'Omdat ik iets te zeggen had': 19de-eeuwse schrijfsters

Johanna van Woude, Tine van Berken of Christine Doorman: weinig moderne lezers kennen deze schrijfsters. Toch waren zij in de negentiende en vroege twintigste eeuw heel bekend. Een tentoonstelling in het Letterkundig Museum en in de bovenhal van de Koninklijke Bibliotheek haalt deze en andere schrijfsters uit de schaduw. De Nederlandse tak van de onderzoeksgroep Travelling texts, geleid door het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, heeft het initiatief genomen voor een workshop over de vrouwelijke stem in de historische letterkunde en deze begeleidende tentoonstelling.

Amy de Leeuw

‘Omdat ik iets te zeggen had’ is een uitspraak van schrijfster Amy Geertruida de Leeuw (1843-1938), die schreef onder het pseudoniem Geertruida Carelsen. De tentoonstelling laat het vrouwelijke aandeel in het literaire bedrijf van de negentiende eeuw zien en wat De Leeuw en haar collega-schrijfsters te zeggen hadden aan hun publiek. Misschien kunnen we concluderen dat zij ons nog steeds veel te zeggen hebben.

De schrijfsters

U ziet handschriften en persoonlijke documenten uit het Letterkundig Museum en boeken uit de de KB van schrijfsters als Geertruida Bosboom-Toussaint, Elise van Calcar, Elisabeth Hasebroek, Juliana de Lannoy, Petronella Moens, A.S.C. Augusta de Wit, Belle van Zuylen en vele anderen.

Workshop en tentoonstelling

Op 29 en 30 september 2015 is er een internationale workshop over de rol van de vrouw in de literatuurgeschiedenis. Aansluitend is de tentoonstelling te zien van 1 oktober tot 15 november 2015 in het Letterkundig Museum en in de bovenhal van de KB. Meer informatie over tentoonstelling en workshop op de website van het Huygens ING.