Joep Dohmen en de neohumanistische moraal

Het is de hoogste tijd voor een nieuwe publieke moraal, aldus Dohmen. Hij pleit voor een laatmoderne morele Bildung, een concrete moraal van zelfverantwoordelijkheid. Door het ontbreken van een nieuwe bestaansethiek riskeren we 'een samenleving van dunne- en dikke-ikken: slachtoffers, narcisten en megalomane labbekakken.' Het meest fundamentele probleem van de posttraditionele orde is volgens Dohmen dat van sociale zelfontplooiing.

Het moderne onbehagen

Dohmen stelt in Het leven als kunstwerk (2008) dat ‘de late moderniteit vraagt om een nieuwe cultuur van het zelf. De huidige neoliberale moraal van zelfbeschikking leidt tot gruwelijke zelfoverschatting, oppervlakkige relaties en tal van verkeerde levenshoudingen. Tegelijk moeten we natuurlijk wel vasthouden aan belangrijke verworvenheden van de moderniteit’ (p. 171). Dohmen benadert de crisis van de moderniteit vanuit het perspectief van het individu. De crisis van de moderniteit is de crisis van het moderne subject.

Het leven als kunstwerk, 2008
Het leven als kunstwerk (2008)

Het leven als kunstwerk. -[Rotterdam]: Maand van de Filosofie, 2008

De moderne samenleving wordt gedomineerd door twee ‘idolen’: de mythe van de autonomie en de plicht tot geluk. Er heerst een ‘moraal’ van vrijheid-blijheid. Het hele leven is een win-winsituatie. Onze neoliberale tijdgeest wordt beheerst door een idee van onkwetsbaarheid en onafhankelijkheid, de ‘mythe van de autonomie’, terwijl wij ons als mens altijd in velerlei vormen van afhankelijkheid en kwetsbaarheid bevinden. Bovendien wordt de actuele tijdgeest gedomineerd door twee geluksillusies: het hedonisme en het narcisme. Het hele leven moet een toestand van permanente gelukzaligheid zijn en om in de belangstelling te komen, moet je de media manipuleren.

Socrates trekt Alcibiades uit de omhelzing van sensueel genot, 1791
Socrates trekt Alcibiades uit een omhelzing

Socrates trekt Alcibiades uit de omhelzing van sensueel genot op een schilderij van Jean-Baptiste Regnault (1754-1829) ca. 1791 (Bron: Wikimedia Commons)

Narcissus verliefd op zijn spiegelbeeld, 1594-1596
Narcissus verliefd op zijn spiegelbeeld

Narcissus verliefd op zijn spiegelbeeld, geschilderd door Caravaggio (1573–1610) in 1594-1596 (Bron: Wikimedia Commons)

Dohmens persoonlijke onbehagen betreft met name het gebrek aan geestelijke weerbaarheid van het laatmoderne individu, het dwangmatige streven naar geluk en een gebrek aan engagement en verbondenheid. Zijn humanistische pleidooi tegen onverschilligheid en voor levenskunst en een eigen levenshouding van waaruit je je leven leidt, sluit aan bij het moderne individualisme, het streven naar autonomie en naar authenticiteit. Levenskunst ziet Dohmen als een complex leerproces dat tot doel heeft een houding van betrokkenheid te ontwikkelen. ‘Door persoonlijke aandacht en zorg voor onszelf ontwikkelen we ons zo goed mogelijk tot burger, partner en vriend’ (Dohmen, 2007, p. 201).

De permissieve samenleving

In de posttraditionele samenleving, vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw, worden moraal en levensbeschouwing in toenemende mate opgeofferd aan de instrumentele rationaliteit van de markt, de wetenschap en de technologie. Door deze sterk op elkaar inwerkende factoren wordt de late moderniteit gekenmerkt door onzekerheid en twijfel: ons leven is vol kansen, maar ook vol risico’s.

Moraal en zingeving zijn iets voor erbij, ze zijn privé. Ieder voor zich moet op zoek naar zijn eigen identiteit, die in de posttraditionele orde afhankelijk is van hoe iemand zich ontwikkelt en wat hij/zij van het leven maakt. Onze laatmoderne identiteit wordt voor een groot deel bepaald door het consumptieproces van de markteconomie: ‘ben wat je hebt’ (Dohmen, 2010, p. 51).

In de neoliberale samenleving domineert het principe van zelfbeschikking, opgevat als niet-inmenging. Dohmen verzet zich tegen dit principe van zelfbeschikking. Dit is een mythe die mensen isoleert en kan leiden tot een houding van willekeur, onmacht en onverschilligheid, het ‘dikke-ik’ dat in een permanente concurrentie- en prestatieslag is verwikkeld, en tot de megalomanie dat we alles zelf kunnen beslissen, los van geschiedenis, natuur en samenleving, stelt de Canadese filosoof Charles Taylor (geb. 1931).

Voorbij het dikke-ik (2005)

Voorbij het dikke-ik : bouwstenen voor een kritisch humanisme / Harry Kunneman. -Amsterdam: Humanistics University Press, 2005

Vrijheid, authenticiteit en autonomie

De liberale claim van vrijheid als niet-inmenging is de ‘norm’ geworden. Door deze negatieve opvatting van vrijheid is het moderne individu op zichzelf teruggeworpen en heeft niet geleerd actief richting te geven aan zijn leven ofwel een meer zelfverantwoordelijk leven c.q. authentiek en autonoom leven te leiden. Volgens Taylor is authenticiteit het belangrijkste morele ideaal van deze tijd. Noch de liberale progressieven noch de conservatieven nemen authenticiteit in feite serieus. De liberalen vatten authenticiteit op als autonome zelfbeschikking, opgevat als niet-inmenging ofwel negatieve vrijheid. De conservatieven zien authenticiteit als een vorm van narcisme of hedonisme.

Dohmen definieert authenticiteit als trouw zijn aan jezelf en vooral eerlijk zijn tegenover jezelf. Dat moet je leren. ‘Jezelf zijn’ betekent dat je vanuit een eigen houding in de samenleving staat met de opdracht om jezelf te worden. Dit houdt in dat je bij alles wat je doet ten diepste betrokken bent, ten aanzien van je naasten en de maatschappij. Authenticiteit verwijst naar een dominante eigen motivatie en is een invulling van de positieve vrijheid. Levenskunst kan ook opgevat worden als een praktische ethiek van authenticiteit.

Pleidooi voor een nieuwe publieke moraal, 2009
Pleidooi voor een nieuwe publieke moraal (2009)

In de neoliberale samenleving domineert het principe van zelfbeschikking met als oogmerk: versterking van de persoonlijke autonomie. Het risico is echter dat mensen onder invloed van dit principe zichzelf juist niet ontwikkelen tot autonome individuen. Werkelijke autonomie betekent niet alleen zelfbeschikking, maar ook zelfbepaling: het concreet kunnen uitoefenen van je eigen positieve vrijheid, ofwel het vermogen om je eigen leven vorm te geven. Mensen moeten leren zowel negatieve als positieve vrijheid te beoefenen.

Dohmen ziet ‘persoonlijke autonomie als het resultaat van een leerproces waarbij een zekere inmenging van anderen onontkoombaar, tot op zekere hoogte vaak juist gewenst en noodzakelijk is’ (Dohmen, 2010, p. 65). Pas door open te staan voor contacten met anderen leer je onderscheid te maken tussen beïnvloeding en manipulatie. Het is ook van belang dat je je kunt identificeren met de voor jou belangrijke verlangens.

Een moraal van zelfverantwoordelijkheid

In navolging van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) en de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984) pleit Dohmen voor een eigentijdse hername van de klassieke ethiek van de zelfzorg. Deze bestaansethiek of levenskunst verbindt hij met het moderne individualisme en waardenpluralisme. De levenskunst ziet hij als een concrete moraal van zelfverantwoordelijkheid, als een echte Bildungsmoraal, omdat mensen door middel van zelfzorg een eigen levensstijl ontwikkelen en daarmee zelf hun leven vorm geven. De zelfontplooiing die wordt nagestreefd, is sociale zelfontplooiing.

Friedrich Nietzsche, 1875
Friedrich Nietzsche

Friedrich Nietzsche, gefotografeerd door Friedrich Hartmann ca. 1875 (Bron: Wikimedia Commons)

De nieuwe publieke moraal van zelfzorg is gericht op de onderlinge afstemming van mensen op elkaar. Deze moraal wil antwoord geven op de vraag: hoe kunnen laatmoderne mensen hun eigen levensstijl ontwikkelen en met elkaar een zinvol leven leiden? Hierbij neemt Dohmen stelling tegen de populaire vormen van levenskunst zoals zelfmanagement, lifestyle, hedonisme, zenboeddhisme en new age. Deze populaire vormen suggereren een al te grote maakbaarheid van het leven. Dohmen gebruikt de begrippen bestaansethiek, levenskunst en zelfzorg door elkaar. Bij voorkeur gebruikt hij (ethiek van de) zorg voor zichzelf.

Levenskunst als vrijheidspraktijk

Levenskunst ziet Dohmen als een vrijheidspraktijk, met als inzet: zelfverantwoordelijkheid. Hij heeft het concept ‘vrijheidspraktijk’ van Foucault verder uitgewerkt als een samenhang van bezinning, aandacht en reflectie, oefening en gewoontevorming, morele oriëntatie, timing en context. ‘De voornaamste les van Michel Foucault is dat volledige zelfbeschikking, los van bestaande kaders, van inbreng van anderen en zonder zelfzorg, een fictie is. […] Het gaat altijd om graden van vrijheid (en onvrijheid). Bij vrijheid is voor Foucault dan ook altijd sprake van een relatieve autonomie. […] In de vrijheid is dus voor Foucault de autonomie niet alleen relatief maar bovendien relationeel’ (Dohmen, 2006, p. 200).

De liberale moraal van zelfbeschikking moet dringend gecorrigeerd worden, want mensen zijn altijd op velerlei manieren afhankelijk van elkaar en hebben elkaar hard nodig bij de bepaling van hun positieve vrijheid en hun zelfverwerkelijking. Het individualisme moet vanuit een ander modern individualisme worden gecorrigeerd.

Als tegenwicht tegen de dominantie van de moraal van zelfbeschikking en tegen de principiële onzekerheid van het moderne bestaan stelt Dohmen een nieuwe levenshouding voor. ‘Wie in het bezit is van een eigen levensstijl, wie die vrijheidspraktijk goed beoefent, is beter opgewassen tegen de lotgevallen van het leven’ (Dohmen, 2010, p. 105).

Levenskunst is een levenspolitiek

In het Bildungsproject van sociale zelfontplooiing gaat het om het ontwikkelen van een relatie tot jezelf en van daaruit tot verantwoordelijkheid voor de ander. Alleen samen met anderen kunnen we onszelf ontplooien. Het uitgangspunt van de levenskunst- of bestaansethiek is een authentieke, persoonlijke zoektocht naar wat voor de betreffende persoon van waarde is. Het doel is een eigen levensstijl. Waardeoriëntatie en motivatie zijn hierbij van doorslaggevend belang. ‘Als het over de kwaliteit van ons leven gaat, is het veel belangrijker om ons leven radicaal te waarderen en te leven vanuit een eigen motivatie’ (Dohmen, 2008, p. 172).

Deze levenskunst is tegelijk een levenspolitiek: de strijd om de betekenis van de eigen identiteit. De nieuwe vragen zijn: wie ben ik, wie wil ik zijn, en hoe moet ik leven? ‘Dat het een levenspolitiek is, duidt op het feit dat ik me als individu moet leren verhouden tot de sociale en maatschappelijke orde waarin ik met mijn leven en levensvragen wordt geïndividualiseerd’ (Dohmen, 2010, p. 57).

De kernvraag is: waaraan ontlenen laatmoderne individuen hun nieuwe zelfvertrouwen? In het verlengde daarvan moeten laatmoderne individuen antwoord vinden op de vragen: wie is mijn expert, wat is mijn levensstijl, en met wie verbind ik mij? Ze moeten zich voortdurend ontwikkelen en bijscholen. Gesprekken met betekenisvolle anderen over wie ze willen zijn en wat ze in een zinvol leven moeten doen in deze laatmoderne tijd is meer dan ooit van belang.

Zorg voor zichzelf als een holistisch leerproces

Zorg voor zichzelf verwijst naar speciale manieren van aandacht voor het zelf en de eigen gesitueerdheid. Deze aandacht mondt uit in een nieuwe levenshouding. Van fundamenteel belang voor de levenskunstethiek is zelfverantwoordelijkheid en hiervoor draagt zij concrete oefeningen aan. ‘De bestaansethiek is erop gericht om het individu met voldoende zelfkennis toe te rusten. In die zin is de levenskunst, die maakt dat men geoefend is, weet wat men waard is en een verantwoordelijke wil ontwikkeld heeft, een belangrijke voorwaarde voor mensen om aan anderen goede zorg te kunnen bieden’ (Dohmen, 2010, p. 178).

Dohmen onderscheidt vijf samenhangende aandachtsgebieden binnen de zorg voor zichzelf: zelfkennis, handelingsbekwaamheid, waardeoriëntatie, omgaan met tijd en met je maatschappelijke gesitueerdheid. Deze aandachtsgebieden zijn heel concreet en herkenbaar. Het gaat om een persoonlijk toe te passen vorm van filosofie. Levenskunst vereist voortdurende aandacht en competentie, waarin vorming en oefening een centrale rol spelen.

I. Zelfkennis
In deze laatmoderne tijd hebben mensen een grotere vrijheid gekregen in de inrichting van hun leven. Er wordt een sterker beroep gedaan op zelfsturing en zelfbepaling en dat vraagt om zelfkennis. Zonder zelfinzicht kun je het spoor bijster raken omdat je niet kunt kiezen, niet weet wat je kunt en wilt, maar ook niet wat je beperkingen zijn. De eerste zorg voor zichzelf is dus een grondig zelfonderzoek.

Christien Brinkgreve
Christien Brinkgreve

Portretfoto van Christien Brinkgreve (Bron: www.christienbrinkgreve.nl)

De ogen van de ander, 2009
De ogen van de ander (2009)

Een gesitueerd leven is ook een eindig leven, een leven in de tijd. De Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty (1908-1961) wees in De fenomenologie van de waarneming (1945) op het fundamenteel historische karakter van de menselijke ervaring. Ieder mens bevindt zich altijd op een bepaald punt van een intentionele boog. Hij leeft in het heden, van uit het verleden, naar de toekomst gericht. Wie een goed leven wil leiden, moet dus zijn levensboog leren kennen. Op grond van je ervaringen en herinneringen koester je verwachtingen voor later.

Maurice Merleau-Ponty
Maurice Merleau-Ponty

Foto van Maurice Merleau-Ponty (Bron: Wikimedia Commons)

Fenomenologie van de waarneming, 1997
Fenomenologie van de waarneming (1997)

Fenomenologie van de waarneming. -Amsterdam: Ambo, 1997

Zelfkennis heeft een belangrijke sturende werking. Om te weten wat je motivatie is voor de toekomst, moet je je huidige en vroegere verlangens onderzoeken. Het gaat erom je diepste motivatie te leren kennen, waardoor je handelen gerichter wordt. Foucault noemt het onderzoeken van je eigen denkkader, de reflectie over de manier waarop je tegen de dingen aankijkt, een hermeneutiek van het zelf: een diepgaande en continue uitlegkunde van jezelf. Dit is een belangrijke vorm van zelfkennis. Niet alleen je zelfbeeld moet aan een grondig onderzoek worden onderworpen, maar ook dat onderzoek zelf.

II. Handelingsbekwaamheid
Om een eigen levenshouding te ontwikkelen is het niet alleen zelfkennis van belang, maar is de eigen handelingsbekwaamheid minstens zo belangrijk. Het menselijk handelen wordt grotendeels geleid door gewoontes, die door opvoeding, nabootsing van rolmodellen en herhaling de ‘macht van de gewoonte’ zijn gaan vormen. Elk mens heeft zijn eigen, op maat gesneden oefenprogramma nodig. Als je niet geoefend bent, komt er van je beoogde handeling meestal niets terecht.

Aristoteles, 1510-1511
Aristoteles

Aristoteles die zijn Ethica Nicomachea vasthoudt; een detail uit De Atheense School, een fresco van Rafaël (1483-1520) in 1510-1511 (Bron: Wikimedia Commons) Raphael

Seneca, 1638
Seneca

Gravure van Seneca door Lucas Vorsterman (1595–1675) in 1638 (Bron: Wikimedia Commons)

III. Morele oriëntatie
Zelfzorg is ook het zoeken en (uit)vinden van je eigen waardeoriëntatie, tegen de achtergrond van de meest dominante waardenkaders. De posttraditionele situatie is die van een algemeen waardenpluralisme. Daarom is reflectie op de eigen rangorde van waarden en de uitoefening daarvan van het grootste belang: Wat zijn mijn voornaamste waarden en leef ik er ook naar? Foucault noemt dit de ‘onderwerpings- of subjectiveringswijze’ (la mode d’assujettissement): de manier waarop bepaalde codes, regels of wetten op de mens inwerken. Hoe worden wij geconditioneerd en hoe verhouden wij ons tot die conditionering?

De moderne levenskunst is ten diepste ethisch van aard. Het gaat zowel om morele oriëntatie als om integratie van de verschillende waarden die je van belang acht. Het is ‘geen toeval dat authenticiteit de moraal van deze tijd is. Elk individu moet op zoek gaan naar de morele oriëntatie die hij of zij erop nahoudt, op straffe van willekeur, opportunisme en een onverschillig leven’ (Dohmen, 2010, p. 114).

‘De authentieke mens is werkelijk moreel in die zin dat hij voor de ander zorgt als hij zelf vindt dat dit binnen zijn waardeoriëntatie past. Als het je daadwerkelijk gelukt om aan je eigen waarden uitdrukking te geven, leef je hoe dan ook een waarachtig bestaan, zelfs wanneer je concrete projecten niet altijd lukken. Dan is je leven een kunstwerk’ (Dohmen, 2006, p. 205).

IV Timing
De tijdsdimensie, de historiciteit van het menselijk bestaan, is van fundamenteel belang voor de levenskunst. Timing, ‘het juiste ogenblik’, betreft de omgang met je eigen historiciteit, levensgeschiedenis en eindigheid. De Nederlandse filosofe Marli Huijer (geb. 1955) en criminoloog, literatuurcriticus en uitgever Reinjan Mulder (geb. 1949) noemen levenskunst de ethiek van de eindigheid in hun boek Opnieuw beginnen (2009). Hierin laten ze zien wat voor een belangrijke rol de tijd, in dit geval het verlangen om opnieuw te beginnen, in onze cultuur gekregen heeft.

Marli Huijer
Marli Huijer [Foto © Bert Nienhuis]

Marli Huijer [Foto © Bert Nienhuis] (Bron: Website KB)

[Opnieuw beginnen, 2009
Opnieuw beginnen (2009)

Opnieuw beginnen : metamorfosen in het bestaan. -Amsterdam: Nieuw Amsterdam, 2009.

Het handwerk van de vrijheid, 2006
Het handwerk van de vrijheid (2006)

Het handwerk van de vrijheid : over de ontdekking van de eigen wil / Peter Bieri. -Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2006

In de posttraditionele orde zijn tijd en plaats van elkaar losgemaakt. Overal is actie en wisselt op ieder moment, daarom moet je keuzes maken. In deze ratrace is timing, de vraag wanneer dingen te doen en wanneer te laten, alleen nog maar moeilijker geworden. Wat is in deze complexe situatie het juist ogenblik – kairos – en wat is van daaruit de juiste weg om verder te gaan? Levenskunst is leren leven in de tijd, een soort ‘kairologie’, een zoektocht naar het juiste moment.

De onderling nauw samenhangende eigenschappen en vaardigheden van het individu zoals zelfkennis, motivatie en handelingsbekwaamheid zijn fundamenteel tijdelijk van aard, daarom staat omgaan met tijd en eindigheid centraal in de levenskunst. Volgens Bieri hangen vrijheid, tijd en identiteit fundamenteel samen.

V Posttraditionele gesitueerdheid
Dohmen wijst erop dat we ons bewust moeten zijn van onze maatschappelijk inbedding en deze op de juiste manier moeten leren interpreteren. ‘De bestaansethiek houdt dan ook in dat je je actief en bewust verhoudt tot de spelregels van de markt, tot het beleid en de maatregelen van lokale instanties en de overheid, en ook tot de enorme bureaucratische apparaten van bankwezen, verzekeringen en multinationals. Levenskunst is niet alleen een ethiek van het innerlijk, het is ook een doordachte poging om invloed uit te oefenen op organisaties en systemen’ (Dohmen, 2010, p. 116). Bovendien is in dit tijdperk van globalisering het eigen leven niet langer aan een bepaalde plek gebonden, maar veel meer een zwervend, een nomadisch leven.

Onder invloed van de massamedia leiden we een transnationaal, een alle grenzen overschrijdend leven. Volgens de Duitse socioloog Ulrich Beck (1944-2015) is de kernvraag van onze tijd hoe de verschillende rollen in het individuele en sociale leven – in huwelijk, ouderschap, werk, vrije tijd, burgerschap, publieke functies - met elkaar in harmonie kunnen worden gebracht. ‘Een laatmoderne bestaansethiek verwijst voor Beck naar het aanleren van sociale vaardigheden en van een sociaal reflexieve levensstijl. […] Het posttraditionele leven in een globaliserende wereld is een hachelijk experiment’ (Dohmen, 2010, p. 117).

Ulrich Beck, 2012
Ulrich Beck

Ulrich Beck tijdens het 42ste St. Gallen Symposium in de Universiteit van St. Gallen op 27 mei 2012 (Bron: Wikimedia Commons).

De wereldrisicomaatschappi, 2015
De wereldrisicomaatschappij (2015)

Naar een nieuwe publieke moraal

Een nieuwe publieke moraal van zelfzorg wil antwoord geven op de vraag: hoe kunnen laatmoderne mensen hun eigen levensstijl ontwikkelen en met elkaar een zinvol leven leiden? Zonder expliciet leerproces waarin je zorg draagt voor je zelfkennis, je handelingsbekwaamheid en je motivatie, zal het je niet lukken een eigen levenshouding te ontwikkelen. Daarbij moet je altijd rekening houden met de tijdsfactor en je posttraditionele gesitueerdheid. Elk mens kan aan een dergelijk breed opgevatte zelfzorg zijn eigen persoonlijke invulling geven.

De nieuwe cultuur van het zelf sluit goed aan bij het actuele individualisme, het antipaternalisme en het spanningsveld tussen het verlangen naar zelfverwerkelijking en de behoefte aan verbondenheid. ‘Hier ligt de inzet van de actuele levenskunst: het zoeken van de balans tussen hoop en wanhoop, door geestelijk weerbaar te zijn en te leven vanuit een eigen levenshouding’ (Dohmen, 2007, p. 201).

Laatmoderne mensen zijn verantwoordelijk voor de aard en richting van hun zelfontplooiing én voor de evaluaties die ze maken. ‘De houding van waarachtigheid gaat een stap verder dan de open, vrije houding van Foucault, die nu juist het evaluatieve perspectief miste’ (Dohmen, 2008, p. 202/203). ‘Foucault ontwikkelde weliswaar de contouren van een indrukwekkende bestaansethiek – zorg voor jezelf en leid een open en vitaal leven -, maar kon niet goed verklaren hoe we steeds onze vrijheid kunnen vergroten of verkleinen. De ethiek van Foucault mist de grond van onze oriëntatie’ (Dohmen, 2010, p. 134). Hiervoor gaat Dohmen te rade bij Taylor.

Voor een zinvol leven dienen laatmoderne mensen zich te oriënteren op het goede, het wezenlijke, het essentieel waardevolle, de zogenoemde ‘sterke waarderingen’ van Taylor die hij hypergoods noemt. Het betreft hier de meest fundamentele motivatie. ‘Deze oriëntatie op het goede hebben we absoluut nodig om eenheid te verlenen aan ons persoonlijk leven en vooral zin te geven aan dat leven. […] De zin van mijn leven hangt af van hoe ik ‘geplaatst’ of ‘gesitueerd’ ben in relatie tot dat goede’ (Dohmen, 2010, p. 133).

Een zinvol leven betekent voor Taylor dat we contact maken met een hypergood. Dat contact geeft aan mijn leven eenheid, doel en samenhang. De vraag naar de zin van ons leven zal voortbestaan zolang we leven. Daarmee hebben we een radicale zelfverantwoordelijkheid gekregen: wij zijn verantwoordelijk voor onze morele oriëntatie. Zelfontplooiing vereist een morele oriëntatie. De grondslag van de actuele zelfontplooiing is authenticiteit: ‘Ik ben mezelf, dus ik ben’, een uitspraak van de filosofen Stine Jensen (geb. 1972) en Rob Wijnberg (geb. 1982) in hun boek Dus ik ben. Een zoektocht naar identiteit (p. 217).

Stine Jensen, 2015
Stine Jensen (foto: Vera de Kok)

Stine Jensen op het Brainwash Festival 2015. Foto gemaakt door Vera de Kok op 24 oktober 2015 (Bron: Wikimedia Commons)

Dus ik ben, 2010
Dus ik ben (2010)

Dus ik ben. -Amsterdam: De Bezige Bij, 2010

Deugdethiek, zorgethiek en presentie-ethiek

Er zijn drie alternatieve soorten van ethiek die kritisch staan tegenover de levenskunst. Dit zijn de deugdethiek, de zorgethiek en de presentie-ethiek. Deze kunnen evenals de levenskunst beschouwd worden als kritische alternatieven voor de huidige dominante neoliberale moraal van autonomie, zelfbeschikking en niet-inmenging. Dohmen pleit voor de levenskunst als de meest passende moraal voor de posttraditionele samenleving. Dit neemt niet weg dat de deugdethiek, de zorgethiek en de presentie-ethiek een aantal belangrijke verdiensten bieden voor de levenskunst.

Deugdethiek is evenals de levenskunst een Bildungsmoraal, gericht op zelfontplooiing. Volgens filosoof en ethicus Paul van Tongeren (geb. 1950) is deugdethiek vooral een karakterethiek. De deugdethiek heeft als verdienste dat de mens wordt aangezet zijn karakter te vormen via het ontwikkelen van deugden en het onderhouden van gewoontes. Een deugd bestaat uit een houding waarin men voortdurend op zoek is naar het ‘juiste midden’ in een bepaalde concrete situatie.

 Paul van Tongeren, 2015
Paul van Tongeren

Portretfoto van Paul van Tongeren, december 2015 (Bron: privé-collectie)

Volgens Dohmen zijn in ieder geval de volgende deugden van belang: discipline, geduld, matigheid, rechtvaardigheid, respect, tolerantie, traagheid, zelfbeheersing en zorgzaamheid. Onze weerbaarheid zou sterk toenemen ‘als we ons niet alleen waardevol oriënteren, maar ook oefenen in een aantal individuele en sociale deugden’(Dohmen, 2010, p. 189).

De zorgethiek is een intersubjectieve ethiek die uitgaat van onderlinge relaties. Volgens de zorgethica Marjan Verkerk (Geb. 1957) gaat de zorgethiek uit van een relationeel mensbeeld en van de mens als een kwetsbaar en fragiel wezen. Zorgethiek beoogt een houding van verantwoordelijkheid te bevorderen. De grote verdienste van de zorgethiek voor de levenskunst is dat ze haar bevraagt op de plaats van de ander in de ethiek. Voor de zorgethiek is de ander degene waar het moreel appèl van uitgaat en waar de ethiek dus op gericht is.

Marian Verkerk
Marian Verkerk

Portretfoto van Marian Verkerk (Bron: Privécollectie)

Ethiek van de zorg, 1994
Ethiek van de zorg (1994)

Ethiek van de zorg : een discussie. -Amsterdam [etc.] : Boom, 1994

Om zich verantwoordelijk te kunnen stellen voor de ander en tot zorg in staat te zijn is evenwel een sterk subject nodig. ‘De bestaansethiek is erop gericht het individu met voldoende zelfkennis toe te rusten. In die zin is de levenskunst, die maakt dat men geoefend is, weet wat men waard is en een verantwoordelijke wil ontwikkeld heeft, een belangrijke voorwaarde voor mensen om aan anderen goede zorg te kunnen bieden’ (Dohmen, 20101, p. 178).

De presentie-ethiek is een variant van de zorgethiek en is ontwikkeld door de theoloog en filosoof Andries Baart (geb. 1952). De kern van de presentie-ethiek is liefdevolle aandacht en relationele betrokkenheid. De lijdende mens staat centraal. De presentiebeoefenaar biedt troost en erkenning in plaats van interventie. Presentie streeft naar ‘er zijn met’ en ‘er zijn voor’ de behoeftige ander die aangewezen is op hulp en steun. Het morele appèl gaat uit van de situatie van de ander die gezien wordt als mens.

 Andries Baart
Andries Baart

Portretfoto van Andries Baart (Bron: Privécollectie)

Buigzame zorg in een onbuigzame wereld, 2011
Buigzame zorg in een onbuigzame wereld (2011)

Van zelfzorg is bij deze mensen vaak weinig of geen sprake, maar voor de presentiebeoefenaar geldt ‘dat de zelfzorg een belangrijke voorwaarde is om aan anderen goede zorg te kunnen bieden en present te zijn’ (Dohmen, 2010, p. 179). De belangrijkste verdienste van de presentiemoraal, is dat ze tot nadenken stemt over het feit dat autonomie, zelfsturing en zelfontplooiing wellicht niet voor alle mensen in gelijke mate zijn weggelegd. Voor mensen in de marge van de samenleving is het ideaal van sociale zelfontplooiing een onhaalbaar ideaal.

Levenskunst als hoeksteen voor een neohumanistische moraal

Dohmen concludeert na deze uiteenzetting van de drie alternatieve soorten van ethiek dat de nieuwe publieke moraal uiteindelijk ontleend is aan de levenskunst, de deugethiek en de zorgethiek. ‘Omdat een dergelijke deugdethische en waardengeladen levenskunstmoraal eerder tot toe-eigening van jezelf en zelfverantwoordelijkheid leidt, moet de ethiek van de zelfzorg bovendien worden aangevuld met de noties presentie en verantwoordelijkheid uit de zorgethiek. […] Authentieke integratie, deugdzaamheid en verantwoordelijkheid jegens de ander samen zijn de voornaamste bouwstenen van het actuele ideaal van sociale zelfontplooiing’ (Dohmen, 2010, p. 189-190). Het concept van de levenskunst is voor Dohmen de hoeksteen voor een laatmoderne moraal die hij ook wel aanduidt als een ‘neohumanistische moraal’ (Dohmen, 2010, p. 211).

Literatuurverwijzingen