Vrouwen, hun uiterlijk en de politiek

‘Ook in de garderobekast van Angela Merkel is het crisis’, kopte een artikel in NRC Handelsblad uit 2012. Het stuk ging over de kledingkeuze van Merkel bij de opening van het Wagner-festival in Bayreuth: een oude jurk, waar ze vier jaar eerder ook al in was verschenen. De jurk trok in de media bijna net zo veel aandacht als de uitvoering van Wagner zelf. In 2018 schreef De Volkskrant over een onderzoek naar de manier waarop kranten over vrouwelijke politieke leiders schrijven. Hieruit blijkt dat kranten deze vrouwen veel minder op hun leiderschapskwaliteiten beoordelen dan mannen. In de berichtgeving over vrouwelijke politici wordt relatief meer aandacht besteed aan hun thuissituatie of kledingkeuze. Waar een man dus vaker wordt afgerekend om zijn politieke uitspraken, wordt een vrouw vaker bekritiseerd om wat zij draagt. Hieruit blijkt een impliciete stereotypering van de vrouw, die suggereert dat zij minder in de politiek thuishoort dan de man.

Protesterende vrouwen

Tot een eeuw geleden was er voor de vrouw geen plaats in de politiek. De Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VvVK), opgericht in 1894, wilde daar verandering in brengen. Jarenlang voerde deze vereniging campagne voor de invoering van het vrouwenkiesrecht. In 1916 leek dit doel eindelijk dichterbij te komen: van september tot november werd in de Tweede Kamer gedebatteerd over een grondwetswijziging met betrekking tot het kiesrecht. De VvVK organiseerde gedurende deze periode een permanente wake op het Binnenhof. Een groep van twintig tot vijfentwintig elkaar steeds afwisselende vrouwen hield dagelijks de wacht. Maandenlang stonden zij daar, in de kou, zwijgend met hun protestborden en geel-witte strikken in de kleuren van de VvVK. Over deze demonstratie is veel geschreven in de kranten. De overgrote meerderheid van de (mannelijke) journalisten sloeg hierbij een negatieve toon aan. De artikelen gingen met name over de zinloosheid van het protest, de belachelijkheid ervan én over het uiterlijk van de protesterende vrouwen.

Twintig knappe jongedames

Nog vóórdat de wake op het Binnenhof was begonnen, verscheen er op 4 september 1916 al een cynische column van ‘Oom Koos’ in de Haagsche Courant. De schrijver bepleitte hierin dat het aangekondigde plan van de vrouwenbeweging alleen zou kunnen slagen als er twintig knáppe jongedames voor de wake zouden worden uitgekozen. Immers, ‘kamerleden zijn ook menschen’ en met een stel mooie vrouwen zouden zij de debatten sneller afkappen om met de vrouwen te kunnen flirten. Toen de wake eenmaal was begonnen, bleek uit veel krantenartikelen dat de vrouwen niet aan de eisen van ‘Oom Koos’ voldeden. Zo noemde een journalist van de rooms-katholieke krant De Gelderlander van 26 september de vrouwenwake een ‘stichtelijk schouwspel van een groep gebrilde, gehobbezakte, geboorde of op andere wijze toegetakelde vrouwen’. Vaak werd in de artikelen vermeld dat het zulk treurig weer was, waarin de vrouwen stonden.

Eén journalist vroeg zich daarom in De Telegraaf van 18 oktober af of eigenlijk ‘ooit een vrouw met een rooden, natten neus een man [heeft] kunnen verleiden?’. Hij was voorstander van een andere aanpak: vrouwen die voor vrouwenkiesrecht strijden zouden ‘een phalanx van de schoonste der schoonsten’ moeten zenden naar de Tweede Kamerleden, ‘in plaats van eenige oudere dames in overschoen en onder parapluie’s op wacht te zetten op het Binnenhof’. Op dezelfde dag schreef de katholieke krant De Tijd dat die ‘Nederlandse suffragettes’ in ieder geval niet ‘mooi en chique’ waren. Schertsend vervolgde de journalist dat zij hun doel daarom ook wel niet zouden willen bereiken ‘door verovering of verteedering van de hoogedelstrenge mannenharten’.

Hoe is de vrouw gekleed?

In deze artikelen werd de waarde van de vrouw gereduceerd tot uiterlijk en seksualiteit: als vrouwen iets gedaan wilden krijgen, konden zij het beste de mannen verleiden die het wél voor het zeggen hadden in de politiek. Al zijn inmiddels man en vrouw voor de wet gelijk, de macht is nog steeds niet evenredig verdeeld: maar één-derde van de zetels in de Tweede Kamer wordt door vrouwen bekleed, en ook een vrouwelijke minister-president heeft ons land nog niet gekend. De praktijk van het beoordelen van vrouwen in de politiek op hun uiterlijk is evenmin verdwenen. Hoewel het taalgebruik in kranten tegenwoordig genuanceerder is dan in 1916, worden vrouwelijke politici nog steeds afgerekend op hun gekleurde pakken (Merkel), pant suits (Clinton) of kitten heels (May). Honderd jaar nadat vrouwen het kiesrecht hebben bemachtigd, is het vaak nog steeds vanzelfsprekender om over hun uiterlijk te praten, dan over hun politieke uitspraken of competenties.

Anna Stibbe