Joost van den Vondel, Gebroeders

Joost van den Vondel is zonder twijfel de grootste Nederlandse dichter en toneelschrijver van de zeventiende eeuw. Beroemde toneelstukken van hem hebben tot in de twintigste eeuw repertoire gehouden. Zijn Gijsbreght van Aemstel is een respectabele reeks uitgaven te beurt gevallen. Handschriften van onze ‘prins der dichters’ zijn schaars. Het Vondelmuseum in de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam bezit losse gedichten in handschrift, maar 's dichters complete schriftelijke nalatenschap is niet bewaard gebleven. Des te uitzonderlijker is dan ook het hier afgebeelde exemplaar van de eerste druk van een toneelstuk van Vondel waarin de meester eigenhandig regie-aanwijzingen en de rolverdeling heeft genoteerd.

In het toneelseizoen 1640-1641 is Joost van den Vondel de absolute topauteur van de Amsterdamse schouwburg. Vanaf kerstmis 1640 gaan er maar liefst drie stukken van hem in première. Na de stukken Jozef in Dothan en Jozef in Egypte, die samen met een al eerder opgevoerd stuk Sofompaneas (naar een Latijns toneelstuk van Hugo de Groot) de zogenaamde Jozef-trilogie gaan vormen, wordt op 8 april 1641 voor het eerst de Gebroeders gespeeld. Vondel was in die tijd aan de schouwburg verbonden in een functie die wij nu artistiek directeur of regisseur zouden noemen. Hij bepaalde het repertoire, regelde de rolverdeling en maakte ontwerpen voor enscenering en aankleding. Voor zijn stuk Gebroeders noteerde hij in een gedrukt exemplaar achter de namen van de ‘personagien’: Abjathar: Harman van Ilt; Rey: Triael; David: Jan Lemmers; Levyten: Adam Carels; Gabaonners: Thomas de Keyser; Benajas: Triael; Rispe: Jisaac Verbiest; Michol: Jacobus de Ville; Gebroeders: Jan Meerhuysen; Mephiboseth: Isaac Vos. Vondel voegde aan de lijst een personage toe: Joab te spelen door Jan Baptist. Ook noteerde hij de zangers: Barend van Hoorn, Jacob Willemsz, Jan Nooseman en Jelis Nooseman. Triael Parkar kreeg een dubbelrol. Zijn naam, die eerst genoteerd stond achter Mephiboseth, kwam nu achter de Rey en achter Benajas. De spelers Frans Schuijlings en Paulus Pierson werden gepasseerd. Hun namen zijn doorgehaald. De veranderingen in de rolbezetting kunnen aangebracht zijn nadat Vondel in 1640 kennis had gemaakt met enkele getalenteerde jonge toneelspelers: Jan Baptist van Fornenbergh, Triael Parkar en Gillis Noosemans. Deze drie werden de leidinggevende compagnons van een toneelgezelschap dat in de tweede helft van de zeventiende eeuw overal in Europa triomfen vierde.

Gebroeders. Treurspel. Joost van den Vondel. - t'Amsterdam, by Dominicus vander Stichel, voor Abraham de Wees, 1640. 4º. 392 H 28, fol. 6v-7r

Gebroeders. Treurspel.Joost van den Vondel. - t'Amsterdam, by Dominicus vander Stichel, voor Abraham de Wees, 1640. 4º. 392 H 28, fol. 6v-7r

Literatuur

Ben Albach. Langs kermissen en hoven. Ontstaan en kroniek van een Nederlands toneelgezelschap in de 17de eeuw. Zutphen 1977, p. 42-46, afb. na p. 48.