l

Wat te zeggen over de letter l? Niet veel meer dan een rechte verticale streep? Vaak wel, maar in dit geval is er meer te vertellen. De bovenkant van de l is in dit handschrift meestal gevorkt en de onderkant is enigszins ruitvormig, althans dat was de bedoeling want bij de voorbeeld-l is het ruitvormige einde niet helemaal gelukt (vergelijk andere, beter geslaagde voorbeelden in het detail van deze bladzijde). Van belang is verder dat deze stokletter geen lus heeft. Zouden de l en andere stokletters – zoals de b, h en k – wel lussen dragen, dan zou het schrift een littera gothica cursiva zijn. Dit schrift wordt immers gekenmerkt door het schrijven van een ‘enkele-a’, een l met een lus en een staande- of lange-s die door de schrijfregel heen naar beneden gaat (zie voor de cursiva de tekst bij de letter w in deze reeks). Een dergelijke a en s vinden we ook in het hier afgebeelde handschrift, maar de l heeft geen lus: die combinatie van kenmerken betekent dat het schrift een vorm van de littera gothica hybrida is. In de nomenclatuur van het laat-middeleeuwse boekschrift is de l dus bepalend voor het verschil tussen de hybrida en de cursiva.

De term ‘hybrida’ geeft al aan dat hier sprake is van een mengvorm. Zoals we al gezien hebben heeft de hybrida twee kenmerken gemeen met de cursiva, de enkele-a en de lange-s die door de schrijfregel heen gaat. Het derde kenmerk, een lusloze l, vinden we ook bij de littera gothica textualis. Dit schrift, waarvan in deze reeks over letters vele voorbeelden te vinden zijn, kent een dubbele-a, een lusloze l en een lange-s die keurig op de schrijfregel eindigt. De hybrida is een lettertype dat om diverse redenen beter leesbaar is dan de textualis en dit geldt zeker als we de hybrida vergelijken met een snel geschreven cursiva. Een bladzijde met tekst in textualis-boekschrift kan een nogal compact, zwart schriftbeeld opleveren waaruit men de woorden moet ‘loslezen’. Bij cursief schrift is het probleem meestal dat de afzonderlijke letters in het woordbeeld niet altijd goed herkenbaar zijn omdat de letters met elkaar verbonden zijn. Tekst in een hybrida is veel minder compact dan in een textualis en de letters van de hybrida zijn goed van elkaar te onderscheiden, zowel door hun vorm als door het feit dat ze elk afzonderlijk geschreven zijn. Daarnaast is een hybrida makkelijk en snel te schrijven, misschien niet zo snel als een cursiva waarbij de letters ook aan elkaar gerealiseerd worden, maar wel eenvoudiger dan een textualis.

Hoewel de hybrida al vóór 1400 moet zijn uitgevonden, werd dit lettertype pas rond 1420-1425 op ruime schaal in gebruik genomen als boekschrift. In onze streken werd de hybrida dankzij haar zichtbare kwaliteiten in korte tijd zeer populair.

Jos Biemans

  • Hs. 73 F 19, fol. 1r, Handschrift met Jacob van Maerlants Wapene Martijn en de Dietse doctrinale van Jan van Boendale. Dit handschrift, bestaande uit katernen van papier, werd in de tweede helft van de vijftiende eeuw vervaardigd in de Zuidelijke Nederlanden (bladmaat 270 x 190 mm).