g

Is het misschien een grote middeleeuwse sierletter D of wellicht een beetje vreemde O? In combinatie met de twee volgende letters kan het niets anders zijn dan de G van ‘God’, uitgevoerd als sierletter. Als we even verder kijken op de tekstbladzijde vinden we precies dezelfde vorm terug bij de rode G van ‘Glorie’ in de zesde regel (zie de uitsnede). Deze vorm is niet ongebruikelijk en behoort tot de categorie van sierletters die als display-letter dienst deden. Natuurlijk moesten zulke letters leesbaar zijn, maar de makers konden er hun creativiteit in kwijt, zodat er heel wat verschillende vormen sierletters voorkomen in handschriften. Beschikten de kopiist en de boekschilder over een zekere vrijheid bij het produceren van sierletters, strikte regels golden bij het schrijven van boekschrift, het schrift waarin de teksten werden geschreven. Boekschrift – hier zien we een fraaie, professionele littera gothica textualis – was een formeel schrift dat aan diverse normen moest voldoen. Behalve naar de vorm van letters kunnen we kijken naar hun functie.

De functie van deze sierletter G is het begin van de vespers op een opvallende manier te markeren. We spreken daarom van een initiaal of beginletter, naar het Latijnse woord initium dat ‘begin’ betekent. Als we de bladzijde in haar geheel bekijken, zien we dat verschillende letters direct in het oog springen en nader onderzoek leert dat er sprake is van een hiërarchie tussen de diverse soorten. Bovenaan in de hiërarchie staat de gouden G van ‘God’, een trapje lager de rode D – met blauwe penwerkversiering – van ‘Die here’ (derde regel van onder). Dan volgen hiërarchisch weer iets lager de rode G van ‘Glorie’, de blauwe A van ‘Alst’ en de blauwe T van ‘Thent’, die onderling dezelfde status hebben. Al deze sierletters (=vorm) zijn initialen (=functie), die door hun verschillende uitvoering laten zien wat de structuur is van de tekst waarin zij voorkomen. De verdere geleding van de tekst bestaat uit hoofdletters of kapitalen die tot het textualis-boekschrift behoren en die – geschreven in de gewone, bruinzwarte schrijfinkt – met een rood streepje geaccentueerd zijn, dan wel geheel in rood zijn neergepend. Ze markeren een opschrift (‘Te vespertijt’ in r. 1 en ‘Dixit dominus domino meo’ in r. 11), een nieuwe zin (‘Here’, in r. 4) of het begin en einde van een slotwoord als ‘AmeN’. Dat ook de kapitaal na de grote sierletters met rood is aangezet, is een gewoonte en zorgt ervoor dat de overgang van grote versierde letter naar het kleinere gewone schrifttype enigszins geleidelijk aandoet (de O van ‘God’ en de I van ‘Die here’). Kortom, de structuur van de tekst wordt gevisualiseerd. Tegelijkertijd leveren het kleurgebruik, de decoratie, het goud en natuurlijk de schitterende miniaturen ook een belangrijke bijdrage aan het kostbaar maken van het boek. In kunsthistorische termen kan de initiaal G worden beschreven als een gouden, gedecoreerde initiaal op een veld van blauw en oudroze, of korter als een gouden gedecoreerde veldinitiaal.

Jos Biemans

  • Hs. 131 G 4, fol. 70r, Getijdenboek in het Middelnederlands, omstreeks 1470 vervaardigd in het oosten van Nederland (bladmaat: 170 x 135 mm).