b

Tien tegen een dat een grote versierde B het begin aanduidt van een verzameling psalmen. Psalm 1 begint immers als volgt: Beatus vir qui non abiit in consilio impiorum (Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen). Zo ook hier, hoewel dit geen gewoon psalterium is. Bij elk psalmvers, geschreven in het grotere lettertype, zijn zowel tussen de regels als aan weerszijden van de tekstkolom glossen geschreven met geleerd commentaar, steeds in het kleinere lettertype.

De initiaal B staat op een gouden veld en is zo ontworpen dat hij ruimte biedt voor het afbeelden van vijf muzikanten, elk nu eens niet op een stoel of bankje gezeten maar op een spreukband, een strook perkament met daarop een tekst, in dit geval de naam van de geportretteerde. Links zien we de auteur van de psalmen, koning David, spelend op de harp. Zijn muzikanten bespelen elk een eigen instrument: Eman hamert op een klokkenspel, Ethan strijkt een vedel aan, Idithun een viool en Asaph blaast op de panfluit, die hij kennelijk kon afwisselen met een hoorn of trompet.

Jos Biemans

  • Hs. 76 E 11, fol. 2r, Psalterium met glossen, Noordwest Frankrijk, ca. 1175 (bladmaat 285 x 185 mm).