Jan Huygen van Linschoten, Itinerario

Het beroemde boek van Jan Huygen van Linschoten uit 1596 over zijn reizen naar Portugal en Indonesië, deels gebaseerd op informatie die hij stal van de Portugezen. Het boek gaf zo veel details dat Hollandse zeelieden een enorme sprong maakten in hun kennis van de zeeroutes naar het oosten. De Gouden Eeuw was het gevolg.

Itinerario, voyage ofte schipvaert, naer Oost ofte Portugaels Indien inhoudende een corte beschryvinghe der selver landen ende zee-custen. Jan Huygen van Linschoten. - Amstelredam, Cornelis Claesz, 1596. 2º. 1702 B 4, titelpagina

Itinerario, voyage ofte schipvaert, naer Oost ofte Portugaels Indien inhoudende een corte beschryvinghe der selver landen ende zee-custen. Jan Huygen van Linschoten. - Amstelredam, Cornelis Claesz, 1596. 2º. 1702 B 4, titelpagina

Hoe het Itinerario tot stand kwam

Op 5 oktober 1579 vertrok Jan Huygen van Linschoten (1563-1611) naar Spanje om zich daar te bekwamen in de koopmanskunst. De commerciële ambities van de avontuurlijk ingestelde Haarlemse notariszoon reikten echter veel verder dan de grenzen van het Iberisch schiereiland. In zijn jacht naar fortuin verwierf hij het vertrouwen van de aartsbisschop van Goa, waardoor hij als eerste Nederlander inzicht kon krijgen in het enorme koloniale rijk dat Portugal in het Verre Oosten had opgebouwd.

Teruggekeerd in Nederland verkocht Van Linschoten het verhaal van zijn reis naar Indonesië aan de Amsterdamse uitgever Cornelis Claesz die het in 1596 in een prachtig met kaarten en prenten geïllustreerd boek publiceerde. Het Itinerario is niet alleen een reisverhaal: naast het relaas van de omzwervingen van de auteur op de Azoren, in Portugal en Indonesië zijn in het boek ook twee andere werken van Van Linschoten over de stuurmanskunst opgenomen: de Beschryvinghe van de gantsche custe van Guinea en het Reys-gheschrift vande navigatien der Portugaloysers in Orienten.

Het itinerario baande de weg voor Nederlandse kooplui

De betekenis van dit eerste Nederlandse overzichtswerk over Indië ligt in de waardevolle zeilaanwijzingen waarop Van Linschoten de hand had weten te leggen: informatie die alleen in de geheime Portugese bestuursarchieven te vinden was en die hij blad voor blad had gekopieerd. Hij maakte daarbij misbruik van het vertrouwen dat in hem was gesteld.

Zo kwam in één keer de door de Nederlanders zeer gezochte zeeroute naar Indië en tussen de Aziatische zeehavens onderling binnen handbereik, te meer omdat Van Linschoten ook in het bezit was gekomen van zeer delicate nautische gegevens over de stromingen, dieptes, eilanden en zandbanken. Dat was kennis die voor een veilige navigatie absoluut noodzakelijk was. Alles werd bovendien verduidelijkt met kustprofielen en kaarten die voor die tijd ongekend nauwkeurig waren.

De Republiek sticht een handelsrijk in het oosten

Door onderzoek, studie en oefening hadden de Nederlandse stuurlieden zich op de grote vaart naar het Verre Oosten voorbereid. Al vanaf 1580 waren er verschillende buitenlandse handboeken in vertaling beschikbaar gekomen waarin de navigatietechniek op de oceaanvaart tot in details werd uitgelegd. Ook cartografisch waren de horizonten verruimd. In een tijdsbestek van nauwelijks tien jaar werd het nautisch domein van de Nederlandse stuurman geperfectioneerd en uitgebreid tot de Middellandse Zee en het gehele gebied tussen de Canarische eilanden en Rusland. De publicatie van het Itinerario in 1596 voegde aan de keten van het onderzoek naar de vaar- en handelsroutes naar de Indonesische Archipel de ontbrekende schakel toe. Een handelsrijk overzee was het directe gevolg.

Literatuur

C.A. Davids. Zeewezen en wetenschap. De wetenschap en de ontwikkeling van de navigatietechniek in Nederland tussen 1585 en 1815. Amsterdam 1986
G.G. Schilder. Monumenta Cartographica Neerlandica. Dl. 1. Alphen aan den Rijn 1986, p. 22-24.