Bijzondere omstandigheden

Bijzondere omstandigheden

  1. Een eerste bijzondere omstandigheid van de periode van 1813 tot de Grondwetswijziging van 1848 is dat de overheid de uitgevers beconcurreert met een eigen officiële krant: de Nederlandsche Staats-Courant. Houders van een koffiehuis en herbergiers zijn verplicht er een abonnement op te nemen. Lezers vinden er ook binnen- en buitenlands nieuws in.
  2. De tweede bijzondere omstandigheid is dat de regering er niet voor terugschrikt, invloed uit te oefenen op de publieke opinie door persorganen te subsidiëren.
  3. Een derde bijzondere omstandigheid is dat stadsbesturen de uitgave van een stedelijke courant mogelijk maken. Door het ‘gouvernementele’ karakter van deze kranten ontstaat in de tweede helft van de negentiende eeuw, maar soms ook al eerder, behoefte aan concurrerende, van de stadsbesturen onafhankelijke, lokaal-regionale dagbladen. Niet altijd slagen ze er in, een vaste positie op de geografisch en sociaal-cultureel beperkte deelmarkt te veroveren.
  4. Een vierde bijzondere omstandigheid in de periode van 1813 tot 1869 is dat nogal wat kranten en opiniebladen slechts korte tijd verschijnen. Het ontbreekt vaak aan een koopkrachtig lezerspubliek, dat zich een door het dagbladzegel extra dure krant of opinieblad kan veroorloven. Het repressieve persbeleid van de overheid, tot uiting komend in het creëren van persbreidel, speelt uitgevers in enkele gevallen ook duidelijk parten.
  5. Als vijfde bijzonderheid kan worden opgemerkt dat, mede door het fiscale regiem van het dagbladzegel, het adverteren in de periode van 1813 tot 1850 nog geen hoge vlucht heeft genomen en in de jaren daarna pas langzaam tot ontwikkeling komt.