Lijsje Jans haar kous ley aan duygen

Een medische pamflettenstrijd in Amsterdam

In de nacht van 1 op 2 februari 1677 wordt de Amsterdamse vroedvrouw Stijntje Hendricx ontboden om de achtentwintigjarige weduwe Lijsbeth Jans van Ravesway bij te staan bij haar bevalling. Stijntje onderzoekt Lijsbeth en stelt vast dat ze 'een seer onbequaem lichaem' heeft om te kunnen baren. Ook heeft ze een 'sware ende ongemeene brant aen haer lichaem.' Stijntje blijft de hele nacht, maar als het de volgende dag rond het middaguur nog steeds niet wil vlotten, laat ze haar collega Elisabeth Wendels komen. Deze zal later verklaren dat Lijsbeth `een seer vuyle stanck by haer had, ende groene matery aen de doecken quam die sy onder haer Lijf gebruyckte'. Na drie dagen zien de beide vroedvrouwen er geen heil meer in en ze besluiten Frederik Ruysch, de 'stads-vroetdoctor' en Andries Boekelman, de 'stads-vroetmeester' erbij te halen.

Ruysch en Boekelman arriveren op donderdag 4 februari rond 1 uur. De beproeving van Lijsbeth Jans duurt dan al vanaf maandag. Het is duidelijk dat het kind dood is, en ook voor het leven van de moeder wordt nu gevreesd. Ruysch beschrijft dat zij de vrouw 'seer swack en afgemat bevonden, met een schrickelijcke ontsteeckinge, en beginnende verstervinge dier deelen, waer door 't kindt passeren moeste, die daer door oock soo verdickt, verhart, en verengt waren, dat deselve tot het baren gants onbequaem geworden zijn.' Boekelman slaagt er desondanks in haar snel van het dode kind te verlossen. De baby blijkt zo enorm groot te zijn, dat men het lijkje met gebogen hoofd en de knieën omhoog in het kistje moet leggen.

Wanneer Ruysch en Boekelman, zoals gebruikelijk, nog eens op bezoek gaan bij de kraamvrouw om te zien hoe het met haar is, krijgen ze te horen dat Lijsbeth naar het gasthuis is gebracht. Hoewel ze naar eigen zeggen nogal worden tegengewerkt, slagen Ruysch en Boekelman er tenslotte in om toegang te krijgen tot Lijsbeth Jans, in het 'vrouwenverbanthuys'. Daar treffen zij Abraham Hondekoeter en Daniel Florianus, gasthuis-meesters, en Dr. Dortmont, gasthuis-doctor. Wanneer Lijsbeth Jans in aanwezigheid van al deze heren wordt onderzocht, constateert men niet alleen een scheur in het perineum - iets dat vaak voorkomt bij zware bevallingen - maar ook een scheur in de endeldarm, zodat 'de darm-vuyligheyt door de teel-leden' vloeit. Daarbij is er 'een superficiele gangrena aen het uyterste van de vulva' en van haar hele onderlijf is het vel afgestroopt.

Lijsbeth Jans zal tot 19 april in het gasthuis blijven, maar genezen is ze dan niet. In juni verklaart een vroedvrouw, na haar te hebben onderzocht 'dat het achterste van de Scheede van de Lijf-moeder soodanigh is begroeyt, dat sy [...] de mont van de Baer-moeder niet kon genaecken [...] soo dat te vreesen staet, dat de voorschreve Lijsbeth Ians haer maentelijcke suyvering, niet door de ordinary partyen sal kunnen krijgen.' Volgens Dortmont heeft Boekelman de scheuren veroorzaakt door bij de verlossing gebruik te maken van een 'schroefinstrument'. Waarschijnlijk doelt hij hier op de beruchte 'speculum matricis', de 'ijzeren schroef' die gebruikt werd om de baarmoedermond te verwijden. Boekelman bestrijdt dat hij ooit bij een bevalling van dit instrument gebruik heeft gemaakt: de speculum matricis dient naar zijn mening uitsluitend ter 'inspectie van inwendige partyen'. Volgens zijn zeggen heeft hij Lijsbeth snel en met zo min mogelijk pijn van haar dode kind verlost, en was ze er vlak na de bevalling bij lange na niet zo slecht aan toe als later in het gasthuis, waar haar toestand door de ondeskundige behandeling die haar daar ten deel is gevallen, alleen maar verslechterd is.

Op grond van de huidige medische kennis kan worden vastgesteld dat Lijsbeth Jans van Ravesway er bij het begin van haar bevalling al tamelijk hopeloos voorstond. Er was sprake van een wanverhouding tussen hoofd en bekken, doordat het kind zo groot was en Lijsbeth Jans waarschijnlijk een vernauwd bekken had. Het kind lag lange tijd tegen de ingang van het bekken gedrukt; hierdoor komt het weefsel tussen het hoofd en het bekken langdurig in de knel, waardoor het tenslotte kan afsterven. Dit leidt tot het ontstaan van fistels, dat wil zeggen een open verbinding, in dit geval tussen darm en vagina, en mogelijk ook tussen urineblaas en vagina. Dit zou verklaren dat Lijsbeth Jans 'geduurigh haer water en vuyligheden ontliepen.' Tegenwoordig wordt bij een dergelijke wanverhouding tijdig een keizersnede gedaan, een techniek die men destijds natuurlijk nog niet beheerste. Mogelijk is er in het geval van Lijsbeth Jans daarbij ook nog een infectie opgetreden (erysipelas of wondroos).

Het meningsverschil tussen Boekelman en Dortmont vormt de aanleiding tot het schandaal dat Amsterdam tot in 1678 in de ban zal houden en dat stof zal leveren voor achtenveertig pamfletten. Niet alleen gaan andere geneesheren zich ermee bemoeien, er verschijnt ook een stortvloed aan anonieme pamfletten, waarin de hele Amsterdamse medische wereld op de hak wordt genomen in gefingeerde dialogen, spotliedjes en dergelijke. Het medisch jargon maakt plaats voor scabreuze grappen over `Lijsjes kous': 'Op 't verbant sagen al de getuygen/ dat Lijsje Jans haar kous ley aan duygen'. Dat de drukker Jan de Koussenaer niet echt zo heette, lijdt dan ook geen twijfel.

Boekelman opent de reeks. Zijn Nootwendig bericht [...] aengaende het afhalen van een doode vrucht is een verweerschrift tegen Dortmont en de zijnen, die hem overal zwart maken en vroedvrouwen en patiënten tegen hem ophitsen. Hij doet verslag van de gang van zaken bij de bevalling, en staaft dit met door een notaris opgemaakte getuigenverklaringen van de vroedvrouwen en van Ruysch, die vindt dat de verlossing door Boekelman 'veerdigh en behendigh' is gedaan.

Boekelman verklaart zich bereid de zaak voor te leggen aan een commissie van onpartijdige artsen. Dortmont zal hen zijn grieven kunnen voorleggen en Boekelman zal opening van zaken geven omtrent de manier waarop hij Lijsbeth Jans heeft verlost. Wanneer hij in het ongelijk gesteld wordt, zal hij 300 gulden aan de armen schenken, maar wanneer hij gelijk krijgt, moet Dortmont in het openbaar zijn beschuldigingen terugnemen. In een wat merkwaardige clausule voegt Boekelman hier nog aan toe dat wanneer hij wordt vrijgesproken van ondeskundig handelen de artsen noch aan Dortmont noch aan iemand anders informatie mogen verschaffen over zijn manier van werken. Dortmont reageert met een Antwoort, op het Nootwendigh bericht. Natuurlijk kritiseert hij Boekelman vanwege die laatste clausule: 'ick sal noyt weeten wat, of hoe hy secht gedaen, en gehandelt te hebben, en maer slechts het verstandt van andere tot een richtsnoer van mijn begrip stellen. Hy houde my ten goede dat ick sulck een blinden handel niet wil drijven.'

Boekelmans geheimzinnigheid verleidt ertoe om aan het 'Roonhuysiaans geheim' te denken: de verloskundige tangen die generaties lang in het bezit waren van de Engelse artsenfamilie Chamberlen, en uitsluitend door hen werden gebruikt. Maar deze tang schijnt pas aan het eind van de jaren tachtig in het bezit geraakt te zijn van Nederlandse artsen, onder andere van Rogier van Roonhuysen, die het geheim zijn naam zou geven. Ook Frederik Ruysch zou het op een gegeven moment in zijn bezit krijgen, evenals de zoon van Andries, Cornelis Boekelman. Maar in 1677 moest Boekelman senior Lijsbeth Jans verlossen zonder Roonhuysiaanse tang.

Net als Boekelman onderbouwt Dortmont zijn verhaal met officiële 'attestaties', onder andere van de patiënte zelf, die verklaart dat ze door Boekelman zwaar mishandeld is met een scherp schroefinstrument. Later zal ze dit in een getuigenverklaring voor Boekelman herroepen. Dortmont zou haar onder druk hebben gezet om ongelezen een door hem opgestelde verklaring te ondertekenen, met het dreigement dat ze anders uit het gasthuis zou worden gezet.

In totaal zijn acht van de pamfletten van de hand van Boekelman of Dortmont zelf. Behalve dat ze de medische kant van de zaak steeds opnieuw van alle kanten belichten, twisten ze erover hoe die presentatie voor een onafhankelijke commissie er precies zou moeten uitzien. Maar ook hierover kunnen ze het niet eens worden. Na die acht boekjes houdt het op - tenminste wat betreft de beide protagonisten - zonder dat er een verzoening in zicht is. De anderen gaan nog even door. Het sluitstuk wordt gevormd door het enige Latijnse pamflet in de reeks, waarin Boekelman voor gek versleten wordt: zijn waanzin zou te vergelijken zijn met die van Herostratus, een beruchte figuur uit de oudheid, die de tempel van Artemis te Ephesus in brand stak om zijn naam onsterfelijk te maken.

En hoe liep het nu af met Lijsbeth Jans van Ravesway? Niemand die het weet. Omtrent haar lot hult men zich eensgezind in een diep stilzwijgen.

Er wordt natuurlijk driftig gespeculeerd over wie er achter de anonieme pamfletten schuil gaan. Zelfs waar de titelpagina wel degelijk een auteursnaam vermeldt, wordt in een aantal gevallen bestreden dat de genoemde inderdaad de auteur is, soms door die persoon zelf, soms door anderen. Hoe het nu echt in elkaar zit, is met geen mogelijkheid uit te maken. Een voorbeeld: als vijfde pamflet in de reeks verschijnt de anonieme Staetkundige bedencking. In Den aftocht ter eeren van de krakkeelende doctoren, dat de naam van Paulus Pyl op de titelpagina heeft, bekent Pyl ook de Staetkundige bedencking te hebben geschreven. Dit wordt tegengesproken in het anonieme Luyelack: niet Paulus Pyl, maar Lamsweerde, Florianus, Koenerding en Bidloo zouden verantwoordelijk zijn voor de Staetkundige Bedencking. (Als je Koenerding en Lamsweerde aan elkaar bindt en van de duinen rolt, `daer sou ongetwijfelt altijt een geck boven leggen'). Lamsweerde heeft Paulus Pyl omgekocht om zijn naam op de titelpagina te mogen zetten.

Nadat zijn naam op deze wijze door het slijk is gehaald, werpt de arts Johannes Baptist van Lamsweerde - iemand met een reputatie als beroepsquerulant - zich aan Dortmonts zijde in het strijdgewoel. In zijn Geluckwenschingh den leden van de vergaderinghe, bekendt door den zinspreuck Nil volentibus arduum beweert hij dat een aantal van de tot dan toe verschenen anonieme pamfletten, met name Den desolaten boedel der medicijne deses tijdts uit de koker komt van leden van toneelgezelschap Nil Volentibus Arduum (volgens hem te vertalen als: 'niets gewichtighs betrachtende'). Hij richt zich tot tien met naam en toenaam genoemde leden van Nil, waarbij met name Andries Pels, Lodewijk Meyer en Johannes Bouwmeester het moeten ontgelden.

Op deze beschuldiging wordt gretig ingesprongen, bijvoorbeeld in De koeckoecx-zangh van de nachtuylen: 'Op de Snykamers, daar is een levendige Anatomie geweest voor de Vroetvrouwen, daar hebben deze trotze Vroetmoers bazen Lysbet Jans naakt op de tafel geleyd, zoo lang als zy was, kijk uit, kijk uit gebuuren, brillen te koop voor alderhande gesichten, hier quam Elsje Pelsje Moer [Pels] voor den dagh springen, daar was Rouwje Bouwje Moer [Bouwmeester] bezigh om haar mouwen op stroopen, gins was Schreytje Meytje Moer [Meyer] doende om een schoone voorschoot aan te binden; doen ging het op een pijlen aan van Lysjens pispot, om de diepte, breette, hoogte van het binnen en buytenwerk op een hayr te weeten; [...] men lachte, men kittelde, men vingerde, het was vreugd, schijt Gasthuys-meesters, de welcke deze Lysbet Jans zoo hart handelen, dat zy niet en deed, als kermen, en schreeuwen.' Ook Lamsweerde wordt trouwens uitgebreid op de hak genomen in veel van de nog volgende boekjes.

Nadat Lamsweerde door Willem Blaeu, eveneens lid van Nil Volentibus Arduum, is aangeklaagd, wordt er beslag gelegd op de Geluckwensching. In twee pamfletten (Deductie en Consideratien en motiven) bestrijdt hij dat zijn tractaat, waarin hij zijn goede naam verdedigt tegen laster, een paskwil zou zijn.

Naast een gelegenheid voor het uitvechten van persoonlijke vetes, is de zaak ook aanleiding tot het spuien van kritiek op de hele Amsterdamse medische wereld, met zijn afgunst en competentiestrijd tussen de verschillende beroepsgroepen: de doctores medicinae, die zich met de medische wetenschap bezig houden; de chirurgijns, die het medisch 'handwerk' doen, waarop door sommige wetenschappers wordt neergekeken (zo vindt Dortmont het bijvoorbeeld beneden de waardigheid van een medicus om het beroep van vroedmeester uit te oefenen); en de apothekers die het een kwalijke zaak vinden als artsen hun eigen medicijnen maken, in plaats van die te betrekken bij een bonafide apotheker. Ook naar de vroedvrouwen wordt af en toe stevig uitgehaald, hoewel men het in sommige boekjes weer voor hen opneemt. Dat vroedvrouwen destijds ondeskundig waren, moreel niet erg hoogstaand, geldzuchtig en aan de drank, blijf je overigens tot in onze eeuw tegenkomen in geschriften over de geschiedenis van de verloskunde. De objectiviteit van de bronnen wordt hierbij zelden ter discussie gesteld.

De overlieden van het Amsterdamse Chirurgijnsgilde worden ervan beschuldigd dat ze volslagen incompetent zijn, kwakzalvers tot het gilde toelaten, en alleen geïnteresseerd zijn in het verbrassen van de gelden van het gilde in schrans- en zuippartijen en snoepreisjes, zoals een tochtje met de wagen naar Brabant, dat 900 gulden heeft gekost. Overlieden worden niet op grond van hun kwaliteiten en ervaring benoemd, met als resultaat dat het gilde nu bestierd wordt door jonge blagen, slechts bedreven in het 'fatsoeneren van burgemeestersknevels'. Kortom, de medische zorg in Amsterdam is beneden alle peil, zoals in Den desolaten boedel wordt vastgesteld: 'de boose Vis-wijven weten 't al, het werdt in 't openbaer in schuyten gehoort en gelesen, so dat andere Steden daer schanden af spreecken, dat in soo een Koop-Stad behoorde de beste Doctoren te zijn [...], en dat sijn juyst de grootste laetdunkende weet-nieten.'

In de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek bevinden zich twee onopvallende convoluutjes, waarin de pamfletten bijeengebonden zijn; in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag zijn de pamfletten los aanwezig. Sinds het schrijven van dit artikel heeft de STCN in de Universiteitsbibliotheek Utrecht nog meer exemplaren en een viertal nieuwe edities gevonden. Een intrigerend detail is de in het Amsterdamse exemplaar van het eerste pamflet bijgebonden inhoudsopgave: het Register der boeckjens, rakende het verschil tusschen Dr. Bonaventura van Dortmont, en Mr. Andries Boeckelman; zo als dezelve na malkanderen uytgekomen zijn. Dit register bestaat uit maar liefst 72 nummers. Blijkbaar is het gedrukt bij het verschijnen van nummer 36, want tot daar zijn de titels ingevuld. Er zouden er nog twaalf volgen, maar blijkbaar dacht de drukker optimistisch dat ze pas op de helft waren. Sommige titelpagina's zijn ook genummerd: dit geldt voor no. 9 en no. 34 t/m 37.

Zeven verschillende ons bekende drukkers en boekverkopers pikten een graantje mee van deze pennestrijd, maar tweederde van de pamfletten verscheen zonder dat de drukker zich wilde laten kennen: deze leveren een keur aan grappige, melige en vergezochte fictieve impressa, zoals: 'Tot Haerlem, by Jan Winter geen doekjes om op't Sparen in de rode kous', en 'Gedrukt met een instrument van Mr. Andries Boekelman, of een verkeerde Speculum Matricis, By Jan Olofsz. Hortulanus.'

Tot slot volgen hier de beschrijvingen: een klein, samenhangend corpus teksten als voorbeeld van hoe STCN-titelbeschrijvingen er in gedrukte vorm uitzien. De volgorde is die van het Amsterdamse convoluut, d.w.z. min of meer chronologisch, hetgeen me in dit geval overzichtelijker lijkt dan alfabetisch op hoofdwoord zoals gebruikelijk is. Vanuit bibliografisch oogpunt zijn het niet de meest complexe voorbeelden die je uit de STCN zou kunnen selecteren. Wel illustreert deze keuze, hoop ik, wat een intrigerende wereld er soms verborgen blijkt te liggen in de meest onooglijke werkjes. De beschrijvingen ontsluiten de toegang tot die wereld: analytische bibliografie is en blijft tenslotte een hulpwetenschap en geen doel op zich - iets dat niet iedere bibliograaf altijd duidelijk voor ogen lijkt te staan. Deze achtenveertig simpele pamfletjes (eigenlijk drieenvijftig: van vijf pamfletten bestaan twee verschillende edities) in octavo-formaat geven een fascinerende kijk op een stukje van de zeventiende-eeuwse Amsterdamse samenleving, en roepen meer vragen op dan binnen het bestek van dit artikel beantwoord kunnen worden.

  • Met dank aan gynaecologe Mw. G. Ferwerda voor haar uitgebreide uitleg over de medische kant van de zaak.

Boekelman, Andries 
Nootwendig bericht van mr. Andries Boekelman [...] aengaende het afhalen van een doode vrucht. Amsterdam, J. Rieuwertsz. bsr, 1677. 8°: A8 B4. 
167708 - b1 A2 ma : b2 B3 te$  
Ex: A. H. U.

Dortmont, Bonaventura van 
Antwoort, op het Nootwendigh bericht, van mr. Andries Boeckelman [...]. Aengaende het afhalen van een doode vrucht. By Bonaventura van Dortmont. Amsterdam, H. Sweerts, 1677. 8°: A-B8 (B7,8 blank).Tp., bottom line: Beurs-straet 
167708 - b1 A2 t;$ : b2 B5 $tij  
Ex: A. H. U.

Dortmont, Bonaventura van 
Antwoort, op het Nootwendigh bericht, van mr. Andries Boeckelman [...]. Aengaende het afhalen van een doode vrucht. By Bonaventura van Dortmond. Amsterdam, H. Sweerts, 1677. 8°: A-B8 (B7,8 blank). Tp., bottom line: Beursstraet 
167708 - b1 A2 $w : b2 B5 jdts  
Ex: U.

Dortmont, Bonaventura van 
Nootwendigh bericht, aen de heer doctor Fredericus Ruysch, en meester Andries Boeckelman. By Bonaventura van Dortmont. Amsterdam, pr. H. Sweerts, 1677. 8°: A4. Text in Latin and Dutch
167708 - b1=b2 A2 sab  
167708 - b1=b2 A2 lisab  
Ex: A. H. U.

Boekelman, Andries 
Wederlegging van dr. Bonaventura van Dortmonts Antwoort, op het Nootwendig bericht, waer in aengewesen worden de quade practijcken van dr. Dortmont, en des selfs onkunde, aengaende het af-halen van een doode vrucht. By Andries Boekelman. Amsterdam, J. Rieuwertsz. bsr, 1677. 8°: A-C8 D4. 
167708 - b1 A2 tle : b2 D2 .$te$d  
Ex: A. H. U.

Staatkundige 
Staetkundige bedencking, over het verschil tusschen [...] Bonaventura van Dortmont [...] en [...] Fredericus Ruysch, en Andries Boeckelman, [...] of'er wel een mans-persoon tot het manuael der vroetvrouwen [...] toegelaten behoorde te worden. Amsterdam, pr. J. van Velsen, [1677]. 8°: A-B8 C4. 
000008 - b1 A2 nyd : b2 C3 os  
Ex: A. H.

Staatkundige 
Staetkundige bedencking, over het verschil tusschen [...] Bonaventura Dortmond [...] en [...] Fredericus Ruysch, en Andries Boeckelman [...] of'er wel een mans-persoon tot het manuael der vroet-vrouwen [...] toegelaten behoorde te worden. Amsterdam, pr. J. van Velsen, [1677]. 8°: A-B8 C4 
000008 - b1 A2 yden : b2 C3 eid$  
Ex: U.

Aanmerkingen 
Aanmerkingen op de Staatkundige bedenking, rakende het verschil tusschen [...] Bonaventura Dortmont [...] en [...] Fredericus Ruysch. Amsterdam, A. Lescailje bsr, 1677. 8°: A8 B4. 
167708 - b1 A2 ees : b2 B2 et$s  
Ex: A. H. U.

Desolate 
Den desolaten boedel der medicijne deses tijdts. 2nd corr. enl. impr. Amsterdam, gedruckt by Pieter Schijn, op de Prince-graft, in de drie hengste-keutelen, [1677]. 8°: A-B8 (B8 blank). 
000008 - b1 A2 t$o : b2 B5 rs$  
Ex: A. H.

Desolate 
Den desolaten boedel der medicijne deses tijdts. 2nd corr. enl. impr. Amsterdam, P. Schijn, op de Prince-graft, in de drie hengste keutelen, [1677]. 8°: A-B8. 
000008 - b1 A2 n,$ : *b2 B2 en$  
Ex: U.

Horrel 
Horrel in de wacht: ofte Samen-spraeck tusschen een professor van Leyden, en een doctor van Amsterdam. Leyden, gedruckt by Ian de Koussenaer, op de Hoogwoerd inde Kemphaentjes, 1677. 8°: A8 B4 (B4 blank). 
167708 - b1 A2 ers$ : *b2 B2 .$M  
Ex: A. H. U.

Dortmont, Bonaventura van 
Aennemingh van de presentatie, van mr. Andries Boekelman. Waer in aengewesen worden de quade practijken om sijn begaene misslagh, en sijn onwetenheyt te verschoonen, aengaende het afhalen van een doode vrucht. By Bonaventura van Dortmont. Amsterdam, H. Sweerts, 1677. 8°: A-B8. Catchword A2: Brief,. On the tp.: No 9. 
167708 - b1 A2 late : b2 B5 eeft$  
Ex: A. H. U.

Dortmont, Bonaventura van 
Aennemingh van de presentatie, van mr. Andries Boekelman. Waer in aengewesen worden de quade practijcken om sijn begaene mislagh, en sijn onwetenheyt te verschoonen, aengaende het afhalen van een doode vrucht. By Bonaventura van Dortmont. Amsterdam, H. Sweerts, 1677. 8°: A-B8. Catchword A2: hy. On the tp.: No. 9
167708 - b1 A2 nt$g : b2 B5 n$i  
Ex: U.

Desolate 
Het tweede deel van den desolaten boedel der medicijne deses tijdts. Amsterdam, gedruckt by Pieter Schijn, op de Prinsse-graft, in de drie hengste-keutelen, [1677]. 8°: A8 (A8 blank). 
000008 - b1 A2 oo$i : b2 A5 us,$  
Ex: A. H. U.

Notariële 
Notariale insinuatie van mr. Andries Boeckelman, en protestatie van Bonaventura van Dortmont, medicine doctor, tegen deselve. Amsterdam, H. Sweerts, 1677. 8°: A8 (A8 blank). 
167708 - b1 A2 y$sij : b2 A5 ijck  
Ex: A. H. U.

Pyl, Paulus 
Den aftocht ter eeren van de krakkeelende doctoren en chirurgijns van Amsterdam, over het verschil tusschen [...] Bonaventura van Dortmont [...] met [...] Andries Boeckelman. By Paulus Pyl. Amsterdam, f. the author, 1677. 8°: A8 B4. 
167708 - b1 A2 en$ : b2 B3 rle  
Ex: A. H. U.

Bruierij 
Bruyery, elk zijn gelt weer, of Samen-spraek tusschen den ouden Hillebrandt en steene Roelandt. Haerlem, Jan Winter geen doekjes om op't Sparen in de rode kous, [1677]. 8°: A-B8. 000008 - b1 A2 t-ge : b2 B5 en$  
Ex: A. H. U.

Luilak 
Luyelack, of t'samen-spraeck tusschen Wit en Swart; anders genaemt Antwoort aen den auteur van den Aftocht [...]. Valschelijk uytgegeven op de naem van Mr. Paulus Pyl. Amsterdam, voor yder een die se betaelt, 1677. 8°: A-D8. 167708 - b1 A2 op$ : b2 D5 .$  
167708 - b1 A2 $op$p : b2 D5 n.$  
Ex: A. H.

Lamsweerde, Johannes Baptist 
Geluckwenschingh den leden van de vergaderinghe, bekendt door den zinspreuck Nil volentibus arduum, gedaen over hunne crediteurschap van den desolaten boedel der medicijnen deses tijdts. By Joh. Bapt. van Lamzweerde. Amsterdam, H. Sweerts, 1677. 8°: A-B8 C4.  
167708 - b1 A2 cha : b2 C3 ros.  
Ex: A. H. U.

Remedie 
Remedie voor den desolaten boedel, der medicijne deses tijds; uytgesproken van doctor over het pesthuis, en apoteker in het gasthuis. Amsterdam, gedrukt by Pieter Schijn, op de Prince-graft, in de drie hengste keutelen, [1677]. 8°: A-B8 (lacks B8, blank?). 
000008 - b1 A2 $H : *b2 B4 e  
Ex: A. U.

Lamsweerde, Johannes Baptist 
Deductie van dr. Joan Bapt: van Lamzweerde, overgegeven aen de ed: achtb: heeren van den gerechte deser stadt Amsterdam, dienende tot justificatie van sijn tractaet, geintituleert, Geluckwenschingh. Amsterdam, H. Sweerts, [1677]. 8°: A8 (lacks A8, blank?). Anr issue of the ed. s.l.s.n., 1677. 
000008 - b1 A2 et$ : b2 A5 roba  
Ex: A. L. U.

Lamsweerde, Johannes Baptist 
Deductie van dr. Joan Bapt: van Lamzweerde, overgegeven aen de ed: achtb: heeren van den gerechte deser stadt Amsterdam, dienende tot justificatie van sijn tractaet, geintituleert, Geluckwenschingh. [1677]. 8°: A8 (lacks A8, blank?). Anr issue of the ed. Amsterdam, H. Sweerts, 1677. 
000008 - b1 A2 et$ : b2 A5 roba  
Ex: H.

Dorsvlegel 
Dorsch-vlegel, anders Knuppel uit de sak, aan doctor Jan Baptista van Lamsweerde toegeëigend. Gedrukt, by Goliath de Reus [...], 1677. 8°: A8 (A7,8 blank). 
167708 - b1 A2 t$si : b2 A5 $vo  
Ex: A. H. U.

Lamsweerde, Johannes Baptist 
Consideratien en motiven dienende ter decisie ende ten voordeele van dr. Ioh: Baptista van Lamzweerde, tegens de heer hooft-officier Hendrick Roeters. (By Johannes Baptist Lamsweerde). 1677. 8°: A8 (A8 blank). 
167708 - *b1 A3 e$ : b2 A5 uir  
Ex: A. H. U.

Koekoekszang 
De koeckoecx-zangh van de nachtuylen van het collegie Nil Volentibus Arduum. Zwol, f. the author, [1677]. 8°: A-B8 C2. 
000008 - b1 A2 t$m : b2 C e  
Ex: A. H. L. U.

Sentiments 
Sentiments d'un voyageur, sur plusieurs libelles de ce temps. [1677]. 8°: A4. 
000008 - b1 A r : b2 A3 lus$  
Ex: A. H. U.

Stok 
Stok in't hondert, of Toepassingh aen de krakkelende doctoren en chirurgyns van dese tijdt. [1677]. 8°: A8 (A8 blank). 
000008 - b1 A2 equ : b2 A3 nde  
Ex: A. H. U.

Boekelman, Andries 
Nader vertoog van Mr. Andries Boekelman [...]. Waer in aengewesen worden de quade proceduren van doctr. Bonaventura van Dortmont. Amsterdam, P. van den Berge bsr, 1677. 8°: A-E8 F2. 
167708 - b1 A2 uys : b2 F2 eno  
Ex: A. H. U.

Dortmont, Bonaventura van 
Verklaring over de aen-neming van de presentatie van mr. Andries Boekelman, over het verschil van het af-halen van een doode vrucht. By Bonaventura van Dortmont. Amsterdam, A. Lintman, 1677. 8°: A-B8. 
167708 - b1 A2 n,$ : b2 B5 .$P  
Ex: A. H. U.

Aan 
Aen den eedelen Cocceaanschen docter. [1677]. 8°: A2. 
000008 - b1 A n : b2 A2 e$P  
Ex: A. H. U.

Bosch, Petrus van den 
Antwoort van Petrus van den Bosch, med. stud. op de Toegift van dr. Johan Baptista Lamsweerde, begrepen in sijn Geluk-wensching. Amsterdam, A. Lescailje bsr, 1678. 8°: A-B8 (B8 blank). 
167808 - b1 A2 kt$i : b2 B5 oor$  
Ex: A. H. U.

Woordje 
Een woortje in transitu, aan den scheur- en breuck-meester Andries Boeckelman. 1678. 8°: A8 B4 (B4 blank). 
167808 - b1 A2 ach$ : b2 B2 re$t nbsp;
Ex: A. H. U.

Koekoeksnazang 
Koeckoecx naar sang. Amsterdam, op de drukkerye van Lijsbeth Jansz., 1677. 8°: A4. 
167708 - b1=*b2 A2 buy  
Ex: A. H. U.

Strijk 
Strijck op den bruy een sesjen. [1678]. 8°: [A]2. 000008 - b1=b2 op u$  
Ex: A. H. U.

Rechtzinnig 
Rechzinnig oordeel over de twee bordeels-deunen. By Een onpartydig liefhebber der waarheyt. Amsterdam, gedruckt in de pars van eer, 1678. 8°: A4. 
167808 - b1=*b2 A2 sple  
Ex: A. H. U.

Onschuld 
De onschult of Zamenspraak tusschen de geesten van Imandt en Niemandt; over de droevige pellegrimagie van Lysbet Iantz van Ravesway. Buyk-sloot, voor den aucteur mr. Andries Boeckelman, [1678]. 8°: A-C8. Mystification: Boekelman is not the author. 
000008 - b1 A2 l. : b2 C5 ,$seg  
Ex: A. H. U.

Recht 
Een regt bescheyt, geschreven door een Hollander en Vrieseman, in't twist-jaar der medicijnen tot Amsterdam. Gedrukt met een instrument van mr. Andries Boekelman [...] by Jan Olofsz. Hortulanus, [1678]. 8°: A4. 
000008 - b1 A2 .$II : b2 A3 s$e  
Ex: A. H. U.

Tweede 
De tweede onschult. Zynde een nadere coutenantie tusschen de geesten van Imant en Niemant. Gedruckt te Scheyteldoecks-haven voor de liefhebbers, 1678. 8°: A-C8 (C8 blank). 
167808 - b1 A2 en$ : b2 C4 ten  
Ex: A. H. U.

Schoppen 
Schoppen is troef, of t'samen-spraak tussen een docter en chyrurgijn. [1678]. 8°: A-B8 (B7,8 blank). On the tp.: No 34. 
000008 - b1 A2 gele : b2 B4 f$ge  
Ex: A. H. U.

Elk 
Elk besiet sig selven, of Die schurft heeft, voelt waer't jeukt. Gedrukt in de spigtige langkworpige haan, daar d'ezels als menschen met mantels te biegt gaan, 1678. 8°: A8. On the tp.: No. 35. 
167808 - b1 A2 gew : b2 A5 e$ge  
Ex: A. H. U.

Amsterdamse 
De Amsteldamsche nyptang, of Samenspraak tussen Belzebub en Lucifer. Gedrukt in de brouwery van de werelt [...]. Of by Gerritje kijck in de kous, [1678]. 8°: A8 (A8 blank). On the tp.: No. 36. 
000008 - b1 A2 je$i : b2 A4 chr  
Ex: A. H. U.

Extraordinaire 
Extraordinare Amsterdamsche maendaegsche courant. Amsterdam, gedrukt by Famianus de Bode, courantier, in de vliegende Mercurius, [1678]. 8°: A-C8. On the tp.: No 37. Facetious newspaper. 
000008 - b1 A2 is$o : b2 C5 ba  
Ex: A. H. U.

Halling, Petrus 
Bekentmakinge aen doctor van Yperen. By Petrus Halling. [1678]. 8°: [A]2. 
000008 - b1=b2 van ter  
Ex: A. H. U.

Waarschuwing 
Waerschouwing aen alle goede ingesetenen, van eerlijcke naem en faem, over de goddeloose leugen die Petrus Halling ten dienste van Emanuel van Iperen uyt sijn poot gesogen heeft. [1678]. 8°: [A]2. 
000008 - b1=b2 Amsterdam venter$soo$  
Ex: A. H.

Waarschuwing 
Waarschouwinge aan alle goede ingeseetenen, van eerlijcke naem en faem, over de goddeloose leugen, die Johan van Lamsweerde, ten dienste van Bonaventura van Dortmunt, uyt sijn poot gesoogen heeft. [1678]. 8°: [A]2. 
000008 - b1=b2 tot at  
Ex: A. H. U.

Leer 
Leer om leer, voor Petrus van den Bosch. By Gillis Hafacker. Utrecht, pr. J.Borculo, 1678. 8°: A-B8. Mystification? Haefacker denies to be the author
167808 - b1 A2 des : b2 B5 we  
Ex: A. H. U.

Haefacker, Aegidius 
Missive van Gillis Hafakker [...] aan Dr. Joh. Baptista Lamsweerde gesonden. Uytrecht, J. Borculo, 1678. 8°: A4. 
167808 - b1 A2 mo : b2 A3 te  
Ex: A. H.

Proefsteen 
De proef-steen, waer aen de onwaerheyt van de missive onder naem van Gillis Hafacker [...] aen dr. Joh. Bapt. van Lamzweerde [...] getoont wordt. [1678]. 8°: [A]2. 
000008 - b1=b2 is y  
Ex: A. H. U.

Paskwilmakershekel 
Pasquille-makers hekel, anders genaemt, een samen-spraeck tusschen de duyvel en de doodt. Amsterdam, s. the author, van Dijck and Leskalje, [1678]. 8°: A8. 
000008 - b1 A2 -pij : b2 A5 $sitte  
Ex: A. H. U.

Smalgank, L. 
Genealogia, of geboortens afkomst, van Bonaventura van Dortmont, en Johan Bapt. van Lamzweerde. By L. Smalgank. Amstelredam, gedrukt op het hekelveldt, in de vergulde roskam, [1678]. 8°: A-B8. 
000008 - b1 A2 ste : b2 B5 e-v  
Ex: A. H. U.

Litania 
Litania, van Johan Lamsweerdt. [1678]. 8°: A4. 
000004 - b1=*b2 A2 egd  
Ex: A. H. U.

Past 
Past u geld; loon na werken. Gedrukt op de gevel van Gerrit Kok [...], [1678]. 8°: A2. 
000008 - b1=b2 A2 ese  
Ex: A. H. U.

Vroom, Redegundus de 
Discursus de miserabili foetus extractione ex utero. : Part 1. By Redegundus de Vroom. Ultrajecti, ap. J. Borculo, 1678. 8°: A-B8. All published. 
167808 - b1 A2 rsa : b2 B5 hor  
Ex: A. H. U. GB-L.

Marianne Peereboom
Dit is een enigszins gewijzigde versie van een artikel dat eerder verscheen inVingerafdrukken. Mengelwerk van medewerkers bij tien jaar Short Title Catalogue, Netherlands. Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1993, p. 91-105.