René Gude, de eerste publieksfilosoof

René Gude staat te boek als de eerste publieksfilosoof, maar publieksfilosofie kwam niet uit het niets opzetten.
René Descartes, ca. 1649
René Descartes

Portret van René Descartes, geschilderd door Frans Hals (1582/83-1666) ca. 1649 (Bron: Wikimedia Commons)

 Immanuel Kant, ca. 1790
Immanuel Kant

Portret van Immanuel Kant, geschilderd ca. 1790 (Bron: Wikimedia Commons)

Friedrich Nietzsche, 1882
Friedrich Nietzsche

Portretfoto van Friedrich Nietzsche, gemaakt door Gustav Schultze in 1882 (Bron: Wikimedia Commons)

Peter Sloterdijk, 2009
Peter Sloterdijk

Peter Sloterdijk leest voor uit zijn essaybundel Du mußt dein Leben ändern, verschenen in 2009 (Bron: Wikimedia Commons)

Zijn favoriete filosofen waren: René Descartes (1596-1650), Immanuel Kant (1724-1804), Friedrich Nietzsche (1844-1900), Ludwig Wittgenstein (1889-1951) en Peter Sloterdijk (geb. 1947). Hij heeft echter weinig tijd om zijn ideeën te ontwikkelen.

Pas in zijn laatste jaren, in zijn functie als Denker des Vaderlands, kan hij zijn kennis over filosofen met een groot publiek delen en ook intieme zaken als ziekte en dood. Zijn eigen ziekte draagt er toe bij dat hij in de spotlights komt te staan. ‘Door mijn ziekte wil nu iedereen van mij horen. Dat maakt mij gelukkig. Ook omdat ik echt iets te bieden heb. Ik wil geen valse bescheidenheid tonen’ (Hollak, 2015, p. 10).

Zijn kracht zit hem in het gesproken woord. Hij was een echte leraar, iemand die hardop nadenkt en in het gesprek opeens een gekke associatie kan maken of een onverwacht idee aandragen. Hij vindt dat het een functie heeft om niet alleen met je eigen geliefde, maar met de hele samenleving in gesprek te gaan over je emoties. Dat kan leiden tot een gemeenschappelijke ervaring.

Publieksfilosofie

Vooral in zijn rol als Denker des Vaderlands levert Gude een grote bijdrage aan de filosofie door zijn optreden in de media, zoals bij De Wereld Draait Door (DWDD), dat gemiddeld zo’n 1,4 miljoen kijkers trekt. Ook zijn optreden in het EO-programma De Kist krijgt veel bekijks. Dit gesprek met Kefah Allush (geb. 1969) vindt thuis op zijn woonark aan het IJ in Amsterdam plaats.

Hierbij is ook zijn vrouw Babs van den Bergh (geb. 1964) aanwezig, want 'de achterblijvers verdienen misschien nog wel meer aandacht dan de stervenden'. In dit programma poseert hij in een eenbenige kist die hij speciaal voor hem door de EO heeft laten maken, omdat hij wilde dat mensen hem herinneren ‘zoals ik was.’

Kefah Allush, 2014
Kefah Allush

Palestijns-Nederlandse tv-presentator Kefah Allush, 22 maart 2014 (Bron: Wikimedia Commons)

Babs van den Bergh
Babs van den Bergh

Portretfoto van Babs van den Bergh (Bron: VSNU.nl)

In zijn gesprek over zijn eenbenige doodskist concludeert Gude: ‘Ik denk niet dat de mens zich een voorstelling van de dood kan maken.’ Hij is niet bang voor de dood en tobt dan ook niet over zijn eigen dood, maar maar het zijn vooral de achterblijvers die baat zouden kunnen hebben bij (een) gesprek(ken) over de dood. Hierdoor zouden ze zich kunnen openstellen naar het verdriet zodat ze op tijd een gezamenlijke state of mind kunnen ontwikkelen.

Zolang Gude zich met filosofie bezighoudt, onderzoekt hij hoe filosofie ons kan helpen in het sterven. Hij voelt zich vanuit zijn beroep verplicht om over de dood te ‘kletsen’ en wordt voor zover dat mogelijk is ‘ervaringsdeskundige’. Filosofie blijkt hem daadwerkelijk te helpen om met zijn situatie om te gaan.

Collectieve intelligentie

Een groot deel van de mensen die met overlijden te maken krijgt, tachtig procent, wil daar uit weerzin niet over praten. Degene die sterft niet of de mensen om hem heen. Zo veroordelen ze elkaar tot een verpletterende eenzaamheid. Gude wil juist laten zien dat je er wél over kunt praten. Je wordt er natuurlijk emotioneel van en het maakt je aan het huilen, maar dat is niet erg. Het zorgt voor opluchting waarna je weer tot rust komt.

Hij pleit voor een gesprek over de dood, als gemeenschappelijke ervaring - via boeken, radio- en televisieprogramma’s - zodat een soort collectief bestand zou ontstaan met inzichten over dit onderwerp. Hij ziet dit als een omkering van de individualistische benadering van de huidige samenleving – met de sterke nadruk op liberalisering en privacy - naar het ontwikkelen van een collectieve intelligentie. Dit zou het met elkaar praten over de dood kunnen vergemakkelijken en zou de verwarring van het doodgaan voor het individu kleiner maken.

Academische en publieksfilosofie

Binnen de universiteit is filosofie een academische aangelegenheid en een bron voor filosofiebeoefening. De academische filosoof doet grensverleggend onderzoek, want is vooral geïnteresseerd in wat we nog niet weten en helpt zo zijn vakgebied vooruit. Sinds de jaren negentig is er in Nederland ook ruimte ‘voor een bescheiden ‘back-office van publieksfilosofen’ die de resultaten van de geesteswetenschap op een begrijpelijke manier met de samenleving delen’ (Hollak, 2015, p. 33). Gude ziet publieksfilosofie, zeker in zijn rol als Denker des Vaderlands, als een manier om de collectieve intelligentie te vergroten.

Descartes, *Meditationes de prima philosophia* (1641) (Bron: Wikimedia Commons)
Descartes, Meditationes de prima philosophia (1641)

Descartes, Meditationes de prima philosophia (1641) (Bron: Wikimedia Commons)

Immanuel Kant, Prolegomena zu einer jeden künftigen Metaphysik
Immanuel Kant, Prolegomena zu einer jeden künftigen Metaphysik (1783)

Immanuel Kant, Prolegomena zu einer jeden künftigen Metaphysik die als Wissenschaft wird auftreten können (1783) (Bron: Wikimedia Commons)

Filosofie in het onderwijs

Gude gaat halverwege de jaren negentig samen met Humberto Schwab lobbyen bij de toenmalige staatssecretaris van Onderwijs, Tineke Netelenbos, voor een vaste plek van het vak Filosofie in het curriculum van het voortgezet onderwijs. Zijn voorstel wordt aangenomen en sinds 1998 maakt het vak Filosofie deel uit van het lessenpakket van een aantal scholen van het voortgezet onderwijs. Naar verwachting zal het aantal scholen en docenten structureel uitbreiden.

Begin 1999 wordt een Vereniging Filosofiedocenten in het Voortgezet Onderwijs (VFVO) opgericht om als zelfstandig gesprekspartner met beslissingsbevoegdheden te kunnen optreden. De VFVO wil filosofie als schoolvak sterk positioneren in het onderwijsveld en behartigt de belangen van docenten en ondersteunt docenten.

In het modulaire onderwijs - zonder filosofie - krijgen leerlingen in Nederland les in afzonderlijke vakken met de nadruk op de positie op de arbeidsmarkt.

Streven naar betere kennis en gewoontes

De academische filosoof onderzoekt ook maatschappelijke problemen, maar het is de taak van de publieksfilosoof om dit soort problemen publiekelijk aan de orde te stellen. Hij vertaalt in feite interessante, maar complexe gedachten van filosofen naar onze maatschappelijke situatie. De publieksfilosoof werkt in het publieke domein met hetzelfde doel als de academicus: het streven naar betere kennis en betere gewoontes.

Met filosofie kan je bijvoorbeeld de gewoonte ontwikkelen om je niet te vergissen. Zo leerde Gude van de Griekse sceptici zoals Pyrrho van Elis dat de enige aanvaardbare houding oordeelsonthouding (epochè) is. Je blijft in de onderzoeksmodus staan, maar tegelijkertijd kan je naar zekerheden zoeken, die wél houvast bieden, bijvoorbeeld via de wetenschap. Maar vaak is een flinke dosis gezond verstand al voldoende.

Gude was een ware publieksfilosoof

Gude schaart zich onder de categorie denkers die in de directe overdracht mensen in het gezicht kijkt en in een soort wisselwerking tot gemeenschappelijke collectieve intelligentie komt. ‘Ik kan niet goed schrijven, maar wel goed kletsen. […] mijn docentschap was oké’ (Hollak, 2015, p. 68). Hij had graag meer willen publiceren, want wat geschreven is, heeft een kans om te blijven.

‘Alle schriftcultuur komt voort uit het gesprek, maar het is niets als het niet ooit opnieuw in een gesprek wordt gebruikt. Daarom spreek ik bij de DWDD ook over Aristoteles. Hij zou een dode letter zijn als ik dat niet zou doen’ (Hollak, 2015, p. 69).

Het was voor Gude, vooral in zijn rol als Denker des Vaderlands, heel bevredigend dat hij zijn enorme kennis van de filosofie met een groot publiek kon delen. Daar genoot hij zichtbaar van. In heel zijn denken en doen was hij een ware publieksfilosoof.

Literatuurverwijzingen