Kunnen computers denken?

Het idee dat computers intelligenter kunnen worden dan mensen is voer voor veel sciencefictionverhalen. In een tijd waarin computers steeds sneller en slimmer worden dringt de vraag zich op waar de grenzen van kunstmatige intelligentie liggen. Bas Haring is van mening dat computers kunnen denken, dingen kunnen ‘willen’ en dat computers met bewustzijn niet alleen mogelijk zijn in sciencefiction.
Processor (detail) (foto: Konstantin Lanzet) (Bron: Wikimedia Commons)
Processor (detail) (foto: Konstantin Lanzet)

Processor (detail) (foto: Konstantin Lanzet) (Bron: Wikimedia Commons)

Van redeneren naar leren

Haring zegt dat de intelligentie van een computer nog verder gaat dan programma’s afdraaien. Door gebruik te maken van gestructureerde processen kun je computers namelijk ook leren te leren, waarbij een computer zijn eigen programma’s kan aanpassen om bepaalde taken uit te voeren. Het herkennen van gezichten op afbeeldingen is een voorbeeld van een taak waarbij een computer zichzelf kan leren daar beter in te worden.

Net als bij het opvoeden van kinderen leert de computer door het ‘aanmoedigen’ en ‘straffen’ van zekere acties. Op die manier kan een computer ontdekken wat hij wel en niet moet doen in bepaalde situaties. Voor bijvoorbeeld een zelflerend gezichtsherkenningsprogramma kun je de computer met zulke beloningen en straffen leren op welke foto’s gezichten staan en op welke niet.

Automatische gezichtsherkenning (foto: Beatrice Murch) (Bron: Wikimedia Commons)
Automatische gezichtsherkenning (foto: Beatrice Murch)

Automatische gezichtsherkenning (foto: Beatrice Murch) (Bron: Wikimedia Commons)

Slimmer dan een mens?

Uit het feit dat computers zichzelf kunnen leren dingen te leren, leidt Haring af dat ze slimmer kunnen worden dan een mens. Hij illustreert dat met het spelen van schaak tegen een computer:

‘Programma’s kunnen wél slimmer zijn dan hun programmeurs. […] Als een schaakprogramma de wereldkampioen schaken verslaat, wie zou dan het schaakprogramma gemaakt moeten hebben? Hele gewone mensen. Die misschien niet eens zo heel goed kunnen schaken, maar vooral goed zijn in het programmeren van computers.’ (De ijzeren wil, 2003, p. 52)

Portret van Hubert Dreyfus (2011) (foto: Jörg Noller) (Bron: Wikimedia Commons)
Portret van Hubert Dreyfus (2011) (foto: Jörg Noller)

Portret van Hubert Dreyfus (2011) (foto: Jörg Noller) (Bron: Wikimedia Commons)

Hubert L. Dreyfus, What computers can’t do (1972)
Hubert L. Dreyfus, What computers can’t do (1972)

Hubert L. Dreyfus, What computers can’t do (1972)

In zijn boek What computers can’t do beargumenteert Dreyfus dat computerwetenschappers denken dat computers hetzelfde kunnen als een mens, omdat ze verkeerde aannames doen. Zo nemen sommige wetenschappers bijvoorbeeld aan dat alle menselijke kennis wiskundig omschreven kan worden. Dreyfus pleit er juist voor dat bepaalde kennis, zoals het inschatten van de context van een situatie, nooit door computers geleerd kan worden. Voor het leren van het inschatten van context heb je namelijk ervaring nodig die gevormd is door lichamelijke indrukken.

Portret van Daniel Dennett, 2008 (foto: Mathias Schindler) (Bron: Wikimedia Commons)
Portret van Daniel Dennett, 2008 (foto: Mathias Schindler)

Portret van Daniel Dennett, 2008 (foto: Mathias Schindler) (Bron: Wikimedia Commons)

Daniel Dennett, Gereedschapskist voor het denken (2013)
Daniel Dennett, Gereedschapskist voor het denken (2013)

Daniel Dennett, Gereedschapskist voor het denken (2013)

Daniel Dennett, Gereedschapskist voor het denken (2013)
Daniel Dennett, Gereedschapskist voor het denken (2013)

Daniel Dennett, Gereedschapskist voor het denken (2013)

Bij mensen kunnen we niet aan de bouw van het lichaam of de functie van een orgaan zien of ze een wil hebben. En dat geldt net zo voor computers, zegt Dennett. We gaan af op het gedrag om te bepalen of iemand of iets een wil heeft of niet. Daarom kan de intentionele houding ons helpen te bepalen of en wanneer computers een wil hebben.

Computers en emoties

Op eenzelfde manier als bij de wil kunnen we ook beargumenteren waarom computers emoties kunnen hebben, zegt Haring. Als we computers ‘zintuigen’ geven, zoals sensoren en camera’s, dan kunnen ze reageren op de omgeving en interacteren met andere wezens. Computers met zulke kunstmatige zintuigen kunnen we zo programmeren dat ze bepaalde dingen nastreven en andere dingen ontwijken. Daarmee zullen ze gedrag vertonen dat lijkt op emotioneel gedrag, volgens Haring. Een robot die afhankelijk is van zonnecellen voor zijn energie en geprogrammeerd is om zonnige plekjes op te zoeken, zal dus schaduw ontwijken, en naar open plekken toe ‘willen’.