s

Deze bijdrage gaat over een letter die wij niet meer kennen: de lange-s. Wij kennen de ‘krakeling-s’ en die gebruiken we in drukwerk als majuskel (grote letter of kapitaal: S) en als minuskel (kleine letter: s). Deze vorm maakt al ten minste sinds de eerste eeuw voor Christus deel uit van de antieke Latijnse kapitaalschriften die gebruikt werden voor formeel en goed verzorgd schrift, zowel op papyrus als in steen. Pas veel later is men in verzorgd schrift, zoals boekschrift, kleine letters gaan schrijven. Een schitterend voorbeeld daarvan is de karolingische minuskel die men gebruikte gedurende de cultuurhistorische bloeiperiode die naar Karel de Grote is vernoemd. Het gebruik van alleen kleine letters werkt echter niet goed.

Voor opschriften en voor letters die het begin van een tekst of een hoofdstuk moeten markeren, zijn letters nodig die zich door hun grootte en/of hun vorm onderscheiden van de kleine letters. De karolingers gebruikten daarvoor de al genoemde Latijnse kapitaalvormen, zoals de S. Als minuskel-s schreven zij niet de krakeling-s maar een lange-s (die uit informeel schrift stamt). Deze lange-s is eeuwenlang gebruikt op alle posities in een woord: aan het begin, binnen het woord en aan het einde daarvan (zie de afbeeldingen bij de handgeschreven a in deze reeks). Gaandeweg is daarnaast de krakeling-s als kleine letter het formele schrift binnengeslopen, aanvankelijk vooral aan het einde van woorden. Uiteindelijk heeft zij de lange-s geheel verdrongen. Het langst is de lange-s gebruikt in het Duitse Frakturschrift dat pas tijdens de Tweede Wereldoorlog werd afgeschaft.

Net als in de kunst of in de mode kent schrift chronologische en geografische ontwikkelingen. Een voorbeeld daarvan is een type dat zich in de Late Middeleeuwen in het Bourgondische rijk ontwikkelde tot een luxueus, want zeer gestileerd en daardoor goed herkenbaar schrift: de* lettre bourguignonne*. Dit lettertype komen we vooral in de vijftiende eeuw tegen in Frankrijk, in de Zuidelijke Nederlanden én in Engeland. Tot de meest opvallende letters daarvan behoort de lange-s. Deze ‘bourgondische-s’ heeft een tamelijk zware, brede schacht en loopt uit in een zeer spitse staart die tot onder de schrijflijn doorloopt. Als je op een bladzijde alleen naar deze s kijkt, lijken het wel zwarte vogels die op een hoogspanningskabel zitten.

Jos Biemans

  • Hs. 76 F 2, fol. 143v, Frans/Latijns Getijdenboek van Filips de Goede van Bourgondië (1419-1467), voor hem tussen 1450 en 1460 door Jean Miélot vervaardigd en verlucht met grisailles door Jean le Tavernier en zijn atelier te Oudenaarde (bladmaat 268 x 187 mm).