d

Een hoofdletter D: een zwierige kapitaal in een prachtig gotisch handgeschreven boek van ca. 1400-1425. De kopiist schreef de tekst in een gestileerde littera gothica textualis. De rubricator voorzag de hoofdletter van een rood accent om te benadrukken dat deze kapitaal het begin van een nieuwe zin markeert.

Gotisch schrift is het resultaat van een langzame ontwikkeling vanuit het karolingisch, het schrift dat ontstaan was in de tijd van Karel de Grote (742-814). Gaandeweg was men met een bredere pen gaan schrijven waarmee zowel brede als smalle lijnen gemaakt konden worden al naargelang de stand van de pen op het perkament of papier. Ook werd een zwartere inkt gebruikt. Letters werden smaller geschreven en veel delen van letters werden min of meer gelijkvormig, waarbij het verticale aspect in dit schrift dominant werd. De ruimte tussen de letters en tussen de regels werd kleiner. De tekstkolommen maken een ‘gesloten’ indruk. Het totaalbeeld is dat van een veel compacter boekschrift dan voorheen.

De hoofdletters die men bij dit gotische schrift was gaan gebruiken zijn echter eerder breed dan smal. Hoofdletters zoals de O (kolom 1, r. 6) en de D (op tal van plaatsen op deze bladzijde) hebben een royaal oog. Maar ook in de T (kolom 1, r. 14) en de H (kolom 2, r. 5) is veel open ruimte. Kennelijk vroegen deze ruimten in het compacte gotische schrift om een invulling. Het gaat mij te ver om kopiisten in deze gotische periode een horror vacui, een angst voor het lege, aan te wrijven. Toch is het wel een feit dat zij bijna altijd iets deden met de open ruimte in dit soort hoofdletters. Zoals in de D die hier centraal staat: de ruimte in het oog van de letter is door de kopiist opgevuld met een extra, dun lijntje langs de verticaal en met twee streepjes die daartegenaan staan en schuin omhoog lopen. Dergelijke lijntjes vinden we ook in de eerdergenoemde O, die bovendien nog een heel dun cirkeltje of ovaaltje bevat in het onderste compartiment van de invulling. Deze dunne lijntjes en het rondje zijn weliswaar puur decoratief en ruimtevullend, maar vormen wel een typerend aspect van deze gotische hoofdletters.

Jos Biemans

  • Hs. 135 L 4 / I, fol. 115v, eerste deel van een vierdelige koorbijbel, misschien vervaardigd in of voor het kruisherenklooster te Venlo, eerste kwart van de vijftiende eeuw (bladmaat 415 x 310 mm).