Statenbijbel

Geen ander boek heeft zo veel invloed op onze taal en onze cultuur gehad als de Statenbijbel uit 1637.

Biblia, dat is: De gantsche H. Schrifture, vervattende alle de Canonijcke Boecken des Ouden en des Nieuwen Testaments Tot Leyden, gedruckt bij Paulus Aertsz van Ravensteyn, [1637]. 2º. 2112 A 1-2, dl. 1, fol. 27v

Biblia, dat is: De gantsche H. Schrifture, vervattende alle de Canonijcke Boecken des Ouden en des Nieuwen Testaments Tot Leyden, gedruckt bij Paulus Aertsz van Ravensteyn, [1637]. 2º. 2112 A 1-2, dl. 1, fol. 27v

Ontstaansgeschiedenis van de Statenbijbel

Na lange discussies over principiële, praktische en procedurele zaken, nam de Nationale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk in 1618 het besluit dat er een nieuwe vertaling van de Bijbel moest komen. Er zouden kanttekeningen worden toegevoegd die onder meer duistere plaatsen moesten verklaren, maar er werden geen opmerkingen van dogmatische aard toegelaten. In de boekhandel ontstond meteen grote onrust. Men richtte een verzoek aan de Staten Generaal niet te snel te zijn, want dan zou men met meer dan 80.000 nog niet verkochte en na de nieuwe vertaling onverkoopbaar geworden bijbels blijven zitten. Deze onrust was rijkelijk voorbarig, want het duurde tot oktober 1635 voordat de vertaling geheel voltooid, herzien en goedgekeurd was.

De drukkers van de Statenbijbel

Al eerder waren er regelingen voor het drukken getroffen, dat in het voorjaar van 1635 was begonnen met de toen reeds goedgekeurde delen. Het drukken vond in Leiden plaats onder de ogen van de vertalers, die ook de proeven corrigeerden. De Amsterdamse drukker Paulus Aertsz van Ravesteyn werd voor dit werk aangetrokken, die daarvoor in Leiden een drukkerij inrichtte. De verkoop zou worden verzorgd door de officiële drukker van de Staten Generaal, Machtelt Aelbrechts, de weduwe van Hillebrant Jacobsz van Wouw. In de zomer van 1637 was de druk voltooid.

Het was een dikke foliant geworden, die meestal in twee delen gebonden is. De verkleinde foto hierboven geeft een indruk van het resultaat: tekst, kanttekeningen, en aan het begin van ieder bijbelboek een samenvatting en een versierde initiaal waarin vaak de afbeelding van een bijbelse persoon wiens naam begint met de letter in kwestie (hier David). De werkelijke zetspiegel is 20 x 33,5 cm.

De Statenbijbel en het Nederlands

'De Statenvertaling' droeg sterk bij aan het standaardiseren van het geschreven Nederlands. De vertalers en redacteuren werden met opzet uit verschillende provincies gekozen, omdat de vertaling overal ingang moest vinden. Voor ze begonnen maakten ze afspraken over zinsbouw, woordvormen en spelling. Gezegden uit de 'Statenbijbel' en uitspraken ontleend aan Bijbelse personen, plaatsen en gebeurtenissen doorspekken nog steeds de Nederlandse taal. De voorbeelden zijn legio. Denk maar aan uitdrukkingen als 'een Babylonische spraakverwarring', 'in goede aarde vallen' of 'beter een goede buur dan een verre vriend'.

Hoewel de 'Statenbijbel' een begrijpelijke Nederlandse vertaling moest opleveren was de opdracht aan de vertalers óók om zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke grondtalen (Grieks, Hebreeuws) te blijven. Daardoor zijn er veel Hebreeuwse, Griekse en ook Duitse (uit de Luthervertaling) taalkenmerken in de Statenvertaling terechtgekomen.

Statenbijbels in de KB

De Koninklijke Bibliotheek heeft twee exemplaren. Het hier getoonde exemplaar is op het eind van de negentiende eeuw opnieuw gebonden in een pseudo-oude band en in goud gestempeld met een niet geïdentificeerd wapen. Er is een serie van een paar honderd grote gravures mee gebonden die de titel heeft: 'Figures de la Bible. A La Haye, chez Pierre de Hondt, 1728'.

Literatuur

C.C. de Bruin. De Statenbijbel en zijn voorgangers. Leiden 1937
H. de la Fontaine Verwey, 'De Nederlandse drukkers en de bijbel', in: H. de la Fontaine Verwey. Uit de wereld van het boek II. Drukkers, liefhebbers en piraten in de zeventiende eeuw. Amsterdam 1976, p.77-102.