S

Gotische letters zijn moeilijk te lezen. Dat lijkt zo met de lezersogen van nu, maar vijftiende eeuwse lezers hadden er geen moeite mee. Daarbij zijn dit niet het soort letters waarmee Gutenberg de typografie op gang heeft gebracht, maar een ronde en open variant, de rotunda. De donkere textura kon het lezers lastig maken, zeker wanneer hun latijn niet goed was, met regels als rijen vertikale stroken. Daarmee vergeleken is dit een luchtig lettertype, dat aanvankelijk bezuiden de Alpen in gebruik was.

De drukker Gerard Leeu heeft deze letters waarschijnlijk uit Italië geïmporteerd. Vond hij deze mooier dan de lokale textura, of leesbaarder? Leeu is een drukker geweest met een bijzondere interesse in zijn vak. Hij is de eerste die boeken heeft uitgegeven in het Nederlands en zal zeker aandacht gegeven hebben aan het uiterlijk van zijn uitgaven.

De grote initialen zijn met de hand erbij geschilderd. Van de kleine letter s zijn er twee versies: de lange s (als een f zonder dwarsbalk) binnenin woorden en een korte s aan de eindes van woorden. Die korte s is nogal gesloten en heeft wat weg van een 8 – alweer in onze ogen. Arabische cijfers waren toen nog niet in gebruik en konden niet voor twijfel zorgen.

Na een jaar of zeven drukken in Gouda is Gerard Leeu naar Antwerpen verhuisd, waarschijnlijk omdat daar meer werk was. Hij is er in 1492 wat droevig aan zijn einde gekomen. Met een van zijn zetters heeft hij het aan de stok gekregen en die heeft hem gestoken met zijn els (een priem die werd gebruikt bij het zetten). Het is de vraag of dit een roemloos einde is of juist echt een einde voor een graficus. Het doet in elk geval niet af aan de rol van Leeu in de geschiedenis van de typografie.

Gerard Unger