Spieghel der Zeevaerdt

In de ontwikkeling van de maritieme cartografie in de Noordelijke Nederlanden vormt het werk van Lucas Jansz Waghenaer (1533/34-1606) het eerste hoogtepunt. In 1584 publiceerde deze oud-stuurman uit Enkhuizen zijn zeemansgids Spieghel der Zeevaerdt, waarmee voor het hele zeegebied dat geregeld door Nederlandse schepen werd bezocht, een complete collectie grootschalige gedrukte zeekaarten ter beschikking kwam. Waghenaer geldt als grondlegger en inspirator van de zogenaamde Noordhollandse cartografenschool, een groep kaartenmakers die tussen 1583 en 1636 in Enkhuizen, Edam en Warder werkzaam waren. Zij hielden zich bezig met de vervaardiging van zeekaarten van de Europese en Aziatische wateren. Het accent lag daarbij heel duidelijk op het kunstzinnige aspect, hetgeen resulteerde in een aantal buitengewoon decoratieve kaarten op perkament. Kenmerkend zijn de met bloemmotieven versierde randen en de illustraties in het landgedeelte waaronder stadsplattegronden en aangezichten. Evenzeer opvallend zijn de windrozen, de schepen en dieren in zee, en het bonte kaartschrift in verschillende lettersoorten. De zorgvuldigheid waarmee tekening, kleurwerk en kaartschrift zijn uitgevoerd, maakt het aannemelijk dat deze zeekaarten niet voor gebruik op zee bestemd waren, maar dienden ter decoratie en consultatie te land. Dat betekende niet dat de geografische betrouwbaarheid daarmee naar het tweede plan verschoven werd. Bij de kaartredactie baseerden de cartografen zich op actuele hydrografische informatie. Hun kaarten kunnen ook in dat opzicht de toetssteen van de kritiek weerstaan. De Koninklijke Bibliotheek bezit twee anonieme kaarten, getekend op perkament, die beide op decoratieve en artistieke kenmerken worden toegeschreven aan de Edamse cartograaf Evert Gijsbertsz. Op de eerste kaart wordt het westelijke gedeelte van de Indische Oceaan weergegeven. De tweede, hier afgebeelde kaart bestrijkt het gebied van de Nieuwe Wereld zuidelijk van Newfoundland tot aan Straat Magallanes. Linksboven, weliswaar in het zuidoosten van Noord-Amerika, is een plattegrond van de stad Mexico getekend, terwijl midden op de kaart het gezicht op de Peruviaanse stad Cuzco is verbeeld. De kaart gaat uitsluitend terug op Spaanse en Portugese bronnen.

Tabula geographica ac thalassographica in qua tota Peruana ac magna Mexicanae pars cum suis insulis accurate describuntur. [Evert Gijsbertsz?]. [Edam, vóór 1596]. Perkament, 872 x 1120 mm. 78 B 28

Tabula geographica ac thalassographica in qua tota Peruana ac magna Mexicanae pars cum suis insulis accurate describuntur. [Evert Gijsbertsz?]. [Edam, vóór 1596]. Perkament, 872 x 1120 mm. 78 B 28

Vanaf 1596 gebruikt Gijsbertsz het in dat jaar verschenen Itinerario van Jan Huygen van Linschoten als bron voor zijn kaarten. Voor deze kaart van Midden- en Zuid-Amerika heeft hij blijkbaar nog niet de beschikking gehad over dat boek. De kaart moet dan ook vóór 1596 zijn getekend.

Literatuur

G. Schilder, 'De Noordhollandse cartografenschool', in: Lucas Jansz. Waghenaer. De maritieme cartografie in de Nederlanden in de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw. Enkhuizen 1984, p. 47-72.