Joep Dohmen en de late Foucault

Michel Foucault ontdekte eind jaren zestig in de klassieke oudheid een ‘cultuur van het zelf’ en deze ontdekking heeft geleid tot een drastische wending in zijn filosofie. Dohmen onderzoekt deze bestaansethiek, omdat deze antwoord geeft op het moderne onbehagen in de Westerse cultuur. Dohmen blijkt niet de enige die in het voetspoor van Foucault op zoek gaat naar nieuwe ethiek of levenskunst.

De ethiek in het late werk van Foucault

Eind jaren negentig begint Dohmen aan een onderzoeksproject over de ethiek in het late werk van de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984), met name over het begrip zelfzorg en de waarde van dat begrip voor een actuele publieke moraal als levenskunst. Dit project sluit aan op Dohmens moraalstudie over Nietzsche, Nietzsche over de menselijke natuur (1994). De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) verdedigde een individuele moraal: een authentiek leven op basis van een duurzame, levenslange levenskunst. Hij was zowel de denker van de argwaan als de schepper van een ‘Herrenmoral’.

 Friedrich Nietzsche, 1875
Friedrich Nietzsche

Portretfoto van Friedrich Nietzsche, gemaakt door Friedrich Hartmann (1822-1902) in Basel ca. 1875 (Bron: Wikimedia Commons)

Nietzsche over de menselijke natuur (1994)
Nietzsche over de menselijke natuur (1994)

Nietzsche over de menselijke natuur: een uiteenzetting van zijn verborgen antropologie. -Kampen: Kok Agora, 1994. [Ook verschenen als proefschrift Utrecht]

Nietzsches argwaan gold de dominantie van de slavenmoraal die hij in allerlei gedaantes, zowel in de christelijke als in de algehele westerse moraal aantrof. De slaaf is het vleesgeworden ressentiment dat zich nestelt in het martelaarschap. Slaven zetten zich af tegen de buitenwereld en nemen hun toevlucht tot het vormen van nieuwe waarden. Dit leidt tot ontwaarding van de waarden van de meesters.

Als remedie ontwikkelde Nietzsche een herenmoraal, een aansporing aan een elite van ‘voorname’ individuen hun ware zelf te verwezenlijken en op die manier autonoom en authentiek te worden en zich niet te laten binden door regels, conventies en tradities. Nietzsches Übermensch is zijn metafoor voor de weigering om slaaf te zijn maar soeverein te worden en de poging om in een eigen moraal van openheid te leven en daarin steeds zichzelf te overwinnen.

Nietzsches Bildungsmoraal

De Bildungsmoraal die Nietzsche de mensheid voorhoudt is: probeer zo heer-lijk mogelijk te leven. Het kunstwerk dat Nietzsche voorstond was een authentiek, soeverein levend mens. Nietzsche pleitte ervoor dat de moderne mens zelf vorm geeft aan zijn leven. Zijn opvoedingsparool luidde: ‘Word wie je bent.’ Dankzij een permanente levenskunst krijgt dit proces van zelfwording gestalte. ‘Zijn actualiteit ligt vooral in zijn consequente verdediging van een individuele moraal, als antwoord op de crisis van de westerse cultuur en het oprukkende nihilisme’ (Dohmen, 2007, p. 104). Het nihilisme zou volgens Nietzsche pas werkelijk overwonnen worden door het soevereine, authentieke individu.

Ivan Toergenjev, 1874

Door de Russische schrijver Ivan Toergenjev werd het begrip 'Nihilisme' populair. Portret geschilderd door Ilja Repin (1844-1930) in 1874 (Bron: Wikimedia Commons)

Dohmen stelt dat een nietzscheaanse moraal een tegenwicht kan bieden tegen het cynisme van hedendaagse denkers, schrijvers en antihumanisten en in de media. De ontwikkeling van een dergelijke moraal impliceert ook een correctie op het dominante neoliberalisme dat moreel tekort schiet. Een nieuwe publieke moraal van burgers zou ook een tegenwicht kunnen bieden tegen het communitarisme, de gemeenschapsmoraal die het belang van het individu ondergeschikt maakt aan een goed functionerende gemeenschap. In navolging van Nietzsche en Foucault verdedigt Dohmen een eigentijdse herneming van de klassieke ethiek van de zelfzorg. Deze bestaansethiek of levenskunst verbindt hij met het moderne individualisme en pluralisme.

Foucault en het leven als kunstwerk

Dat Foucault een Nietzscheaan was, blijkt vooral uit de bestaansethiek van de late Foucault, die aansluit op Nietzsches bildungsideaal: de actief handelende mens zou vóór alles zichzelf tot zorg moeten zijn. In zijn late werk heeft Foucault het ontwerp gemaakt voor een ethiek van de levenskunst. Hierin staat de problematiek van het ontwikkelen van een persoonlijke levensstijl of levenshouding centraal. Een eigen levenshouding is het resultaat van opvoeding, onderwijs en levenservaring. Levenskunst is een praktijk van zelfzorg. Foucault hamerde op het grote belang van levenskunst voor de actualiteit.

Het sluitstuk van Foucaults ethiek is volgens Dohmen een moreel appèl: ‘voorkom dat je levensvorm afgesloten wordt en blijf altijd openstaan voor verandering en vernieuwing. Dan ben je een levend kunstwerk’ (Dohmen, 2010, p. 95). De moraal van de levenskunst is om te leren leven in het hier en nu. Het leven als kunstwerk verwijst naar een open en volle levensvorm op ieder moment van het leven.

Dohmen ‘ontdekte’ de wending in Foucaults denken toen hij vlak voor zijn dood in 1983 opmerkte: ‘Waarom zou niet iedereen een kunstwerk van zijn leven kunnen maken? Waarom is die lamp, dit huis wel een kunstwerk en mijn leven niet?’ (Foucault, 1985b, p. 64). Voor Dohmen is deze uitspraak een mantra geworden, die hij vaak aanhaalt, omdat deze opmerking hem fascineert. Het heeft hem ertoe aangezet Foucaults levenskunst als ethiek van de zorg voor zichzelf als uitgangspunt te nemen voor het ontwerpen en verder ontwikkelen van een concrete moraal van zelfverantwoordelijkheid, en in die zin als een vorm van morele educatie, een Bildungsmoraal die de grondslag kan leveren voor een persoonlijke en geëngageerde levenshouding.

Foucault en de zelftechnieken

Dohmen schrijft de terugkeer van de levenskunst in de filosofie toe aan Foucault. Hij wist dat Foucault vanaf 1976 tot aan zijn dood in 1984 werkte aan zijn nieuwe bestaansethiek, of levenskunst, een genealogie van de ethiek van het zelf, de ‘levenskunst’, waarin de voorschriften rondom seksualiteit en levenskunst op een bepaalde manier met elkaar samenhangen. In de klassieke cultuur was de techniek van het zelf de belangrijkste kwestie. Volgens Foucault is het niet mogelijk om de Griekse ethiek te begrijpen zonder haar met de technologie van het zelf in verband te brengen.

In Foucaults’ oeuvre staat het menselijke zelf of subject centraal. Hij zag de moderne westerse mens als het resultaat van een even complex als dynamisch cultureel en maatschappelijk proces van subjectivering of ‘onderwerping’ van het individu. Lange tijd heeft hij de wijze waarop de menswetenschappen het zelf produceren onderzocht (1960-1970). Daarna onderzocht hij hoe machtsverhoudingen het zelf disciplineren (1970-1976) en de laatste jaren van zijn leven onderzocht hij welke rol de levenskunst zou kunnen spelen bij de totstandkoming van onze persoonlijke identiteit.

Het gebruik van de lust
Het gebruik van de lust (1984)

Het gebruik van de lust. -Nijmegen: SUN, 1984.

De zorg voor zichzelf, 1984
De zorg voor zichzelf (1984)

De zorg voor zichzelf. -Nijmegen: SUN, 1985.

Ethiek als vrijheidspraktijk

Deze driedeling correspondeert met de drie centrale thema’s van Foucaults oeuvre: waarheid, macht en individueel gedrag. Anders dan in zijn voorgaande werk benadert de late Foucault de subjectivering primair vanuit de technieken van persoonlijke beheersing of ‘technieken van zelfbeheer’, die individuen in staat stellen op eigen kracht of met behulp van anderen zichzelf tot subject te maken. Dohmen noemt dit de ‘vrijheidsstrategie’ van de late Foucault, die graag gezien zou hebben dat onze cultuur geïnspireerd zou worden door een levenskunst of bestaansethiek.

De neerslag hiervan is te lezen in zijn boeken Het gebruik van de lust en De zorg voor zich zelf, die minder dan een maand voor zijn dood, in juni 1984 verschenen en in het interview van 1983 met de Amerikaanse filosoof Hubert Dreyfuss (1929-2017) en de Amerikaanse cultureel antropoloog Paul Rabinov (geb. 1944) ‘Waarom zou niet ieder van zijn leven een kunstwerk maken?, verschenen in: Michel Foucault in gesprek (1985). In het interview van 20 januari 1984 met de Cubaanse filosoof Raúl Fornet-Betancourt (geb. 1946), Helmut Becker en de Colombiaanse filosoof Alfredo Gomez-Müller De ethiek van de zorg voor zichzelf als vrijheidspraktijk, verschenen in Breekbare vrijheid (1995) geeft Foucault de contouren aan van een eigentijdse levenskunst.

Hubert Dreyfus, 2011
Hubert Dreyfus

Hubert Dreyfus, foto door Jörg Noller: tijdens bijeenkomst in de Ludwig Maximilian Universität, München, mei 2011 (Bron: Wikimedia Commons)

Michel Foucault in gesprek, 1985
Michel Foucault in gesprek (1985)
Breekbare vrijheid, 1995
Breekbare vrijheid (1995)

Foucaults driedubbele wending

Dohmen stelt dat Foucault een driedubbele wending maakt in zijn werk: een wending van politiek naar ethiek, een wending binnen zijn opvatting van ethiek en een humanistische wending: van antihumanisme naar een kritisch humanisme. Voor die tijd heeft Foucault zich altijd kritisch uitgelaten over moraal als het domein bij uitstek van normalisering en disciplinering. Evenals de Nietzsche koesterde hij een diep wantrouwen ten aanzien van allerlei vormen van theoretisch en praktisch humanisme die volgens hem het westerse denken beheersten en gelegitimeerd werden in de dominante filosofie van het existentialisme van zijn landgenoot Jean Paul Sartre (1905-1980).

Friedrich Nietzsche, 1882
Friedrich Nietzsche

Portret van Friedrich Nietzsche, geschilderd door Gustav Schultze (1825-1897) in september 1872 (Bron: Wikimedia Commons)

Jean-Paul Sartre, 1950
Jean-Paul Sartre

Foto van Jean-Paul Sartre, gemaakt ca. 1950 (Bron: Wikimedia Commons)

Foucaults filosofie verzet zich tegen iedere vorm van ‘subjectcentrisme’, dat wil zeggen: tegen de voorstelling dat het individuele subject de oorsprong van alle waarheid en iedere betekenis zou zijn. Zijn vroegere werk, vanaf zijn Geschiedenis van de waanzin (1961) tot en met De wil tot weten (1976) kan dan ook gezien worden als één grote aanval op het cartesiaanse Cogito, de these dat de mens ‘zelf’ aan de oorsprong zou staan van zijn denken en handelen. Foucault maakt korte metten met de oorspronkelijkheid, oorzakelijkheid, continuïteit en transparantie van het subject en met de zogenaamde almacht van het subject.

Mens-zijn verwijst niet naar een oorspronkelijke subjectiviteit, maar naar een veelvoudige subjectivering. Als fervent Nietzscheaan stelde Foucault: het subject bestaat niet. Het subject is geen substantie, maar slechts een tijdelijke vorm die niet altijd en overal identiek aan zichzelf is. De verhouding die je tot jezelf inneemt, is voor iedere situatie weer anders.

Dankzij een complexe samenhang van wisselende subjectiveringsprocessen kan er zoiets als een ‘persoonlijke identiteit’ ontstaan. Hiermee laat Foucault ook ‘weinig heel van het sprookje dat de individuele mens in vrijheid aan sociale zelfontplooiing doet’ (Dohmen, 2010, p. 80). ‘Mijn huidige belangstelling gaat uit naar de manier waarop het subject zich op een actieve manier, door zelfpraktijken, vormt’ (Foucault, 1995, p. 96).

In het voetspoor van Foucault

De late Foucault is tamelijk pessimistisch over de mogelijkheid voor moderne individuen om een eigen levensstijl te ontwikkelen. Terwijl we tegenwoordig schijnbaar in hoge mate over onszelf beschikken, worden we feitelijk voortdurend van alle kanten aangestuurd en loopt ons leven allesbehalve uit op een kunstwerk. ‘In onze maatschappij is nauwelijks iets over van het idee dat je zelf, je leven, je bestaan het belangrijkste kunstwerk is waarop je je moet toeleggen’ (Foucault, 1985b, p. 72). Door zijn vroegtijdige dood, in 1984, heeft hij zijn bestaansethiek niet verder kunnen uitwerken.

Bij zijn dood lag wel een voltooid typoscript van het vierde en laatste deel van zijn Geschiedenis van de seksualiteit klaar voor correctie, maar zijn erfgenamen hebben de publicatie daarvan vierendertig jaar tegengehouden, omdat Foucault dit nadrukkelijk zo wilde. Bij de uitgeverij Boom Filosofie zullen eind 2018 de geheel opnieuw vertaalde delen – De wil tot weten, Het gebruik van de lusten en De zorg voor zichzelf - voor het eerst in één band verschijnen en medio mei 2019 zal het postuum verschenen vierde deel Les aveux de la chair verschijnen als De bekentenissen van het vlees.

Foucaults appèl dat laatmoderne mensen de ethiek van zelfzorg ter hand nemen om van hun leven een kunstwerk te maken, heeft inmiddels maatschappelijk weerklank gevonden bij een toenemend aantal internationale academische auteurs zoals de Franse historicus op het gebied van de filosofie van de klassieke Oudheid Pierre Hadot (1922-2010), de Franse filosoof Michel Onfray (geb. 1959), de Griekse filosoof Alexander Nehamas (geb. 1946), de Amerikaanse filosofen Martha Nussbaum (geb. 1947) en Richard Shusterman (geb. 1949), de Canadese filosoof Charles Taylor (geb. 1931), de Engelse filosoof Alain de Botton (geb. 1969), de Zwitserse schrijver en filosoof Peter Bieri (geb. 1944) en de Duitse levenskunstfilosoof Wilhelm Schmid (geb. 1953).

Pierre Hadot, 1997
Pierre Hadot (© Despatin & Gobeli)

Portretfoto van Pierre Hadot, gemaakt door Mr. Despatin-Gobeli in Parijs op 29 juli 1997 (Bron: Wikimedia Commons)

Martha Nussbaum, 2008
Martha Nussbaum (foto: Robin Holland)

Portretfoto van Martha Nussbaum, gemaakt door Robin Holland in 2008 (Bron: Wikimedia Commons)

Wilhelm Schmid, 2013
Wilhelm Schmid (foto: J. R. Schmid)

Foto van Wilhelm Schmid, gemaakt tijdens de Leipziger Buchmesse 16 maart 2013 door J. R. Schmid (Bron: Wikimedia Commons)

Ook in Nederland is de bestaansethiek of levenskunstmoraal succesvol gebleken. Filosoof en ethicus Henk Manschot (geb. 1939) voerde als eerste een pleidooi voor levenskunst, later schreven o.a. filosoof en theoloog Paul van Tongeren (1950), socioloog Ruut Veenhoven (geb. 1942) en socioloog en filosoof Dick Kleinlugtenbelt (1949) over levenskunst. Ook Joep Dohmen heeft sinds begin jaren negentig een flink aantal publicaties over een moderne levenskunst geschreven.

Alle auteurs zijn er van overtuigd dat een andere levensstijl nodig is als tegenwicht tegen het dominante neoliberalisme met individuele zelfbeschikking en niet-inmenging als norm. Zij hebben de ethiek van de levenskunst opnieuw op de kaart gezet. Dit blijkt uit de vele publicaties over levenskunst en scholingsprogramma’s. Een aantal scholen heeft zelfs het vak levenskunst ingevoerd.

Literatuurverwijzingen