x

De letter x is een van de minder vaak gebruikte letters van het alfabet, in dat opzicht is het geen letter met X-factor. Maar het is wel een even simpele als mooie letter, die gebruikt wordt voor het grafisch weergeven van een bijzondere klankcombinatie: een keelklank (gutturaal) gevolgd door een tandklank (dentaal): ks. Zoals iedereen kan horen, komt deze klank zowel aan het begin en het einde van een woord voor als binnen een woord: xylofoon, extra, sex. Het laatste woord kan ook als seks geschreven worden. We zouden een woord als niks dus ook als nix kunnen schrijven, zoals de voormalige vernieuwingsbeweging vanuit de PvdA deed: ‘Niet nix’. Ook in de Middeleeuwen werd de x voor deze klankcombinatie gebruikt: Des coninx summe, een coninxkint enz.

De x is niet alleen een letter, maar heeft – net als enkele andere letters – ook andere functies en dus betekenissen, bijvoorbeeld als het Romeinse cijfer 10. Dat zien we hier, in combinatie met de l voor het cijfer 50 en de lange, naar onderen doorgetrokken i voor 1; samen leveren deze letters het Romeinse getal LXI op, in Arabische cijfers: 61. Tegenwoordig schrijven we Romeinse cijfers gewoonlijk met kapitalen, in de Middeleeuwen werden daarvoor ook kleine letters gebruikt, in dit geval kleine cursiven: lxi. Dit handschrift bevat de Middelhoogduitse ridderroman Willehalm von Orlens van de Duitse dichter Rudolf von Ems (eerste helft 13de eeuw), dat wil zeggen, hij was de vertaler en bewerker van een niet bewaard gebleven Franse tekst. Het cijfer in de bovenmarge geeft aan dat op deze bladzijde hoofdstuk 61 daarvan begint: ‘Also her Wilhelm den konig von yspanien nyder stach’ (hoe heer Willem de koning van Spanje neerstak).

Het schrift, een forse maar vlot neergeschreven littera cursiva, past uitstekend bij de illustraties in dit handschrift. De pentekeningen getuigen van een vaardige en snelle tekenhand en zouden enigszins grof genoemd kunnen worden. De achtergrond is meestal heel summier aangeduid, van detaillering is nauwelijks sprake, alleen de hoofdzaken zijn weergegeven (waar is de voorkant van het achterste paard, kan die geheel schuilgaan achter het voorste paard? ). Door de kunst van het weglaten winnen ze anderzijds weer aan expressie. Voor de inkleuring geldt hetzelfde. Dit type handschriften, meestal samengesteld uit bladen van papier, met dergelijke teksten en illustraties werd gedurende enkele tientallen jaren tijdens de vijftiende eeuw vervaardigd in de Elzas. Het atelier van Diebold Lauber in Hagenau stond bekend als de plek waar je voor zulke handschriften moest zijn.

Ondanks hun eenvoudige, bijna slordige karakter, stammen toch heel wat van zulke boeken uit adellijk bezit. Dit handschrift was waarschijnlijk eigendom van Catharina van Oostenrijk (1420-1493), echtgenote van Karel I van Baden. Haar dochter Zimborg van Baden, gehuwd met Engelbert II van Nassau, werd de volgende eigenaar. Via hen belandde het boek in de stadhouderlijke bibliotheek.

Jos Biemans

  • Hs. 76 E 1, fol. 188r, een bladzijde in een handschrift met de Willehalm von Orlens. Het handschrift werd rond het midden van de vijftiende eeuw vervaardigd in de Elzas (bladmaat 285 x 212 mm).