Gijsbreght van Aemstel

Ter gelegenheid van de opening van de nieuwe schouwburg te Amsterdam in 1637 schreef Joost van den Vondel, die in de negentiende eeuw graag als 'Nederlandse Shakespeare' werd aangeduid, zijn Gijsbreght van Aemstel. Het stuk, dat geïnspireerd is door Vergilius' epos over de ondergang van Troje, geeft een beeld van de verwoesting van Amsterdam in 1302, een gevolg van de twisten die uitbraken na de moord op graaf Floris V. Omdat in het stuk de katholieke religie een prominente rol vervult - er vindt zelfs een mis in plaats - wisten de predikanten de eerste opvoering die in de kersttijd was gepland, uitgesteld te krijgen tot 3 januari 1638. Sinds 1641 wordt het stuk als nieuwjaarsspel in de Amsterdamse schouwburg opgevoerd, een traditie die zich - met enige onderbrekingen - tot op heden heeft weten te handhaven. Mede daardoor is de Gijsbreght Vondels meest bekende en herdrukte toneelstuk geworden.

Een bijzondere editie verscheen tussen 1894 en 1901 in losse afleveringen bij de gerenommeerde Haarlemse uitgeverij De Erven F. Bohn. De eerste plannen daarvoor werden eind 1890 gemaakt. De uitgever J.K. Tadema zou proberen zijn neef Laurens Alma Tadema een titelplaat te laten vervaardigen en naast de afbeeldingen van de decors van H.P. Berlage zouden door A. Reyding illustraties bij de eigenlijke tekst worden gemaakt. De schilder bedankte echter voor de eer en Reyding bleek naar de mening van de coördinator van het project, L. Simons, onvoldoende in staat de katholieke sfeer in het werk te treffen. Na een mislukt avontuur met G.H. Breitner nam uiteindelijk A.J. Derkinderen (1859-1925) het werk op zich. Dat hij hiervoor de aangewezen persoon was, had hij onder meer bewezen met de zogenaamde Eerste Bossche wandschildering waaraan hij van 1889-1892 had gewerkt. Uit het omvangrijke, in de Leidse universiteitsbibliotheek bewaarde, archief van de uitgeverij, blijkt overduidelijk dat Derkinderens rol zich niet beperkt heeft tot het aanleveren van de talloze litho's voor de illustraties; in feite nam hij de complete typografische verzorging voor zijn rekening. Hoewel inmiddels duidelijk is dat deze uitgave van de Gijsbreght lange tijd ten onrechte bestempeld is als het eerste voorbeeld van wat wel de 'Renaissance van de Nederlandse boekkunst' wordt genoemd, is het wel het eerste grote werk waaraan een aantal belangrijke vernieuwers van de Nederlandse boekkunst als collectief heeft gewerkt.

Gysbreght van Aemstel. D'ondergang van syn stad en syn ballingschap. Treurspel / Joost van den Vondel. Inleiding van L. Simons. Tooneeldecoratie-ontwerpen van H.P. Berlage. Haarlem [1894-1901]. 2º, 2 dln. 43 A 12-13, dl. 1, p. [65]

Gysbreght van Aemstel.D'ondergang van syn stad en syn ballingschap. Treurspel / Joost van den Vondel. Inleiding van L. Simons. Tooneeldecoratie-ontwerpen van H.P. Berlage. Haarlem [1894-1901]. 2º, 2 dln. 43 A 12-13, dl. 1, p. [65]

Literatuur

E. Braches, 'Over Derkinderen's Gijsbreght van Aemstel', in: Open 3 (1971), p. 3-16.