Herwaardering van de melancholie

De mens is volgens Joke Hermsen in de kern een melancholisch wezen. Melancholie wordt vaak geassocieerd met depressie, maar Hermsen legt uit hoe gezonde melancholie ook een bron van creativiteit kan zijn.
Buste van Plato (Romeinse kopie naar Silanion) (bron: Wikimedia Commons)
Buste van Plato (Romeinse kopie naar Silanion) (bron: Wikimedia Commons)

Buste van Plato (Romeinse kopie naar Silanion) (bron: Wikimedia Commons)

Ludwig Grillich, portret van Sigmund Freud (ca. 1905) (bron: Wikimedia Commons)
Ludwig Grillich, portret van Sigmund Freud (ca. 1905) (bron: Wikimedia Commons)

Ludwig Grillich, portret van Sigmund Freud (ca. 1905) (bron: Wikimedia Commons)

Buste van Aristoteles (Romeinse kopie naar Lysippos) (bron: Wikimedia Commons)
Buste van Aristoteles (Romeinse kopie naar Lysippos) (bron: Wikimedia Commons)

Buste van Aristoteles (Romeinse kopie naar Lysippos) (bron: Wikimedia Commons)

Collectieve depressie?

Door het gebrek aan ruimte voor gezonde melancholie is de mens volgens Hermsen daadwerkelijk terecht gekomen in de ongezonde vorm van melancholie: een depressie. Deze depressie duidt zij zowel moreel als economisch, maar bovenal als collectief sociaal maatschappelijk probleem. Het ontbreekt in de maatschappij aan onderlinge banden en verbinding en hierdoor klampen mensen zich vast aan hun angstgevoelens. Deze angstgevoelens ontstaan door economische onzekerheden en vervreemding van de medemens en gaan gepaard met onrust.

De Duitse filosofe Hannah Arendt (1906-1975) stelt dat totalitaire regimes vaak inspelen op deze angstgevoelens door middel van een ‘zondeboktheorie’. Arendt heeft dit als Joodse aan den lijve ondervonden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hermsen ziet hierin een parallel met de huidige vluchtelingencrisis. ‘Het heeft er alle schijn van dat degenen die uit de maatschappij verbannen worden als schuldigen worden aangewezen voor problemen waar ze niets mee te maken hebben. Via hen lijkt de angst te moeten worden bezworen – niet alleen voor klimaatverandering, voor een nieuwe financiële crisis, voor terreur en aanslagen, maar ook voor het verlies van de eigen identiteit en de eigen vertrouwde tradities’ (Melancholie van de onrust, p. 10).

Kritiek op Hermsen

Bovenstaande ideeën ontlokken bij meerdere mensen kritiek op Hermsen, zoals bij Jan Postma (geboren 1985), redacteur bij De Groene Amsterdammer. Hij mist de samenhang tussen het toch heel individuele besef dat we eens zullen sterven en alles zullen verliezen aan de ene kant en aan de andere kant de maatschappelijke depressie waar Hermsen voor waarschuwt en die bestaat uit meer collectieve gevoelens van miskenning, onzekerheid, woede en vrees voor achteruitgang. Bovendien vindt Postma dat Hermsen regelmatig en stellig vage termen als ‘steeds vaker’ en ‘steeds meer’ gebruikt zonder dat gespecifieerd wordt hoeveel vaker of hoeveel meer (Van onrust en de dingen die verdwijnen in De Groene Amsterdammer, 22 maart 2017).

Carel Peeters (geboren 1944), voormalig bijzonder hoogleraar in de literaire kritiek, stelt dat hoewel de opsomming van ‘sociale en politieke factoren’ die bijdragen aan depressiviteit realistisch is, deze factoren tegelijkertijd voor veertien op de vijftien volwassenen geen depressiviteit tot gevolg hebben. De factoren zijn dus geen doorslaggevende oorzaken, maar meer een beschrijving van de huidige tijdsgeest (Joke Hermsen en de melancholie als bron van creativiteit in Vrij Nederland, 4 april 2017).

Joke Hermsen, Melancholie van de onrust (2017)

Joke Hermsen, Melancholie van de onrust (2017)