Breukvlakken

Breukvlakken

De periode van 1814 tot 1869 kent twee ‘breukvlakken’ namelijk het begin van de Belgische Opstand in 1830 en het Europese ‘revolutiejaar’ 1848. Binnen een periode van ruim een halve eeuw is dus sprake van een zekere dynamiek op het gebied van de pers, ook al moet men daarbij andere maatstaven aanleggen dan we voor latere perioden in de persgeschiedenis gewend zijn. De vruchten van vernieuwende initiatieven van uitgevers en redacteuren komt pas na 1869 voldoende tot hun recht.

De periode van 1814 tot 1830 kenmerkt zich door een begin van politieke bewustwording bij een enkele katholieken en liberalen die invloed wensen uit te oefenen op de publieke opinie. Van 1830 tot 1839, de jaren van de Belgische Opstand, krijgt de opiniejournalistiek een kans. De politieke spanningen tussen Noord en Zuid worden door het verlenen van subsidie aan regeringsgezinde kranten en opiniebladen aangewakkerd. Het debat over de Afscheiding van België leidt tot het ontstaan van wekelijks verschijnende opiniebladen waarin pro of contra de ‘Alleingang’ van het Zuiden stelling word genomen. De ‘Vormärz’ van 1840 tot1848 wordt gekenmerkt door sociale onrust die onder andere tot uiting komt in de opbloei van een ‘volkspers’ avant-la-lettre. 

In de periode van 1848 tot de afschaffing van het dagbladzegel met ingang van 1 juli 1869 neemt het animo van uitgevers om nieuwe titels te lanceren aanmerkelijk toe. De juridische persvrijheid is een feit, maar de uitgevers zijn onder het juk van een fiscale druk echter genoodzaakt nieuwe titels weer uit de markt te nemen. Het bestaan van een krantenuitgever blijft een financieel avontuur. Voor de parlementaire democratie spelen de ‘redenerende’ kranten echter een niet te overschatte rol.