v

Een ‘fantasie-letter’, zo zou je de hier afgebeelde letter – een V – kunnen noemen. Want wat de vorm betreft is hij ‘hors système’, dat wil zeggen dat hij niet behoort tot een van de laatmiddeleeuwse boekschriften. De tekst van dit handschrift is geschreven in een variant op de littera gothica textualis, de meest gangbare boekletter uit de periode 1200-1600. Bekijk op de detailopname van deze bladzijde de ductus of de loop van de pen van de kleine v (middelste kolom, regel 2, regel 4 (3x) enz.) en die van de hoofdletter V (rechter kolom, aan het begin van de regels 7 en 11). Deze textualis-letters laten weliswaar varianten zien, maar duidelijk is, dat zij meestal gevormd worden vanuit een dun bovenlijntje dat kort naar links en dan breed naar beneden wordt getrokken; daarna volgt de kortere poot van de v/V, die bovenaan breed begint en onderaan puntig eindigt tegen de eerste poot van de letter. De fantasie-V in de eerste regel van de middelste tekstkolom begint echter met een dunne ophaal van beneden naar boven, gevolgd door een brede neerhaal, waarna een half zo dikke neerhaal de letter completeert.

Behalve naar de vorm van een letter kunnen we ook kijken naar de functie van een letter. De kleine v behoort tot de textualis en kan een tekstletter genoemd worden. De kapitalen, zoals de V, markeren in deze berijmde tekst het begin van de versregels en springen daarom enigszins uit naar links. Een initiaal accentueert het begin van een boek, hoofdstuk of kapittel. Een voorbeeld op deze bladzijde is de rode A, vergezeld van blauw penwerk, aan het begin van kapittel 20. Eigenlijk heeft de fantasie-V geen enkele functie en hetzelfde geldt voor de fantasie-D aan het begin van de rechter kolom. Het is geen kapitaal en ook geen initiaal, hooguit een ‘kolominitiaal’. Hij markeert wat we toch al zien, nl. het begin van een nieuwe tekstkolom. De beschikbare ruimte in de bovenmarge is de enige aanleiding geweest voor de kopiist om de kapitaal in de bovenste regel van de kolommen groter uit te voeren (althans: meestal) en ‘op te leuken’ met wat versiering. Binnen de ophaal van de letter en de eerste poot van de V tekende hij het gehelmde hoofd van een soldaat of ridder en in het oog van de V bracht hij een decoratie aan met wat we bij gebrek aan een betere term ‘kiemblaadjes’ noemen (wegens de overeenkomst met de eerste bladsteeltjes die uit zaad ontspruiten).

Jos Biemans

  • Hs. KA 20, (bruikleen Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen), fol. 255r. Dit handschrift met Jacob van Maerlants Spiegel historiael werd omstreeks 1325 vervaardigd in Oost-Vlaanderen, mogelijk in Gent (bladmaat 320 x 233 mm).