Pleidooi voor een 'innerlijke tijd'

'Druk!’ Regelmatig is dat het antwoord wanneer je aan iemand vraagt hoe het gaat. Onze agenda’s zijn zo vol dat momenten van vrije tijd ingepland moeten worden. De gevolgen van deze drukte zijn overal te zien: contacten verwateren en mensen raken overwerkt. De tijd vliegt voorbij zonder dat we deze bewust beleven. Joke Hermsen denkt dat er ook andere manieren zijn om naar tijd te kijken.
Virginia Woolf, Mevrouw Dalloway (2013)
Virginia Woolf, Mevrouw Dalloway (2013)

Virginia Woolf, Mevrouw Dalloway (vert. [uit het Engels] door Boukje Verheij). - Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2013

Virginia Woolf, Mevrouw Dalloway (2013)
Virginia Woolf, Mevrouw Dalloway (2013)

Virginia Woolf, Mevrouw Dalloway (vert. [uit het Engels] door Boukje Verheij). - Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2013

Thomas Mann, De toverberg (2012)
Thomas Mann, De toverberg (2012)

Thomas Mann, De toverberg (vert. [uit het Duits] door Hans Driessen). - Utrecht: De Arbeiderspers, 2012

Thomas Mann, De toverberg (2012)
Thomas Mann, De toverberg (2012)

Thomas Mann, De toverberg (vert. [uit het Duits] door Hans Driessen). - Utrecht: De Arbeiderspers, 2012

Verschillende tijdsopvattingen

De verklaring voor een permanent bewustzijn van de kloktijd zoekt Hermsen in de visie op tijd als een rechte lijn. Op deze lijn ligt de toekomst nog in het verschiet, maar doemt de dood aan het eind al op. Elke minuut die weg tikt op de klok brengt de dood dichterbij, terwijl er nog zoveel is om te doen voordat die tijd verstreken is.

Vanzelfsprekend is die lineaire tijdsopvatting niet. De eerste Griekse filosofen die over de tijd dachten, veronderstelden dat de tijd eeuwig heeft bestaan en geen begin en einde kent. Immers, als de tijd een beginpunt zou hebben, zou er ook een ‘voor’ dit beginpunt zijn en dat is een tijdsaanduiding. Nog altijd zeggen veel Grieken dat de toekomst achter hen ligt en het verleden voor hen. Het verleden ligt in het zicht en kan daarom gekend worden, maar de toekomst is aan het zicht onttrokken. De tijd is als een rivier die vanaf achter voorbij stroomt, terwijl de mens stil in het water staat. ‘De toekomst komt van achteren’ is een bekend gezegde in Griekenland.

Hermsen beschrijft aan de hand van schrijver en journalist Frans van Hasselt (1927-2011) hoe Grieken zich door deze tijdsvisie onderworpen voelen aan de tijd en er geen controle over kunnen uitoefenen. Dat werkt een enigszins fatalistische levenshouding in de hand waarin vooral 'met de dag' geleefd wordt (Stil de tijd, p. 204).

Dat een lineaire tijdsopvatting niet vanzelfsprekend is laat Hermsen verder zien door te wijzen op de cyclische tijdsopvatting. Cyclisch betekent dat de dood geen einde is, maar het begin van iets nieuws. Dit kan een nieuw begin op aarde zijn, bijvoorbeeld door reïncarnatie, maar ook de overgang naar een andere ‘hiernamaalse’ wereld. Tijd wordt onder andere in Azië cyclisch ervaren. Vaak wordt deze tijdsbeleving gekenmerkt door spiritualiteit, die zich onder meer uit in het boeddhisme en het taoïsme.

Griekse goden van de tijd

Hermsen pleit voor een ‘fundamentele herziening van onze omgang met de tijd en een verregaande verkenning van een mogelijk andere tijdservaring’ (Stil de tijd, p. 26). Ze wil de balans tussen kloktijd en innerlijke tijd herstellen door meer bewustzijn van de innerlijke tijd te creëren. Zowel kloktijd als innerlijke tijd is namelijk essentieel. Zonder kloktijd zou het lastig zijn om het leven vorm te geven, maar zonder innerlijke tijd zou het lastig zijn om tijd voor jezelf te nemen, een persoonlijke tijdsbeleving uit te drukken of recht te doen aan het veranderlijke karakter van de wereld.

Om het belang van beide tijden en hun balans te verduidelijken grijpt Hermsen terug op de Griekse mythologie. In Kairos (2014) vergelijkt Hermsen de tijden met de Griekse goden Chronos en Kairos. Chronos is de oude god van de lineaire, meetbare en praktische tijd. Hij verbeeldt de horizontale as van de tijd, die gestaag voortduurt. Kairos, zijn kleinzoon, is de god van ‘het geschikte moment’ en ‘de juiste maat’. Kairos zorgt voor verandering en vertegenwoordigt de verticale as van de tijd, die de gestaag voortdurende tijd af en toe onderbreekt. In een kairotisch moment vallen verleden en toekomst even samen en vormen zij ‘het geschikte ogenblik’. Kairos wordt vaak afgebeeld met een lange kuif, waarbij men hem kan grijpen omdat hij anders snel weg zal zijn. Dit staat symbool voor het grijpen van een kans of goed moment dat zich presenteert. Kairos is machtiger dan zijn grootvader Chronos, omdat hij in staat is om verandering aan te brengen. Toch kunnen beiden niet zonder elkaar bestaan. Ze vormen allebei een as van de tijd en zijn als het ware twee gezichten van de tijd (Kairos, p. 11-13).

Chronos
Chronos (beeld door Ignaz Günther, ca. 1670)

Ignaz Günther, 'Chronos' (ca. 1765-75) (Bayerisches Nationalmuseum, München) (bron: Wikimedia Commons)

Kairos
Francesco de' Rossi, 'Kairos' (fragment van fresco, 16de eeuw)

Kairos (fragment van fresco door Francesco de' Rossi (bron: Wikimedia Commons)

Definities van tijd

Marli Huijer bestrijdt de tweedeling in tijd die Hermsen maakt en hanteert kloktijd als de gangbare tijd, omdat deze tijd mensen in staat stelt zichzelf te disciplineren. Hermsen pleit juist voor momenten los van de kloktijd waarin gerust kan worden. Er heerst volgens haar teveel discipline en dit heeft een belemmerende werking.

Innerlijke tijd is volgens Huijer een ‘romantisch en semi-religieus’ concept. Huijer meent dat Hermsen Kairos niet gelijk kan stellen aan innerlijke tijd. Huijers opvatting is dat Kairos in de retorica vooral het geschikte moment aanduidde om te spreken. Huijer gebruikt een Aristotelische definitie van het begrip tijd, waarbij ze tijd ziet als verandering. Doordat iets verandert, is het zichtbaar dat er tijd verstrijkt. Omdat de mens aan het leven hecht en niet wil sterven, meent Huijer dat het te snel voorbijgaan van het leven een probleem van alle tijden is. Juist dit vergankelijke aspect van het leven maakt dat Huijer een onvergankelijke innerlijke tijd niet kan accepteren. Hermsen meent dat Huijer met die opvatting de hedendaagse problemen met de tijd onderschat (Leef je met de klok of volgens je innerlijke tijd? in Trouw, 24 november 2010).

Een hoopvol denken van tijd

Hermsen stelt dat het hedendaagse seculiere denken ontdaan is van alle mystiek en hierdoor de tijdsopvatting problematisch is geworden. Naarmate de maatschappij meer seculariseerde, werd tijd meer gezien als iets dat ‘slechts’ de levensduur bepaalt. ‘Binnen de seculiere wereld is het niet meer vanzelfsprekend om een andere tijdservaring dan die van de kloktijd te hebben’ (Kairos, p. 97). Dit in tegenstelling tot religieuze opvattingen waarbij de tijd van het leven vaak in het licht staat van de eeuwigheid na de dood.

Toch is religie volgens Hermsen niet noodzakelijk om een andere tijdsbeleving te kunnen ervaren. Tijd geeft mogelijkheden voor veranderingen en nieuwe kansen en staat in het teken van een steeds weer nieuw begin, zo laat Hermsen zien aan de hand van de Duitse filosoof Ernst Bloch (1885-1977). Bloch pleit voor een utopisch denken. Aan de hand van de utopie kan bekritiseerd worden wat er nu is en wat er ‘nog niet is’. Op die manier biedt de tijd mogelijkheden tot veranderingen en nieuwe kansen en kan zo in het teken staan van steeds weer een nieuw begin. Dit geldt ook voor de mens. Hoewel hij vandaag al iemand is, wordt hij morgen nog meer zichzelf. Hermsens motto ‘pluk de eeuwigheid in het ogenblik’ heeft zij aan Bloch ontleend.

We willen een Hannah Arendtschool in plaats van een Steve Jobsschool

Tweet van Joke Hermsen, 2013 (bron: Joke Hermsens twitterpagina)

Het is nog niet te laat

Hermsen heeft de hoop nog niet opgegeven; in Kairos heeft ze een uitgebreide lijst met initiatieven opgenomen die allemaal op een bepaalde manier een nieuw en hoopvol begin zijn (Kairos, p. 281-292). Ze noemt bijvoorbeeld Rotterdam Vakmanstad, een initiatief van de Rotterdamse filosoof Henk Oosterling. Hij wil basisschoolleerlingen naast hun gewone lessen ook filosofie-, judo- en kooklessen laten volgen. Verder krijgen ze een eigen moestuintje. Kinderen verwerven zo al vroeg cognitieve, creatieve en sociale vaardigheden en zijn in staat om kritisch na te denken. Ze leren solidair met elkaar en duurzaam met de wereld om te gaan. Het is nog niet te laat voor bezinning, maar ‘de tijd dringt om nieuwe wegen in te slaan’, aldus Hermsen (Stil de tijd, p. 26).