Wanneer ik thuis een zilvervisje ontdek – vaak in een kom in de keukenkast, of tussen de dozen met etenswaren, of in de badkamer – gooi ik hem rustig en gedecideerd in de vuilnisbak. Niets aan de hand verder. Wanneer er in de KB zilvervisjes of papiervisjes ontdekt worden, gaan alle alarmbellen af. Waar zitten ze? Zijn er nog meer? Als dat zo is, vliegen de zorgelijke mails tussen de afdelingen heen en weer. Leveringen van karton worden acuut gestopt, magazijnen worden ontsmet. Hoe kan zo’n klein diertje ons zoveel stress en toestanden bezorgen?

De franjestaartenfamilie: zilvervisje, papiervisje en ovenvisje

Allereerst – het gaat in de KB niet zozeer om de zilvervis, maar vooral om de papiervis. Beide horen, met ook nog de ovenvis, tot de familie van de franjestaarten. Deze papiervis vormt een groot gevaar voor de collectie. Hij eet namelijk cellulose, papier, boekenlijm, kunstzijde, textiel, hout, zetmeel en dat is precies wat er in boeken zit. En net zoals motten het liefst je duurste kasjmier trui pakken, eten papiervissen het liefst oude, kostbare boeken.

Papiervisjes ‘grazen’ de bovenste laag van een pagina af en knabbelen aan de randen van het papier. Waar inkt en lijm zat kunnen ze gulzig hele delen papier weg eten en ontstaan er gaten. Ook snoepen ze aan het laagje kleurstof met lijm op de boekband. Het restaureren van deze schade is lastig, tijdrovend en vaak onmogelijk. Als het bovenste laagje van een pagina weg is, kan het niet gerestaureerd worden en is de tekst niet meer leesbaar.

Bestrijdingsregime

Dat papiervisjes er zijn, is een gegeven. Daarom heeft de KB een regime om de franjestaarten buiten de deur te houden, te monitoren en te bestrijden. Allereerst controleren we karton, verpakkingsmateriaal en alle oude boeken die de KB binnenkomen op aanwezigheid van de visjes. Soms schieten de papiervisjes namelijk alle kanten op wanneer een pakket opengemaakt wordt.

We gebruiken in de KB daarnaast ook liever geen golfkarton, omdat ze daarin makkelijk schuilen en eitjes leggen. Ontdekken we toch een boek met papiervisjes, dan wordt het schoon gezogen en drie weken in de vriezer gedaan om visjes en eitjes te doden. Grotere collecties worden bij een extern bedrijf ingevroren.

Verder plaatsen we valletjes om te monitoren of er papiervisjes zijn. (Het schijnt dat voor iedere franjestaart die je ziet of vangt er 100 buiten je zicht zijn. Net als bij muizen.)

 

Ook maken we de omstandigheden zo dat ze zich niet fijn voelen. In de magazijnen zijn ten eerste alle kasten van metaal: we hebben mazzel dat de visjes niet kunnen vliegen of klimmen, van onze gladde kasten glijden ze gelukkig zo af. Verder worden de magazijnen goed schoongemaakt: hoe schoner, hoe minder prettig de leefomgeving is voor de franjestaart namelijk. En hoe kouder, hoe minder ze zich voortplanten en dat is dus één van de redenen dat er een lage temperatuur is in de magazijnen.

De relatieve luchtvochtigheid moet ook laag zijn (niet hoger dan 55%) want juist bij een warm, iets vochtig klimaat gedijen ze. Bij een uitbraak wordt er extra schoongemaakt en eventueel, in het uiterste geval, ontsmet door een extern bedrijf.

Nieuw magazijn

De KB onderzoekt of het mogelijk is de collecties onder te brengen in een nieuw magazijn. Het zal een volledig geautomatiseerd magazijn zijn, waarin robots de kratten met boeken vanuit hoge stellingen naar de sorteerbalie brengen.

Het klimaat zal zo zijn dat papiervisjes er niet kunnen overleven, met een lagere luchtvochtigheid en temperatuur. Voor de brandveiligheid zal het gehele magazijn een laag zuurstofgehalte hebben. En gebrek aan zuurstof zal precies de nekslag zijn waarmee de KB uiteindelijk de strijd tegen de franjestaart zal winnen.

Charlotte Boschma