“Bij de wet nu is de vrouw dezelfde plaats aangewezen, die het nog geen zeven jaar oud zijnde kind in het huisgezin inneemt. Bij al wat geschiedt vraagt men noch haar oordeel, noch haar raad, of denkt er ook maar één oogenblik over na, haar heur eigen belangen te laten behartigen.”
Drucker over de wettelijke positie van vrouwen. Uit de hierboven genoemde brochure ‘Een woordje aan de vrouwen van Nederland’ (1891).