De Hollandsche Revue

De oprichting

De Hollandsche Revue is in 1896 opgezet door Frans Netscher. Als auteur en redacteur had hij zijn sporen al verdiend in de tijdschriftwereld. Zijn proza was onder andere gepubliceerd in De nieuwe Gids en Nederland en hij werd in 1891 hoofdredacteur van De Kampioen, het tijdschrift van de Algemeene Nederlandsche Wielrenners Bond.   
Netscher wilde echter ook zijn eigen tijdschrift redigeren. Samen met uitgever Vincent Loosjes uit Haarlem besloot hij een tegenhanger van het Britse Review of Reviews te maken. Dit werd De Hollandsche Revue. Het eerste nummer verscheen in januari 1896. Vijfentwintig jaar lang schreef en redigeerde Netscher in zijn eentje elk nummer. Het tijdschrift was zijn levenswerk.

De inhoud van het tijdschrift

Elke aflevering was rijk geïllustreerd en volgens hetzelfde stramien opgebouwd. Het blad opende met het wereldnieuws. Dat werd gevolgd door ‘Belangrijke onderwerpen’, waarin voornamelijk wetenschappelijke vernieuwingen werden besproken. Hierna volgende een uitgebreide karakterschets van een politicus, schrijver of een ander publiek persoon die door Netscher bewonderd werd. Elk nummer werd afgesloten met een bespreking van het boek van de maand.

De Hollandsche Revue had daarnaast nog een andere rubriek die van dit tijdschrift een bijzondere bron voor tijdschriftstudies maakt, ‘De revue der Tijdschriften’. Hierin recenseerde Netscher maandelijks verschillende binnen- en (in de beginjaren ook) buitenlandse tijdschriften. Hij vermeldde de inhoud van de tijdschriften en citeerde rijkelijk uit de beschreven artikelen. Ook gaat hij in op het reilen en zeilen van de redacties van de bladen. Zo schrijft hij in juli 1903 over De nieuwe Gids:

‘Het was te voorzien. De heer Veenstra heeft ’t niet kunnen volhouden. Na 10 afleveringen te hebben uitgegeven, heeft hij dit tijdschrift weer van de hand moeten doen. Thans is het overgegaan aan de firma De Haan en Zoon te Haarlem. De heer Veenstra had geen uitgeversflair en luisterde niet naar goeden raad. En het is te hopen, dat de nieuwe uitgever dit laatste nu eens wèl zal doen.’ In 1910 ging Netscher overigens naast zijn werk voor De Hollandsche Revue zelf deel uitmaken van de redactie van De nieuwe gids.

Rond 1914 is uitgeverij Loosjes gedwongen om het blad af te stoten aan uitgeverij A.W. Bruna & Zoon. Deze verkocht het blad in 1920 weer door aan een nieuwe uitgever die Netscher op straat zette. Dat was een zware klap voor hem. Netscher stierf in 1923 op 59-jarige leeftijd. De Hollandsche Revue verschijnt nog tot 1936.