k

De k in laatmiddeleeuws boekschrift is een beetje anders dan onze moderne k. Althans, als we de k schrijven zoals die er uitziet in het lettertype waarin deze columns worden gepresenteerd, of nog beter, zoals de schreefloze k in de verwijzing naar ‘andere letters in de tweewekelijkse column’ hiernaast. Voor wie op school geleerd heeft – en nog steeds gewend is – de k te schrijven met een klein lusje, vormt de middeleeuwse k geen enkel probleem. Hij lijkt immers sterk op de wat ouderwetse k in lopend en daardoor enigszins hellend koordschrift, waarbij de letters met behulp van op- en afhalen aan elkaar geschreven worden:

maar dan zonder een lus bovenaan de stok van de k (en de l), want het middeleeuwse voorbeeld behoort tot de littera textualis en daarin hebben stokletters geen lus bovenaan. Maar hoewel de middeleeuwse k en de koordschrift-k-met-lusje op elkaar lijken, de ductus, de beweging van de pen waardoor de letter wordt geconstrueerd, is totaal anders. De koordschrift-k met een lusje wordt in één doorgaande beweging van een spitse pen geschreven. De middeleeuwse k is het resultaat van schrijven met een brede pen en bestaat uit twee aparte delen. Eerst werd de verticale stok van de letter geschreven en daarna het ‘lusje’ en de poot daaronder. Heel normaal is dat het boogje dat tegen de stok aan staat en daarmee optisch een lus oplevert, samen met de poot eronder in onze ogen te hoog staat: de poot staat niet op de regel, maar blijft met zijn voetje net iets boven de regel hangen.

De geschiedenis van de k is ook bijzonder. De k vindt zijn oorsprong in de Semitische kaf en evolueerde tot de Griekse kappa (κ). In het Latijn werd de k-klank vrijwel uitsluitend geschreven met behulp van een c. In de Romaanse talen komt de k ook nauwelijks voor, in tegenstelling tot de c, die voor diverse klanken wordt gebruikt. In het Italiaans vinden we de c bijvoorbeeld voor de k-klank en voor de tsj-klank in het woord cappuccino. In de Middeleeuwen kwam de k terug ten koste van de c, vooral in Germaanse talen zoals het Middelnederlands. Daarvan getuigt ook de tekst in het handschrift waaraan de k voor deze column is ontleend.

Jos Biemans

  • Hs. 73 G 15, fol. 5v, een incompleet want zwaar beschadigd handschrift met Een nuttelijc boec den kerstenen menschen (het begin is waarschijnlijk bewaard gebleven als Hs. 73 G 27). Het handschrift werd in 1401 geschreven voor ‘Goedscalc de Volf’ en belandde later in een der nonnenkloosters te Weesp (bladmaat ca. 210 x 150 mm).