per

De productie van een middeleeuws boek door een tekst naar een voorbeeld nauwkeurig met een ganzeveer over te schrijven op perkament vergde van een kopiist veel concentratie en inspanning. In de Middeleeuwen, zeg tussen 500 en 1500, werd aanvankelijk vrijwel uitsluitend Latijn geschreven; het te boek stellen van teksten in de verschillende volkstalen kwam pas gaandeweg op gang. Veel woorden in het Latijn worden verbogen want de taal kent naamvallen, zoals iedere fan van Jacques Brel weet: rosa, rosae, rosae, rosam, rosa, rosae, rosarum, rosis, rosas, rosis. De verbuigingen van heel veel woorden resulteren in identieke uitgangen: veel meervoudsvormen eindigen op -arum of -orum en -ibus. Ook veel werkwoordsvormen hebben identieke uitgangen, zoals op -mus, -tis, -nt, -mur, -mini, -ntu * enz. Daarnaast zijn er veel samengestelde woorden die beginnen met wat oorspronkelijk een  voorzetsel is, zoals *componere, confirmare, intervenire, perseverare, praestare, producere, substituere enz.

De hoge frequentie van deze uitgangen en van deze voorzetsels, los dan wel in samenstellingen, leidde ertoe dat men die elementen – en nog vele andere – verkort ging weergeven (bijna zoals men tegenwoordig van alles korter maakt in sms-jes). Er bestaan verschillende typen verkortingen of, zoals de vakterm luidt, abbreviaturen. Sommige daarvan stammen nog van vóór het begin van onze jaartelling, andere werden pas eeuwen later ingevoerd. Vooral voor wie beroepshalve teksten moest noteren, zoals zakelijke en juridische stukken, bleek het gebruik van abbreviaturen functioneel: het schrijven ging sneller en er was minder ruimte en dus minder papyrus of perkament nodig. Op den duur werden afkortingen toegepast in alle mogelijke Latijnse teksten en werden sommige abbreviaturen ook in volkstalige teksten gebruikt. Het lezen van middeleeuwse handschriften veronderstelt daarom zowel een actieve beheersing van het Latijn of van de middeleeuwse volkstalen als ook een goede kennis van de daarin voorkomende abbreviaturen. Gelukkig bestaan er naast gewone woordenboeken ook speciale woordenboeken van afkortingen, zoals het Dizionario di abbreviature latine ed italiane van Adriano Cappelli.

De voorzetsels prae, per en pro kennen elk hun eigen afkorting en laten en passant drie verschillende typen abbreviaturen zien. Voor pro werd een teken gebruikt dat was ontleend aan de tachygrafie, een soort snelschrift: een p met een krul vóór de staart van de letter. Prae of pre werd verkort door middel van een p met een liggend streepje boven de letter, per werd een p met een dwarsstreep door de staart van de letter. Bijgaande reproductie uit een handschrift waarin de tekst wemelt van de abbreviaturen, geeft een voorbeeld van zo’n afkorting: perfectus.

Jos Biemans

  • Hs. 76 F 8, fol. 1v, Origenes, Expositio super Cantica canticorum; het handschrift werd in de tweede helft van de twaalfde eeuw vervaardigd in Noord Frankrijk of in de Zuidelijke Nederlanden (bladmaat 268 x 150 mm).