Afbakening van de STCN

Afbakening in publicatiesoorten

De STCN neemt in principe alle publicatievormen op, ook die in andere talen en schriftsoorten. Drie soorten drukwerk zijn uitgezonderd. De aantallen in deze categorieën zijn te groot en de vorm wijkt te veel af van een standaard boek. Ze vergen daarom aangepaste ontsluitingstechnieken, bijvoorbeeld door middel van digitalisering. Het betreft:

  • Plano’s (aan één zijde bedrukte bladen of eenbladdrukken; een grote verzameling vindt u in het Geheugen van Nederland)
  • Kranten (vele zijn te vinden in Delpher)
  • Ambassadeursbrieven, die niet als onafhankelijke publicatie zijn uitgegeven, maar ter bundeling

Bijzondere publicatievormen die wel worden opgenomen

  • Atlassen en verzamelingen gravures, mits voorzien van titelblad, zijn wel in de STCN opgenomen, maar ze zijn summier behandeld vanwege de grote verschillen tussen exemplaren.
  • Populaire liederen (en andere actuele teksten) verschenen soms op beide zijden van een heel of half (maar niet altijd doormidden gesneden) `vliegend blad'. Het valt niet altijd uit te maken wat de voor- en de achterzijde is. In zulke gevallen zijn beide kanten beschreven.
  • Overheidspublicaties zijn in de STCN opgenomen, en extra ontsloten op uitvaardigende en betrokken plaats of regio.

Afbakening in ruimte en tijd

De STCN beschrijft alle publicaties die vanaf de uitvinding van de boekdrukkunst tot en met het jaar 1800 verschenen binnen de huidige Nederlandse grenzen en alle boeken in de Nederlandse taal die in die periode elders verschenen.

Ruimte
De Nederlandstalige in het huidige België gedrukte boeken werden aanvankelijk niet in de STCN opgenomen, omdat het onmogelijk bleek daarvoor in België financiering te vinden. In 1992 werd een nieuw onderzoek gedaan naar de mogelijkheid Belgische bibliotheken bij de STCN te betrekken. Dit toonde het belang van beschrijving van de Nederlandstalige Belgische drukken ondubbelzinnig aan en leidde in het jaar 2000 uiteindelijk tot de oprichting van de Short Title Catalogue Vlaanderen (STCV). Het beschrijfmodel van de STCV is geënt op dat van de STCN en de STCN ontleent dankbaar beschrijvingen van Nederlandstalige drukken uit Vlaanderen aan de STCV en verwijst daarbij naar de STCV-records.

Tijd
Aanvankelijk lag het beginjaar van de STCN op 1540, omdat er voor de periode daarvoor (de incunabelen en postincunabelen) al betrouwbare en nagenoeg volledige standaardwerken bestonden. Maar om te vermijden dat met name bij online zoekacties de indruk zou kunnen ontstaan dat in Nederland de eerste boeken pas in 1540 gedrukt waren, werd in 1992 besloten om de STCN uit te breiden met de eerdere jaren. Deze titels vormen evenwel een uitzondering op het principe van beschrijven in autopsie: de beschrijvingen zijn ontleend aan de Incunabula Short Title Catalogue (ISTC) en aan W. Nijhoff en M.E. Kronenberg, Nederlandsche bibliographie van 1500 tot 1540, en verwijzen daar ook naar. In de toekomst zullen deze korte beschrijvingen aangevuld worden tot een 'echte' STCN-beschrijving indien een exemplaar in autopsie beschreven kan worden door een medewerker.
Boeken in meerdere delen waarvan het eerste deel voor of in 1800 verscheen, zijn geheel in de STCN opgenomen. Tijdschriften waarvan de eerste aflevering in de 18e eeuw is verschenen, zijn in principe geheel beschreven. Als een bijzonder groot deel ervan na 1800 verscheen, is volstaan met de beschrijving van de 18e-eeuwse afleveringen en een annotatie. Seriewerken zijn slechts tot en met 1800 beschreven, onder vermelding van het feit dat de reeks verder is voortgezet.

Boeken zonder plaats en/of jaar van uitgave die blijkens inhoud of vormgeving, of volgens betrouwbare naslagwerken, wellicht voor 1800 in Nederland zijn gedrukt, zijn in de STCN opgenomen.

Drukken, oplagen, uitgaven en staten

Druk: Alle exemplaren die van hetzelfde zetsel zijn gedrukt, dus met dezelfde vingerafdruk, hebben een eigen beschrijving in de STCN.

Oplaag: Deel van een druk die binnen één tijdsgeheel van de pers is gekomen. Aangezien vóór 1800 herdrukken van staand zetsel en andere vormen van opnieuw gebruiken ervan weinig voorkomen, zijn in deze periode druk en oplaag vrijwel identiek, en kunnen de termen praktisch door elkaar worden gebruikt.

Issue: Deel van een editie die bewust onderscheiden is van een ander deel van die editie, bijvoorbeeld door een ander impressum. Deze issues worden in de database onderscheiden met een eigen ingang en een annotatie over en weer. Voorbeeld: Another issue of the edition Amsterdam, J. van Waesberghe, 1680.

Reissue: Als de issues met meer dan één jaar verschillen of een van de twee voorzien is van een hoger editienummer, wordt de laatste een reissue genoemd en voorzien van een annotatie Reissue of the edition Rotterdam, J.D. Beman, 1725.

Staat: Kleine variaties binnen een editie zonder dat er sprake is van een bewuste poging een bepaals gedeelte van de editie te onderscheiden van een ander gedeelte, zoals kleine correcties op de pers, cancels of variante dedicaties. Staten worden niet als separate issues gezien en krijgen dan ook geen eigen ingang in de database. Waar relevant, wordt een annotatie gegeven. Bijvoorbeeld: Some copies dedicated to the Prince of Orange, other copies to the States of Friesland.