste daarbij alle argumenten door deze te bevragen tot er een logische conclusie moest volgen. Ook al kreeg Socrates de doodstraf voor afgoderij en het corrumperen van de jeugd, toch bleef hij vasthouden aan deze ideeën. Dit komt volgens Plato omdat ‘het leven zonder dit onderzoek voor een mens niet leefbaar’ is (p. 128). Filosofie is dus een levenswijze die door vragen te stellen tot ultiem geluk zou moeten leiden.

Kritische vragen

Tot diep in de achttiende eeuw, ten tijde van de Verlichting, bleef dit optimisme over de mogelijkheden van de filosofie gangbaar. Verlichte denkers zoals Immanuel Kant zagen de menselijke rede als het middel om tot feiten – en zo geluk – te komen. De rede kon namelijk bijgeloof en andere onwaarheden ontmaskeren. Omdat ieder mens de rede bezit, zijn we in principe allemaal in staat om rationele overwegingen te maken. Ideeën over gelijke rechten tussen mensen ontstonden voor het eerst in deze context.

Immanuel Kant, *Kritiek van de zuivere rede* (2004)
Immanuel Kant, Kritiek van de zuivere rede (2004)

Immanuel Kant, Kritiek van de zuivere rede (2004)

In zijn belangrijkste werken, de Kritiek van de zuivere rede (1781), de Kritiek van de praktische rede (1788) en de Kritiek van het oordeelsvermogen (1791), vraagt Kant respectievelijk: wat kan ik weten? Wat moet ik doen? En waar kan ik op hopen? Hiermee zoekt Kant naar de grenzen van de menselijke kennis en welke implicaties dit heeft voor onze manier van leven. Deze vragen staan nog steeds centraal in verschillende takken van de filosofie, zoals de epistemologie en de ethiek.

Michel Foucault, *Het gebruik van de lust* (1984)
Michel Foucault, Het gebruik van de lust (1984)

Michel Foucault, Het gebruik van de lust (1984)

Analytische en continentale filosofie

De manier waarop een dergelijke proeve benaderd en uitgevoerd wordt kan erg verschillen. Volgens Fred Muller, hoogleraar in de wiskunde en filosofie in Utrecht en Rotterdam, is er een duidelijke breuklijn ontstaan tussen twee stromingen in de twintigste-eeuwse filosofie: de Angelsaksische, analytische filosofie en de continentale traditie.

Een vertegenwoordiger van de analytische tak is Bertrand Russell, een Britse taalfilosoof uit het begin van de twintigste eeuw. Russell onderzocht de betekenis van filosofische termen en uitspraken. Hij zei dat misverstanden of onenigheden in de filosofie opgelost konden worden door het gebruik van strikte formules waar we het allemaal over eens zijn. In Principia Mathematica in drie delen gepubliceerd in de periode 1910-1913 probeerde hij samen met Alfred North Whitehead de formele principes daarvoor uiteen te zetten in een symbolische logica.

Bertrand Russell
Bertrand Russell

Portret van Bertrand Russell, door Alexander Bassano (1936) [Bron: Wiki Commons]

Alfred North Whitehead en Bertrand Russell, *Principia Mathematica*, deel I (1978)
Alfred North Whitehead en Bertrand Russell, Principia Mathematica, deel I (1978)

Alfred North Whitehead en Bertrand Russell, Principia Mathematica, deel I (1978)

Een voorbeeld van een logisch systeem is de propositielogica. In de propositielogica wordt onze gewone taal vervangen door universele tekens om deze korter en duidelijker te maken, zoals ‘A’, ‘B’, ontkenning (¬) en opsomming (∧). Als je bijvoorbeeld twee uitspraken aan elkaar verbindt, ‘Ik ga naar mijn werk’ en ‘Het is vandaag mooi weer’, dan schrijf je dat in de propositielogica als: ‘A ∧ B’. Deze som kan iedereen die het Latijnse alfabet kent lezen, ook al spreek je een andere taal. Volgens Russell zouden alle filosofische problemen verdwijnen zodra we van de natuurlijke taal zouden overstappen op de symbolische logica. Iedereen kan deze namelijk begrijpen.

Maarten Doorman en Heleen Pott, *Filosofen van deze tijd* (2014)
Maarten Doorman en Heleen Pott, Filosofen van deze tijd (2014)

Maarten Doorman en Heleen Pott, Filosofen van deze tijd (2014)

Hans Achterhuis, *Lof en troost van de filosofie* (2007)
Hans Achterhuis, Lof en troost van de filosofie (2007)

Hans Achterhuis, Lof en troost van de filosofie (2007)

In overzichtswerken van de twintigste-eeuwse filosofie wordt het onderscheid tussen analytici en continentalen daarom niet of nauwelijks genoemd. In Filosofen van deze tijd (2000), samengesteld door Maarten Doorman en Heleen Pott, wordt gefocust op het gedachtegoed van individuele denkers los van de intellectuele stroming waartoe ze (vaak) achteraf gerekend worden. Zo worden filosofen niet oneerlijk tegen elkaar uitgespeeld. Het is nuttig om open te staan voor de stijl en methode van elke filosofische richting, om zo tot betere inzichten te komen.

Hans Achterhuis haakt in op deze discussie in Lof en troost van de filosofie, zijn afscheidsrede aan de Universiteit Twente in 2007. Hier schrijft hij dat de analytische filosofie helemaal niet altijd zo helder en precies is. Met name als het aankomt op de analyse van maatschappelijke kwesties schiet de Angelsaksische benadering te kort. Een voorbeeld dat Achterhuis aanhaalt is Ted Honderich’s bespreking van 11 september in After the terror (2002). Daarin reduceert Honderich deze gebeurtenis tot een verzetsdaad tegen de westerse wereld. Maar volgens Achterhuis kan de ambiguïteit van menselijke daden niet zomaar in formules uitgedrukt worden. Hij schrijft: ‘De helderheid die men als filosoof nastreeft, dient adequaat te zijn aan de onderwerpen die men behandelt’ (p. 23). Daarom moet er niet op dezelfde manier over natuurwetenschap als over de geesteswetenschappen geschreven worden. Het specifieke onderwerp vraagt om een specifieke behandeling.

Hendrik Marsman, Tempel en kruis (1940)
Hendrik Marsman, Tempel en kruis (1940)

Hendrik Marsman, Tempel en kruis (1940)

Hans Achterhuis, *Zonder vrienden geen filosofie* (2011)
Hans Achterhuis, Zonder vrienden geen filosofie (2011)

Hans Achterhuis, Zonder vrienden geen filosofie (2011)

Tijdens het persoonlijk schrijven leg je jezelf in de tekst. Je verhoudt je tot de materie zonder een gezonde, kritische afstand te verliezen. Hoe doe je dat? In het hoofdstuk ‘Hoe persoonlijk schrijven?’ zegt Achterhuis dat persoonlijk schrijven niet gewoon je mening geven is. Het is de kunst kritisch op jezelf te reflecteren terwijl je een onderwerp probeert te doorgronden. Dit kan nooit geheel vanuit een objectieve positie. Iedereen heeft zijn of haar eigen subjectieve ideeën en niemand kan daar bovenuit stijgen. Het is daarom noodzakelijk bewust te zijn van je eigen houding, maatschappelijke positie en achtergrond ten op zichten van je onderwerp. Een persoonlijke, autobiografische stijl en een objectieve afstand sluiten elkaar dus niet uit.

In de roman Nachttrein naar Lissabon (2004) van de Zwitserse intellectueel Pascal Mercier (een pseudoniem voor Peter Bieri) komen bijvoorbeeld wijsgerige vragen aan de orde die juist door hun unieke, persoonlijke invalshoek overtuigend zijn. Zo neemt de protagonist Raimund Gregorius ontslag als leraar en gaat op zoek naar het leven dat hij echt wil leiden. Hij realiseert zich dat hij moet veranderen wil hij dit leven kunnen bereiken. Ook in zijn andere werk, reflecteert Mercier/Bieri op wat het betekent om een autonoom en goed leven te leiden.

Pascal Mercier, *Nachttrein naar Lissabon* (2017)
Pascal Mercier, Nachttrein naar Lissabon (2017)

Pascal Mercier, Nachttrein naar Lissabon (2017)

Albert Camus, *De mythe van Sisyphus* (vertaling 2013)
Albert Camus, De mythe van Sisyphus (2013)

Albert Camus, De mythe van Sisyphus (2013)

In De mythe van Sisyphus (1942) stelt Albert Camus het probleem van de onzekerheid en onbenulligheid van het menselijk bestaan centraal. Hoe weet ik hoe ik moet leven als ik geen duidelijke houvast heb? In de openingszin wordt de filosofische grondslag van dit werk meteen duidelijk: ‘Er bestaat maar één werkelijk ernstig filosofisch probleem: de zelfmoord. Oordelen of het leven wel of niet de moeite waard is geleefd te worden is antwoord geven op de fundamentele vraag van de filosofie’ (p. 130). Ook al kan het leven nutteloos lijken, zegt Camus, we moeten ons inzetten om het leven zo intensief en hartstochtelijk mogelijk te leven. Er is geen eenduidig of rationeel levensplan dat hiermee gepaard gaat. Iedereen vult dit op zijn of haar eigen manier in. De pluraliteit aan verschillende visies die hierbij naar voren komt staat rechtstreeks tegenover de analytische methode.

Hannah Arendt, *Eichmann in Jeruzalem, de banaliteit van het kwaad* (2016)

Hannah Arendt, Eichmann in Jeruzalem, de banaliteit van het kwaad (2016)

Arendt ontving veel kritiek op dit boek. Mensen begrepen niet hoe ze het kwaad banaal, alledaags kon noemen. De Holocaust was juist alles behalve alledaags. Maar Arendt wilde aantonen dat het ambtelijke apparaat ervoor zorgde dat individuele mensen eigenlijk vrij weinig met de ideologie van Hitler van doen hadden. Het kwaad kon op grote schaal plaatsvinden omdat niemand in dit netwerk verantwoordelijk was behalve Hitler. Hierdoor konden hele gewone mensen meewerken aan dit bureaucratische systeem van massavervolging. Deze prikkelende stelling is nog steeds omstreden.

Tegendenken

Discussie met anderen, zegt Achterhuis, is nuttig voor een filosoof. Het is fundamenteel voor het ontwikkelen van een gebalanceerde visie. ‘Het gesprek tussen vrienden dwingt de wetenschapper en filosoof ook om de ivoren toren van het technisch-wetenschappelijke vocabulaire te verlaten’ (Zonder vrienden, p. 21).’ Op die manier, stelt Achterhuis, kunnen te abstracte ideeën concreter gemaakt worden

*Portret van Niccolò Machiavelli*, door Santi di Tito (zestiende eeuw)
Niccolò Machiavelli

Portret van Niccolò Machiavelli, door Santi di Tito (zestiende eeuw) [Bron: Wiki Commons]

N. Machiavel, *De prins* (1705)
N. Machiavel, De prins (1705)

N. Machiavel, De prins (1705)

Tegen jezelf in durven denken is dus kritisch op jezelf zijn en niet gewoon met de tijdgeest meegaan. Hierbij moet je niet bang zijn van gedachten te veranderen of vijanden te maken. Achterhuis is hier zelf een goed voorbeeld van. Met betrekking tot het thema geweld kwam hij terug op verschillende beweringen die hij in Filosofen van de derde wereld uit 1975 heeft gedaan. In Met alle geweld (2008) beargumenteert hij tegen zichzelf dat geweld nooit een gerechtvaardigd middel kan zijn. Net zoals Arendt vindt hij dat geweld altijd invloed heeft op de mensen die geweld gebruiken, niet alleen op de slachtoffers. Het herhaaldelijk gebruik van geweld normaliseert geweld waardoor er nog meer geweld kan ontstaan.

Hans Achterhuis, *Filosofen van de derde wereld* (1975)
Hans Achterhuis, Filosofen van de derde wereld (1975)

Hans Achterhuis, Filosofen van de derde wereld (1975)

Hans Achterhuis, *Met alle geweld* (2008)
Hans Achterhuis, Met alle geweld (2008)

Hans Achterhuis, Met alle geweld (2008)

De taak van de hedendaagse filosoof

De geschiedenis van de filosofie laat zien dat alles ter discussie staat voor een filosoof. Niet alleen de antwoorden op bepaalde vragen maar ook welke vragen relevant zijn, hoe die vragen het beste geformuleerd kunnen worden en welke afwegingen daarvoor van belang zijn. Sommige hedendaagse filosofen hechten meer belang aan het stellen van kritische vragen, anderen aan de zoektocht naar het goede leven of de levenskunst.

Zo staat in de filosofie van Ad Verbrugge de reflectie op ontwikkelingen in de huidige tijd centraal. Hoe verhoudt de mens zich tot de toenemende globalisering en ‘virtualisering’? Wat voor invloed hebben de techniek en economie op de leefwereld van de mens? Door middel van analyses van maatschappelijke fenomenen tracht Verbrugge de dynamiek van het menselijk (samen)leven te doorgronden.