Blaeu-atlas

Een internationaal publiek stond Joan Blaeu voor ogen toen hij vanaf 1662 zijn beroemdste werk, de Atlas Major publiceerde. Het werd zijn opus magnum dat uiteindelijk ca. 600 kaarten en ca. 3000 tekstpagina's bevatte, een boekwerk in negen foliodelen met uitgaven in het Nederlands, Latijn, Frans, Duits en Spaans. Het is de grootste wereldatlas die ooit werd gepubliceerd. De verschijning ervan vormt de bekroning van de gouden eeuw van de Nederlandse cartografie, een tijdvak van ongekende bloei, dat samenvalt met de enorme opleving van de handel en de daarmee gepaard gaande rijkdom en welvaart in vooral de eerste helft van de zeventiende eeuw. Tegelijkertijd markeert de Atlas Major echter ook de overgang naar een periode van achteruitgang. Stilstand, navolging en gebrek aan kritische zin werden de nieuwe trefwoorden van een cartografie die in toenemende mate werd overvleugeld door de prestaties die met name in Frankrijk werden geboekt.

J. Blaeus Grooten Atlas, oft Werelt-beschryving, in welcke 't aerdryck, de zee, en hemel, wort vertoont en beschreven. Derde stuck der Aerd-rycksbeschryving, welke vervat de Nederlanden. Amsterdam, Joan Blaeu, 1664. 2º. - 149 A 3, fol. Kk1v-Kk2r

J. Blaeus Grooten Atlas, oft Werelt-beschryving, in welcke 't aerdryck, de zee, en hemel, wort vertoont en beschreven. Derde stuck der Aerd-rycksbeschryving, welke vervat de Nederlanden. Amsterdam, Joan Blaeu, 1664. 2º. - 149 A 3, fol. Kk1v-Kk2r

De Atlas Major geeft een goed beeld van de toenmalige Nederlandse cartografie. De uitgever heeft weinig moeite gedaan om zich van de nieuwste kaarten te voorzien. Het merendeel van de kaarten werd gedrukt van koperplaten die al vóór 1638 waren gebruikt. Een kritische beoordeling bij de selectie van het ongelijksoortig verzamelde materiaal werd achterwege gelaten en ook bij de kaartredactie werd perfectie niet nagestreefd. Het kaartbeeld werd, soms met uitzondering van ondergeschikte zaken als decoratie en heraldiek, niet bijgewerkt. Dat gebrek aan inhoudelijke kwaliteit deed weinig af aan de bewondering voor het werk. De belangstelling van de liefhebber voor het boek werd en wordt ingegeven door de grandeur van het werk, de prachtige typografie, de materiële verzorging, het artistieke inzicht en natuurlijk ook de enorme omvang. Was het verwonderlijk dat zo'n schat gekoesterd werd. Van de atlas zijn dan ook fraaie exemplaren bewaard gebleven, gebonden in fluweel, in goudlaken, in rood of groen leer, met goudgestempelde decoraties of een familiewapen. Vaklieden werden ingehuurd om de kaarten met prachtige kleuren te verlevendigen. Speciale meubelen werden ontworpen waarin de volumineuze atlasdelen liggend bewaard konden worden.

Het exemplaar van de Koninklijke Bibliotheek is gebonden in wit perkamenten banden die voorzien zijn van goudstempeling met als opvallend kenmerk een kroon op het binnenste kader op de platten. Ze vertonen afdrukken van vier stempels, die tot de voorraad van Albert Magnus hebben behoord. De banden kunnen dan ook aan de beroemde Amsterdamse binder worden toegeschreven.

Literatuur

M. Donkersloot de Vrij. Drie generaties Blaeu. Amsterdamse cartografie en boekdrukkunst in de zeventiende eeuw. Zutphen 1992.