r

Naast de rechte-r die wij als minuskel of kleine letter nog steeds gebruiken, bestond er lange tijd in minuskelschrift ook een ronde-r. Afgezien van het heel dun geschreven lijntje (een ‘haarlijntje’) aan de onderkant van de letter, lijkt de vorm van de ronde-r gewoonlijk enigszins op het moderne cijfer voor twee: 2. De ronde-r komt vooral voor na een o, zoals ook hier het geval is in het woord ‘ornament’. In andere gevallen is meestal de rechte-r gangbaar, zoals in het woord ‘ghereide’ in dezelfde regel en in vele andere woorden op de detailopname hierbij.

Waar komt de ronde-r vandaan? Zoals is uitgelegd bij de per-abbreviatuur hebben kopiisten bij het schrijven van Latijnse teksten de vele, vaak identieke verbuigingen aan het einde van woorden afgekort. De goede verstaander heeft immers aan een half woord al genoeg. Een uitgang die onnoemelijk vaak voorkomt in het Latijn is die op -orum, de meervoudsvorm van de genitief van mannelijke en onzijdige woorden van de tweede declinatie. Het spreekt haast vanzelf dat voor die relatief lange en veel voorkomende uitgang een verkorte vorm werd bedacht. Al in de laatantieke tijd, toen men nog alleen majuskels of grote letters schreef, ontstond de verbinding van de O en de R, waarbij de rechterhelft van de O en de linkerhelft van de R – of in elk geval de stok van de R – samenvallen. Zo’n combinatie is niet beschikbaar op het toetsenbord van een PC of in de set ‘symbolen’ van gebruikelijke digitale alfabetten, maar vergelijkbaar zijn verbindingen als o+e (œ/Œ, zoals in œuvre/Œuvre) en a+e (æ/Æ, zoals in athenæum/ATHENÆUM). Voor de verkorting van -ORUM werd de OR-verbinding gebruikt waarbij de staart van de R werd verlengd en van een schuine afbreekstreep voorzien.

Deze majuskel-abbreviatuur werd algemeen in het karolingische minuskelschrift en gaandeweg ontstond het misverstand dat de ronde-r niet een ‘halve’ r was maar een zelfstandige variant van de rechte-r. Wel bleef het lang de gewoonte om deze ronde-r alleen na een o te schrijven. Op den duur werd de ronde-r echter ook na andere letters gebruikt, in eerste instantie na letters die met een ronding eindigen (zoals de b, de ronde-d, de p), maar later ook na andere letters en zelfs aan het begin van woorden.

Jos Biemans

  • Hs. 76 E 5, f. 47v, met het begin van de Beatrijs, de beroemde legende over de gelijknamige non en de bescherming die Maria, de moeder van Christus, haar bood; de Middelnederlandse tekst dateert waarschijnlijk uit de dertiende eeuw, dit handschrift is van omstreeks 1374 (bladmaat 257 x 190 mm).