Asta-theater programmaboeken

In 2010 wist de Koninklijke Bibliotheek twee zeldzame jaarprogramma’s van de Haagse bioscoop Asta te verwerven. U kunt de beide jaarprogramma's hier van voor tot achter doorbladeren.

Op deze pagina vindt u een algemene inleiding. Er zijn twee jaarprogramma's. Het jaarprogramma voor het jaar 1926-1927 kunt u bekijken door te klikken op de link in dit plaatje:

Het jaarprogramma voor het jaar 1927-1928 kunt u bekijken door te klikken op de link in dit plaatje:

Het Asta-theater

De bouw van het Asta-theater in Den Haag, dat op eerste kerstdag 1921 zijn deuren opende, was een prestigeproject. Voor Haagse begrippen was het met zijn 1200 zitplaatsen een kolossale bioscoop. Maar niet alleen de omvang, ook ontwerp en inrichting van de hand van architect J. van der Weele en kunstenaar Chris Lebeau waren prestigieus. De oplevering was niet zonder slag of stoot verlopen, maar op 24 december 1921 kon Het vaderland toch berichten: “Overal kan het oog met rustig welgevallen rondwaren. … Aan loges, promenoir en zitplaatsen is uiterste zorg besteed, maar alles blijft in één voornamen toon. Er zit cachet in dit theater. … De gevel laat den voorbijganger geen twijfel: hier heeft een Bioskop zijn zetel gevestigd.”

En een dag later bevestigde de krant nog eens: “De schouwburg deed het in zijn avondgewaad van heerlijk licht en vroolijke menschen prachtig. … Inderdaad, het Asta-theater is een fijn, kunstzinnig paleis voor het Lichtspel.”

Een chique, maar ook moderne bioscoop voor liefhebbers van de betere films, zo afficheerde het Asta-theater zich. Het was één van de drie Nederlandse bioscopen die gelieerd waren aan het toonaangevende Duitse UFA-concern. Het Asta-theater was overigens vernoemd naar de grootste Europese filmster van dat moment, Asta Nielsen, die in Nederland mateloos populair was. Haar toneeloptredens in de Haagse dierentuin in 1920, waar ze werd geflankeerd door Nederlandse acteurs, waren *mega events *geweest.

Bioscoopprogramma’s

Chique én modern was ook de manier waarop het Asta-theater haar programma’s onder de aandacht bracht. Natuurlijk moest er reclame voor de films gemaakt worden. Naast de gebruikelijke krantenadvertenties liet de directie daarom vanaf januari 1925 een eigen weekblad verschijnen, Asta film nieuws, waarop men zich voor 1 gulden per jaar kon abonneren. Bioscopen in enkele andere grote steden kenden ook zulke weekprogramma’s, waarin reclame gemaakt werd voor de vertoonde films. Het is vaak mooi drukwerk, met naast de filmbesprekingen veel illustraties en foto’s en biografietjes van de filmsterren.

Veel uitzonderlijker echter waren de jaarprogramma’s die het Asta-theater uitbracht. Productiemaatschappijen hadden wel de gewoonte om distributiecatalogi of jaarboeken van hun fonds te publiceren, maar die waren niet zozeer op het publiek als wel op de bioscoopondernemers gericht. Dat een filmvertoner zelf jaarprogramma’s publiceerde om publiek naar zijn bisocoop te trekken, daarvan zijn in deze vorm geen andere voorbeelden bekend. Het eerste jaarprogramma beslaat het seizoen 1926-1927, het tweede het seizoen 1927-1928. De enig bekende exemplaren bevinden zich in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Het is niet duidelijk of er in latere jaren nog meer van zulke programma’s zijn verschenen.

De Asta-jaarprogramma’s

De jaarprogramma’s bieden een prachtig overzicht van de films die het Asta-theater in de loop van een jaar zou gaan vertonen, maar zijn ook boeiende staaltjes van voor die tijd moderne reclamevormgeving. Er wordt lustig geëxperimenteerd met kleuren, vormen en lettertypes. Tekeningen, portretfoto’s en filmbeelden wisselen elkaar af. Hier en daar wordt zelf gebruik gemaakt van ‘kleurenfoto’s’. Voor belangrijke films worden meerdere pagina’s ingeruimd. De opmaak per pagina is sterk afhankelijk van het karakter van de film. Sensatie gaat met veel rood en heftige lettertypes gepaard, romantiek wordt geassocieerd met een rustiger, klassieker beeld. In het tweede jaarprogramma loopt de opmaak soms breed over beide bladzijden. De tekst van de aanprijzingen vertoont weinig terughoudendheid: termen als ‘meesterwerk’, ‘beeldschoon’, ‘machtige filmkunst’, ‘wereldberoemd’ zijn niet van de lucht.

De films

De belangrijkste film die in deze jaren in premiere ging, was ongetwijfeld Metropolis van Fritz Lang. Het jaarprogramma besteedde er maar liefst vijf pagina’s aan. Veel aandacht ging ook uit naar de verfilming van Faust in de regie van F.W. Murnau, naar Casanova’s liefdesavonturen en naar Michaël Strogoff, de Koerier van den Tsaar. Maar ook kleinere producties worden met veel verve aangekondigd. Naast de speelfilms die in Asta draaiden, vertoonde de bioscoop ook documentaire-achtige rolprenten, zoals Jacht op wilde dieren in Abessinië,* Olympiade 1928* en Valsche schaamte (over geslachtsziekten). Ook onderdelen van het bijprogramma worden al kort gesignaleerd, bijvoorbeeld de tekenfilm Felix de kat.

Dankzij de historische krantensite van de Koninklijke Bibliotheek (http://kranten.kb.nl) valt goed na te gaan dat de films die in de jaarprogramma’s werden gepresenteerd, ook echt vertoond werden. Zo draaide met kerstmis 1926 de familiefilm *Droomkoninkje *naar het boek van Herman Heijermans, die al was aangekondigd als ‘de groote Hollandsche filmgebeurtenis van dit seizoen’. De teksten in de filmadvertenties komen soms letterlijk overeen met die in de jaarprogramma’s.

*Met dank aan het Eye Film Instituut Nederland (www.eyefilm.nl)

Titelregister

Namenregister