X

Hoe x-achtig kan een x zijn? Als het mogelijk zou zijn het woord exact te schrijven als x-act (waarom eigenlijk niet?) dan zou dat de passende aanduiding zijn bij deze x van de Italiaanse typograaf Giambattista Bodoni (1740-1813). Het snijden van letters was in de handen van Bodoni en zijn Franse collega Firmin Didot (1764-1836) een wedstrijd geworden in het maken van pronkzuchtige lettervormen, kort voor 1800, waarbij de belangen van de lezers op de achtergrond waren geraakt. Deze x en alle overige letters met hetzelfde karakter zijn de hele negentiende eeuw en zelfs tot een eind in de twintigste eeuw gebruikt in vele variaties, maar allemaal met dezelfde scherpte en met een hoog contrast tussen hele dunne en dikke delen.

Zetters, drukkers en lezers hebben die hele negentiende eeuw geklaagd dat er moeilijk mee te werken was en dat ze bij het lezen hinderden. Voor lezen is het hoe dan ook niet het makkelijkste model, maar bij het zetten konden de dunne delen al makkelijk breken en wanneer er op de pers druk op kwam te staan dan leden de letters nog meer schade. Zo kregen de lezers een dubbele portie leeshinder voorgeschoteld.

Dit model (door de Fransen ‘Didones’ genoemd naar de familie Didot en in het Nederlands aangeduid als Didot-Bodoni-achtigen) is onder letterontwerpers de laatste tien à vijftien niet heel geliefd. Van de vele nieuwe letterontwerpen die er jaarlijks verschijnen zijn er maar een paar van deze categorie – en dan zijn het meestal letters voor gebruik op groot formaat en niet voor tekst. Voor lezen van schermen zijn ze niet geschikt.

Toch is dit een mooie x – veel x-achtiger kun je deze lettervorm niet maken en het uiterlijk past perfect bij de uitspraak ervan: ‘iks’. Dat kan beter: ‘ickx’ (een naam in België, onder andere van een befaamde autocoureur). Nog één poging: ‘x . . .’

Gerard Unger