Eenentwintich verscheyden manieren van fortificatie

Het laatste blad van dit handschrift deelt in sierlijk schrift mee: "Opus perfectum per Adrianum Conflans. Pictor. 20a. februarij ao. 1594". Het hiernaast afgebeelde eerste blad vermeldt het jaartal 1593. Uit de voorrede kennen wij de verklaring voor deze dubbele datering. De schilder had prins Maurits in 1593 zijn modellen voor vestingen willen aanbieden, maar was door een ongelukkige val niet in de gelegenheid geweest zijn plan ten uitvoer te brengen.

Eenentwintich verscheyden manieren van fortificatie. Adriaan van Conflans. S.l., 1593-1594. Papier, 44 folia, 340 x 470 mm. Perkamenten met goud bestempelde band met het jaartal 1594. 128 A 27, fol. 1r

Eenentwintich verscheyden manieren van fortificatie. Adriaan van Conflans. S.l., 1593-1594. Papier, 44 folia, 340 x 470 mm. Perkamenten met goud bestempelde band met het jaartal 1594. 128 A 27, fol. 1r

Maurits, de stadhouder van Holland en Zeeland, en de Friese stadhouder Willem Lodewijk verzekerden het grondgebied van de jonge Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden van veilige grenzen door systematisch de vestingsteden te veroveren van waaruit Parma deze gewesten trachtte te onderwerpen. Het jaar 1593 was voor Maurits zeer succesvol. Op verzoek van de Staten van Zeeland belegerde hij in dat jaar het Spaanse bolwerk Geertruidenberg, dat hij op 25 juni innam. Het is deze stad die Conflans in een allegorische cartouche op de eerste bladzijde van zijn verzameling heeft afgebeeld. Bovenaan steekt 'Fama' de loftrompet over dit succes van Maurits, links op de sierlijst vergezeld van de deugden "Prudentsia" en "Justitia" en rechts van "Fortitudo" en "Temperantsia". Aan de onderkant is de omlijsting rijkelijk voorzien van attributen van de krijg (links) en van de vrede (rechts). In het midden op de voorgrond verbeeldt een krachtig opschietend oranjeboompje Maurits' devies: "Tandem fit surculus arbor" (Eindelijk wordt het stekje een boom). Onder deze geslaagde tekening heeft Conflans zijn bedoelingen in minder geslaagde versregels uitgedrukt.

Het handschrift dat de schilder inderdaad aan prins Maurits zal hebben aangeboden - het maakte deel uit van de zeventiende-eeuwse Oranje-Nassau bibliotheek - bevat 21 getekende modellen voor fortificaties, voorzien van een toelichting. De vestingbouwdeskundige Van den Heuvel is van mening dat Conflans zich voor deze theoretische vestingen heeft gebaseerd op werk van Francesco De Marchi. Hij kan dit hebben leren kennen via prenten van deze Bolognese architect die zonder diens toestemming in Antwerpen waren uitgegeven. In de bijschriften bij zijn getekende studies merkt Conflans herhaaldelijk op dat in onze ‘waterachtighe plaetsen’ bij de bouw van verdedigingswerken zeer goed aarde en takken gebruikt kunnen worden om de wallen te funderen. Zoals gebruikelijk biedt de auteur aan het eind van de opdracht aan "eenighe deser Schanssen in model van poteerden te maken (...) ofte ooc van stijff papier".

Literatuur

C.M.J.M. van den Heuvel. "Papiere bolwercken". De introductie van de Italiaanse stede- en vestingbouw in de Nederlanden (1540-1609) en het gebruik van tekeningen. Alphen aan den Rijn 1991 The Seventeenth-Century Orange-Nassau Library. Utrecht 1993, nr. 24
Ch. van den Heuvel, ''De Huysbou en de Crijchshandel'. Simon Stevins zoektocht naar een theorie van de Hollandse stad en haar verdediging', in: De zeventiende eeuw 10 (1994).