Auteursrecht

Met het auteursrecht heeft de KB veel te maken omdat er op het grootste deel van de KB-collectie nog auteursrecht rust. Dat ligt bij de auteurs en/of uitgevers. Dit betekent dat wanneer de KB bijvoorbeeld collectieonderdelen digitaal toegankelijk wil maken voor het publiek, dit in principe het vooraf vragen van toestemming (ook wel: clearing) vergt. Hiervoor zoekt de KB bij voorkeur collectieve oplossingen vanwege de zeer grote schaal waarop ze digitaliseert. Omdat het auteursrecht zo belangrijk is voor de KB houden twee gespecialiseerde juristen zich hiermee bezig, een senior en een junior. De senior-auteursrechtjurist werkt bij de Afdeling Onderzoek.

Voor (ingewikkelde) vragen op het gebied van auteursrecht waarvoor u geen antwoord vindt in de onderstaande FAQs kunt u haar via raadplegen. (N.B. De antwoordtermijn is afhankelijk van haar beschikbare tijd, zo nodig wordt u extern doorverwezen).

1. Wat is auteursrecht?

Auteursrecht is het recht van de maker van een werk (o.a. literatuur, wetenschap of kunst) om zelf te bepalen of, hoe, waar, wanneer en door wie zijn/haar werk mag worden hergebruikt. Het auteursrecht en de Auteurswet gelden niet alleen voor schrijvers, maar voor iedere categorie van creatieve makers. Voorbeelden zijn: componisten, kunstenaars, architecten, fotografen, filmregisseurs, wetenschappers etc. Een inleiding over auteursrecht voor niet-juristen werkzaam bij erfgoedinstellingen vindt u in hoofdstuk 1.1 van de Juridische Wegwijzer Archieven en Musea online (waar ‘archief’ of ‘museum’ staat, kan men ook ‘bibliotheek’ lezen).

2. Fysiek eigendom geeft nog geen intellectueel eigendom/auteursrecht!

Een veelvoorkomend misverstand is dat de eigenaar van een boek/schilderij etc. (zoals een bibliotheek, museum) denkt dat hij alles ermee mag doen, ook publiceren in een catalogus, op internet etc. Dat klopt niet, want als men eigenaar is geworden van een fysiek exemplaar, heeft men niet ook het auteursrecht daarop gekregen. Dit intellectuele eigendom blijft gewoon bij de maker rusten (tenzij men met hem/haar iets anders over het auteursrecht afspreekt. Let op: met een schenker kan men daarover geen afspraken maken, want een schenker is meestal niet ook de auteursrechthebbende).

3. Wanneer wordt een werk beschermd door het auteursrecht?

Op alleen een idee kan op zichzelf geen auteursrecht rusten. Ten eerste is daarvoor nodig dat de bedenker een ‘zintuiglijk waarneembare vorm’ aan zijn/haar idee heeft gegeven, bijvoorbeeld opgeschreven tekst, hoorbare muziek, een gedrukt boek, een schilderij etc. Ten tweede moet een werk oorspronkelijk zijn, ofwel het persoonlijke stempel van de maker dragen. Daarvoor hoeft het niet om literatuur of kunst met een grote K te gaan; ook een slecht geschreven brief kan auteursrechtelijk beschermd zijn, mits het persoonlijk stempel van de schrijver erin tot uiting komt. Artikel 10 van de Auteurswet bevat een lijst van werken die in ieder geval auteursrechtelijk beschermd zijn. Voorbeelden zijn: teksten, illustraties, boekcovers, foto’s, films, tijdschrift- en krantenartikelen, websites, software. N.B. Om auteursrecht te hebben, hoeft een maker zijn/haar werk niet ergens te registreren.

4. Wie heeft het auteursrecht?

Volgens de hoofdregel is de feitelijke schepper van het werk de auteursrechthebbende. Hierop zijn echter uitzonderingen. De belangrijkste is het werkgeversauteursrecht: als een werknemer in dienstverband onder werktijd een werk creëert en dit hoort ook tot zijn taakomschrijving, dan heeft zijn/haar werkgever het auteursrecht erop. Denk bijvoorbeeld aan een journalist die artikelen schrijft in dienst van een krantenuitgever. N.B. Een freelancer is niet in dienst en houdt daarom zelf zijn/haar auteursrecht. Dat is alleen anders als er andersluidende afspraken zijn gemaakt met de opdrachtgever. Is er niets afgesproken, dan mag de opdrachtgever het in opdracht gemaakte werk alleen gebruiken voor het specifieke doel dat hij met de opdracht voor ogen had. Dus stel dat u een freelancer een film laat maken voor eenmalige vertoning, dan mag u die niet later ook op uw website zetten: daarvoor is weer apart toestemming (en waarschijnlijk betaling) nodig.

5. Waartegen beschermt het auteursrecht?

Het beschermt de maker tegen de verveelvoudiging en openbaarmaking van zijn/haar werk zonder zijn/haar voorafgaande toestemming.

6. Wat is openbaar maken?

Een werk is rechtmatig openbaar gemaakt als het ter beschikking komt voor het publiek, mits dat gebeurt met toestemming van de maker. Het is dus uitsluitend aan de maker zelf om te beslissen of hij/zij zijn/haar werk wil prijsgeven aan het publiek. Dat kan bijvoorbeeld op papier in boekvorm zijn, maar ook via digitale beschikbaarstelling op internet.

7. Wat is verveelvoudigen?

Verveelvoudigen is het kopiëren van een werk, daaronder valt ook digitalisering. Verveelvoudiging omvat ook iedere gehele of gedeeltelijke bewerking of nabootsing in gewijzigde vorm.

8. Wat wordt bedoeld met ‘beperkingen’ of ‘excepties’ in de Auteurswet?

Haast elk hergebruik van een werk vergt verveelvoudiging en/of openbaarmaking ervan. Volgens de hoofdregel van het auteursrecht heeft men hiervoor in principe altijd vooraf toestemming van de maker nodig. Maar bepaalde gebruiksvormen zijn hiervan uitgezonderd en die staan in de zgn. beperkingen/excepties in de Auteurswet. Deze wet beschrijft precies voor welke vormen van gebruik geen toestemming nodig is; deze gebruiksvormen zijn dus beperkingen op het ruime auteursrecht van de maker. Bekend is de beperking voor eigen gebruik: iedereen mag één of enkele exemplaren van een beschermd werk kopiëren (maar niet openbaar maken!) mits dat louter voor eigen gebruik of studie is. Sinds 2004 kent de Auteurswet ook speciale beperkingen ten gunste van bibliotheken, musea en archieven. Zonder toestemming van de maker mag een bibliotheek diens werk bijvoorbeeld digitaliseren als dat voor preservering nodig is. Ook mag een bibliotheek werken die tot haar eigen collectie behoren on site digitaal beschikbaar stellen aan het publiek, dus alleen binnen de muren van haar gebouw. N.B. Let op dat er geen beperking bestaat die beschikbaarstelling via internet toestaat, dus dat vereist altijd toestemming van de makers.

9. Hoe lang duurt het auteursrecht?

De hoofdregel is: vanaf de creatie van het werk tot en met 70 jaar na het sterfjaar van de maker. De termijn van 70 jaar begint te lopen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het sterfjaar. Een voorbeeld: W.F. Hermans is overleden in 1995 en zijn hele oeuvre komt dus vrij op 1 januari 2066. Tot die datum ligt het auteursrecht op zijn boeken bij zijn erfgenamen. Zo eindigt dus elk jaar op 1 januari (Public Domain Day) weer het auteursrecht op gehele oeuvres.

10. Wanneer behoort een werk tot het publiek domein?

Een werk valt in het publiek domein zodra het auteursrecht erop is verlopen, of wanneer de auteur zelf schriftelijk heeft verklaard dat het werk tot het publiek domein behoort, bijvoorbeeld door middel van een Publiek-Domeinverklaring). Iedereen mag het werk dan vrij hergebruiken, dus ook commerciële doelen. N.B. Voor juristen heeft het begrip ‘publiek domein’ een minder ruime betekenis (namelijk: geheel rechtenvrij) dan voor niet-juristen.

11. Wat is een licentie?

Een licentie is de eenmalige toestemming die een auteursrechthebbende geeft voor een afgesproken gebruiksvorm, in de vorm van een overeenkomst. Bijvoorbeeld: een schrijver geeft een uitgever een licentie om zijn/haar werk in de vorm van een papieren boek uit te geven in een oplage van x stuks. Belangrijk kenmerk van de licentie is dat de maker zijn auteursrecht behoudt en zo in principe onbeperkt licenties kan verstrekken. Licentieovereenkomsten tussen de rechthebbende en de partij die diens werk wil hergebruiken, kunnen zeer divers zijn:

  • Vaak moet de ander in ruil een licentievergoeding/royalty betalen, maar een rechthebbende kan ook kosteloos een licentie verstrekken.
  • Een licentie kan exclusief zijn: alleen partij X mag het werk exploiteren, bv voor 5 jaar of zolang het auteursrecht duurt.
  • Een licentie kan specifiek voor één bepaalde exploitatievorm worden verleend (bv alleen e-books), maar kan ook alomvattend zijn (voor alle nu bekende én toekomstige exploitatievormen).
  • Een licentie kan schriftelijk (in een licentiecontract), mondeling of zelfs stilzwijgend worden verleend. Schriftelijke vastlegging is uit oogpunt van bewijs het verstandigst.

12. Wat is overdracht van auteursrecht?

Door middel van een overdracht draagt de maker zijn auteursrecht aan een ander over, niet tijdelijk maar voor de hele duur van het auteursrecht. Daarmee verliest hij/zij dus zelf het auteursrecht op een bepaald werk aan de nieuwe rechthebbende. Die verkrijgt zo zelf het recht om anderen (tegen betaling) licenties te verstrekken. Let op; Het auteursrecht op een werk kan alleen schriftelijk worden overgedragen, ter bescherming van de oorspronkelijke maker.

13. Wat wordt bedoeld met ‘verweesde werken’ (of ‘orphan works’) en ‘diligent search’?

Verweesde werken zijn werken uit een ver en minder ver verleden die nog beschermd zijn door het auteursrecht, waarvan de rechthebbende(n) onbekend of onvindbaar zijn. De naam van een rechthebbende kan bijvoorbeeld onbekend zijn als een boek is geschreven onder pseudoniem. Een ander voorbeeld is een anonieme verzetskrant. Onvindbaar zijn rechthebbenden of erfgenamen die bijvoorbeeld naar een ver buitenland zijn verhuisd. De Auteurswet bevat speciale regels over verweesde werken; die zien op tekstuele werken (inclusief het eventuele beeldmateriaal erin), muziek en films. Losstaande foto’s zoals foto’s in beeldbanken vallen er bijvoorbeeld niet onder. Wanneer een bibliotheek, museum of archief een zorgvuldig onderzoek (diligent search) heeft verricht naar de rechthebbende van een werk uit de eigen collectie maar zonder succes, dan mag men dit verweesde werk online zetten. In speciale regelgeving is vastgelegd welke bronnen minimaal moeten zijn gecheckt om van een zorgvuldig onderzoek te spreken. Mocht de rechthebbende alsnog opduiken, dan heeft die recht op een billijke vergoeding (die ook 0 zou kunnen zijn).

14. Wat is Open Access?

Open Access (OA) houdt onder meer in dat een publicatie gratis toegankelijk is op internet. Hieraan ligt het principe ten grondslag dat informatie die is gecreëerd met publiek geld gratis online toegankelijk behoort te zijn. OA kent veel voorstanders in de wetenschap; universitaire onderzoekers genieten een door de overheid gefinancierd honorarium en hebben belang bij grotere naamsbekendheid: gratis toegang van hun publicaties via internet maakt bij uitstek een breder publieksbereik mogelijk. De definitie van Open Access staat in de Berlin Declaration uit 2003: OA betekent niet alleen gratis online toegang, maar ook gratis hergebruikmogelijkheden. Alle Nederlandse universiteiten en hogescholen hebben de Berlin Declaration getekend en zij stimuleren hun medewerkers dan ook om hun publicaties in bibliotheekrepositories te deponeren om ze zo online toegankelijk te laten maken (al of niet na een embargoperiode). Dit wordt ‘Green OA’ genoemd. Tijdschriftuitgevers die OA ondersteunen, hanteren in plaats van het traditionele abonnementsmodel alternatieve business modellen (Gold OA: tijdschriften die (geheel of deels) gratis online staan, vaak gefinancierd middels door auteurs te betalen vergoedingen). Daarnaast ondersteunen diverse uitgevers Green OA en in 2016 is dat in Nederland zelfs wettelijk geregeld; de Auteurswet geeft auteurs van artikelen waarvoor het onderzoek met Nederlands publiek geld is bekostigd, het recht om hun artikelen na afloop van een redelijke termijn na eerste publicatie door een uitgever ook zelf digitaal te publiceren, via repositories en/of eigen websites.

15. Wat zijn Creative Commons-licenties?

Door een CC-licentie te verbinden aan zijn/haar werk, gaat een maker op een sympathieke manier om met zijn/haar auteursrecht. CC-licenties geven namelijk aan wat een ander wél met het werk mag doen (in plaats van wat er allemaal niet mee mag, een voorbeeld vindt men voorin boeken: ‘Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd…’ etc). CC-licenties zijn erg geschikt voor Open Access-publicaties; eindgebruikers weten zo hoe ze de publicatie mogen hergebruiken. CC-licenties zien eruit als icoontjes die aan een werk kunnen worden ‘vastgemaakt’ en zijn vooral voor digitale werken op internet handig in gebruik. CC-licenties bieden de rechthebbende diverse gebruiksvoorwaarden om uit te kiezen, zoals:

  • Commercieel hergebruik is wel/niet toegestaan.
  • Bewerken is wel/niet toegestaan.
  • Naamsvermelding is verplicht (deze voorwaarde maakt deel uit van elke CC-licentie).

Zoekt men bijvoorbeeld een afbeelding die men gratis mag hergebruiken voor een commercieel doel, dan kan men zoeken naar werk waaraan een CC-licentie is verbonden die dat toestaat, bijvoorbeeld via CC search.

16. Papier versus digitaal

De Auteurswet bevat diverse uitzonderingen (beperkingen) die de traditionele bibliotheektaken van het uitlenen en fysieke preservering mogelijk maken zonder dat voorafgaande toestemming van de rechthebbenden nodig is. Minder ruim zijn echter de wettelijke beperkingen waarmee bibliotheken hun taken in de digitale wereld kunnen vervullen. Dat betekent onder meer dat een bibliotheek vooraf toestemming van de rechthebbende nodig heeft om diens werk te mogen digitaliseren en op internet zetten.

Meer informatie:
Over de auteursrechtproblematiek bij erfgoedinstellingen is meer te lezen in hoofdstuk 1.1 van de Juridische Wegwijzer Archieven en Musea online. (N.B. andere hoofdstukken zijn deels verouderd. Waar ‘archief’ of ‘museum’ staat, kan men ook ‘bibliotheek’ lezen).

Medewerker:
Annemarie Beunen