Geschiedenis van de STCN

De voorgeschiedenis van de STCN gaat terug tot het jaar 1969. Toen publiceerde de toenmalige Rijkscommissie van Advies inzake het Bibliotheekwezen een beleidsprogramma onder de titel De wetenschappelijke bibliotheken in Nederland. Daarin stelde zij zich ten doel de ontwikkeling van de historische bibliografie, met name die van het Nederlandse boek van 1541 tot 1800. De Subcommissie Gedrukte Werken werd belast met de uitwerking van deze doelstelling en presenteerde in september 1971 haar preadvies De bibliografie van het Nederlandse boek 1540-1800. Hierin zijn voor de eerste maal de woorden ‘Short Title Catalogue van het Nederlandse boek van 1600 tot 1800 (STCN)’ te lezen.
De Subcommissie riep een Werkgroep STCN in het leven, die de procedures en regels heeft opgesteld voor de algemene opzet van de catalogus en voor de vorm van de beschrijvingen. De English Short-Title Catalogue (ESTC) fungeerde als voorbeeld, maar werd niet klakkeloos nagevolgd.
Vanaf 1975 werd een mini-STCN van ca 500 titels vervaardigd over de 17e-eeuwse boekproductie van vier Nederlandse steden. Daarbij werden de voorlopige beschrijfregels aangepast en van praktijkvoorbeelden voorzien. In 1977 kon de Handleiding voor de medewerkers aan de STCN worden gepubliceerd. In 1979 verscheen de ‘Catalogus Hoorn’ als specimen van de STCN.
Kort hierna nam de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen de taak op zich om de STCN te verwezenlijken. Dankzij subsidie van het Ministerie van Onderwijs kwam er voor een periode van vier jaar een bedrag beschikbaar voor de vervaardiging van een basiscatalogus 1540-1700 gebaseerd op het bezit van de Koninklijke Bibliotheek.
Het beoogde eindproduct van de STCN was in eerste instantie een bibliografie in gedrukte vorm, maar er werd wel besloten om de STCN met behulp van de computer te vervaardigen. Het Nederlandse Centrum voor Bibliotheekautomatisering Pica ontwierp een ‘private file’ voor de STCN met bijzondere faciliteiten, zoals een thesaurus van drukkers en uitgevers en een aanpassing aan de tekenset.

De eerste fase

Nadat alle noodzakelijke voorbereidende maatregelen waren getroffen, kon op 1 augustus 1982 het nieuwbenoemde STCN-bureau aan het werk. De Koninklijke Bibliotheek stelde ruimte en faciliteiten beschikbaar. De eerste beschrijving werd op 16 augustus ingevoerd. Halverwege 1987 was het gehele bezit 1540-1700 van de Koninklijke Bibliotheek beschreven, en stond de teller op 27.000 records. De commissie die deze eerste fase evalueerde, beoordeelde de kwaliteit van het werk ‘zonder meer als uitstekend’. De relevantie van het STCN-project voor de wetenschapsbeoefening kon naar de mening van de commissie niet genoeg worden onderstreept. Zij achtte het van het grootste belang dat het hele project zou worden gerealiseerd.

Voortzetting

In juli 1987 liet de minister weten andermaal bereid te zijn tot financiële ondersteuning. Sindsdien heeft de Koninklijke Bibliotheek als nationale bibliotheek de verantwoordelijkheid gedragen voor de samenstelling van de STCN. Vanaf 1 januari 1988 stelde de KB nieuwe beschrijvers aan voor de verwerking van de collectie 1540-1700 van de UB Amsterdam. Daarna volgde opname van de andere bibliotheken.

Database

Gaandeweg werd duidelijk dat een gedrukte uitgave van de volledige STCN een achterhaald concept was. Sinds 1 oktober 1988 was het bestand via het Pica Online Retrieval System (ORS) in een aantal wetenschappelijke bibliotheken raadpleegbaar. De gebruikstatistiek heeft sindsdien altijd een stijgende lijn vertoond. Vanaf 1998 zijn er ook met regelmaat uploads van alle beschrijvingen beschikbaar gesteld aan de Heritage of the Printed Book-database van het Consortium of European Research Libraries.

18e eeuw

De verwerking van de collecties 1540-1700 van de UB Amsterdam en - sinds 1993 - de UB Leiden verliep vrijwel volgens plan. Intussen werd gezocht naar middelen om ook snel de 18e eeuw aan te kunnen pakken. Een aanvraag bij NWO was in 1994 succesvol. Naast het reguliere team, dat inmiddels met de verwerking van de UB Leiden en de UB Utrecht bezig was, werd een tweede team geformeerd om tussen 1995 en 2002 de collectie 18e eeuw van de Koninklijke Bibliotheek te beschrijven. Het beproefde STCN-model bleek ook voor de 18e-eeuwse boeken goed bruikbaar. Voor de beschrijving van tijdschriften, een publicatievorm die in de 18e eeuw sterk opkomt, alsmede voor boeken in afleveringen, seriewerken en dergelijke, werd een nieuwe set regels opgesteld. Een andere nieuwigheid in de STCN-regels was de toekenning van onderwerps- en genretrefwoorden, die in 1997 werd ingevoerd en ook met terugwerkende kracht op alle bestaande beschrijvingen werd toegepast. Uit 2005 dateert de toevoeging van foto’s van de titelpagina, het colofon en eventuele andere belangrijke bladzijden uit het boek aan de online titelpresentatie.

Hoe lang nog?

Na voltooiing van de Basiscatalogus in 2002 trad er weer een vertraging in de groei van het bestand op. Het aantal STCN-medewerkers was beperkt en steeds meer van de ter hand genomen boeken leverden slechts nieuwe exemplaren in plaats van nieuwe beschrijvingen op. Het project was inmiddels twintig jaar gaande. De 16e en 17e eeuw waren in de grootste bibliotheken goed verwerkt, maar kleinere collecties met eigen, bijzondere zwaartepunten waren nog niet aan bod gekomen. De 18e eeuw, met naar schatting twee maal zoveel boeken als de 17e, was buiten de Koninklijke Bibliotheek nog vrijwel helemaal niet bestreken. Om te voorkomen dat het werk nog eens twintig jaar zou gaan duren werd in 2005 het STCN Masterplanin het leven geroepen.

Masterplan

Doelstelling van het Masterplan was om te bewerkstelligen dat binnen vier jaar 90% van alle bewaard gebleven monografieën, tijdschriften en pamfletten beschreven zou zijn en 60% van het efemere drukwerk, zoals overheidspublicaties en particuliere gelegenheidsgeschriften. Dat kon gerealiseerd worden door middel van een grote personele en financiële inspanning door de KB, door inzet van medewerkers van andere bibliotheken en door toepassing van nieuwe beschrijfprocedures, waarbij handhaving van de bestaande kwaliteit van het bestand overigens buiten kijf bleef. Op basis van een enqu&ucir;te onder Nederlandse bibliotheken met belangrijke oude verzamelingen, maar evenzeer op praktische gronden, werd een selectie gemaakt van te verwerken collecties. Voor de beschrijving van de 18e-eeuwse drukken uit de UB Leiden en de UB Amsterdam werden nieuwe teams samengesteld. In andere bibliotheken werd een beroep gedaan op deskundige medewerkers voor het toevoegen van exemplaren aan bestaande beschrijvingen. Nieuwe beschrijvingen werden altijd door STCN-medewerkers ingevoerd. In sommige bibliotheken werd prioriteit gegeven aan die collectieonderdelen die de meeste nieuwe titels zouden opleveren. Gewoonlijk betrof dat het lokale en regionale drukwerk of bijzondere zwaartepunten. Het Masterplan ging op 1 november 2005 daadwerkelijk van start. Het aantal ingezette formatieplaatsen bedroeg gemiddeld ongeveer 19, verdeeld over circa 25 medewerkers. Daarnaast leverden veel van de betrokken bibliotheken aanzienlijke inspanningen in menskracht en faciliteiten.

Digitalisering

De laatste jaren heeft de STCN er nog een functie bijgekregen. Het bestand vormt de ruggengraat voor zowel de selectie als de toegankelijkheid van de duizenden boeken uit de periode 1780-1800 die in het project Digitalisering Bijzondere Collecties online beschikbaar komen. In de STCN-beschrijvingen worden links naar deze full-text bestanden gelegd. De bedoeling is dat er nog grootschaliger digitaliseringsprogramma’s zullen volgen.

Voltooid?

Nee, maar op 1 juli 2009 is wel het STCN-project voltooid verklaard (zie hierboven voor het Masterplan). Een retrospectieve nationale bibliografie is principieel natuurlijk nooit af totdat met zekerheid gezegd kan worden dat het laatste boek dat erin thuishoort, gevonden en beschreven is. Voor een land als Nederland, met zijn enorme boekproductie en brede nationale en internationale boekdistributie, zal dat moment nimmer aanbreken. Maar om tot verdere completering te komen is het efficiënter om op verschillende manieren te zoeken naar ontbrekende edities dan naar hele bibliotheken. De werkwijze die in 1971 werd voorgesteld, is grotendeels uitgevoerd: verwerking van de Koninklijke Bibliotheek en van universiteitsbibliotheken in combinatie met belangrijke stads- en provinciebibliotheken, kleine speciale bibliotheken en belangrijke buitenlandse bibliotheken. (Overzicht.) Het bestand bevat beschrijvingen van ruim 200.000 verschillende edities in ruim 500.000 exemplaren. Het streven om aan het eind van het Masterplan 90 % van de reguliere Nederlandse boekproductie opgenomen te hebben, lijkt te zijn gehaald. Het einde van het STCN-project betekent nadrukkelijk niet het einde van de ontwikkeling van het STCN-bestand. De Koninklijke Bibliotheek blijft het onderhouden, verbeteren, uitbreiden en inzetten van de STCN tot haar taken rekenen.


Een uitgebreide versie van dit historisch overzicht verscheen in het Jaarboek voor Nederlandse Boekgeschiedenis 16 (2009).